BAC 2025-15910
Publicatiedatum 14-07-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 21 februari 2024 (UHT-DCHOA)
Hoorzitting: 21 januari 2026
Overdracht advies aan UHT: 21 april 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2007 tot en met 2009.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 26 augustus 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2007 tot en met 2009.
- UHT heeft bij besluit van 21 februari 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van €30.000,-.
- UHT heeft bij bestreden besluit aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2007 tot en met 2009.
- Gemachtigde heeft bij brief van 2 april 2024, ingekomen op dezelfde dag, tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 10 juni 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Belanghebbende heeft bij brief van 20 oktober 2025 het bezwaarschrift aangevuld.
- Belanghebbende heeft bij brief van 10 januari 2026 het bezwaarschrift aangevuld.
- Op 21 januari 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 16 februari 2026 een nadere schriftelijke reactie ingediend. Gemachtigde heeft daar op 9 maart 2026 op gereageerd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.
Toeslagjaren
De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat de B/T bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor de toeslagjaren 2007 tot en met 2009 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt. Over de toeslagjaren 2007 en 2008 hebben geen verlagingen van de KOT plaatsgevonden De terugvordering KOT over het toeslagjaar 2009 was gebaseerd op de vaststelling dat er een te hoog voorschot was toegekend. Dat voorschot is door een reguliere wijziging opnieuw berekend. Uit het XML-bestand volgt dat belanghebbende de KOT heeft stopgezet op 14 januari 2009 per 1 januari 2009 (productie 1209002). De Commissie heeft geen aanwijzingen gevonden waaruit volgt dat een ander dan belanghebbende de KOT heeft stopgezet. Deze bijstelling is in overeenstemming met de wet uitgevoerd. Zij geeft in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hierover in het geval van belanghebbende anders te oordelen. Er zijn ook geen aanwijzingen dat B/T heeft gehandeld op grond van de onterechte aanname dat belanghebbende opzettelijk of grofschuldig ten onrechte KOT heeft ontvangen, zodat er ook geen aanspraak is op een daarop gebaseerde vergoeding. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Onderliggende O/GS-beoordeling
Belanghebbende verzoekt om alle O/GS-stukken. Haar financiële situatie maakte evident dat er geen betalingsruimte bestond en dat een vorm van betalings-regeling of schuldregeling voor de hand had gelegen. Het herhaaldelijk en expliciet aangeven dat zij niet in staat was haar betalingsverplichtingen te voldoen, dient in redelijkheid te worden aangemerkt als een verzoek tot het treffen van een betalingsregeling.
De Commissie meent dat belanghebbende recht heeft op de onderliggende stukken die van belang konden zijn voor de O/GS-beoordeling. De Commissie wijst in dit verband op de motie van het lid Ergin die op 10 maart 2026 is aangenomen (Tweede Kamer, vergaderjaar 2025-2026, 36 708, nr. 68) en waarin de Kamer heeft uitgesproken dat UHT standaard en actief inzage geeft in alle stukken die ten grondslag liggen aan de O/GS kwalificatie. Als de beoordeling van UHT (mede) rust op de vaststelling dat geen informatie beschikbaar is over belanghebbende in een geraadpleegde gegevensbron, dan moet UHT die vaststelling onderbouwen met bijvoorbeeld een schermafbeelding van de resultaten en geraadpleegde systemen. Volledigheidshalve verwijst de Commissie ook naar de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 6 februari 2026, ECLI:NKL:RBROT:2026:1545. Derhalve adviseert de Commissie aan UHT om voorafgaand aan het besluit op bezwaar, met inachtneming van bovenstaande, inzage te geven in alle stukken die van belang zijn voor de O/GS-kwalificatie en om belanghebbende de gelegenheid te geven hierop te reageren, eveneens voorafgaand aan het besluit op bezwaar.
Proceskostenvergoeding
Nu de Commissie niet adviseert het primaire besluit te herroepen, is er geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en om:
- belanghebbende inzage te geven in alle stukken die ten grondslag liggen aan de O/GS-kwalificatie en om belanghebbende de gelegenheid te geven hierop te reageren;
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter