BAC 2025-15907
Publicatiedatum 29-07-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 13 februari 2024 (UHT-DCHOA)
Hoorzitting: 17 november 2025
Overdracht advies aan UHT: 29 december 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en geen proceskostenvergoeding toe te kennen.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 13 februari 2024 (UHT-DCHOA), waarbij aan belanghebbende is meegedeeld dat aan belanghebbende met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie wordt toegekend voor de jaren 2017 tot en met 2019.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 1 juni 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2016 tot en met 2019.
- UHT heeft bij besluit van 9 maart 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000,-, als bedoeld in de Catshuisregeling.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 5 februari 2024 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
- Bij besluit van 13 februari 2024 is aan belanghebbende meegedeeld dat zij geen compensatie krijgt over de jaren 2017 tot en met 2019 (hierna het bestreden besluit).
- Gemachtigde van belanghebbende, heeft bij brief van 7 maart 2024 tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
- Gemachtigde heeft bij brief van 6 januari 2025 het bezwaarschrift aangevuld.
- UHT heeft op 15 april 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 17 november 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd. Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen het toeslagjaar 2018. Het bezwaar richt zich niet tegen de besluiten over de toeslagjaren 2017 en 2019. UHT heeft de jaren 2017 en 2019 wel in bezwaar herbeoordeeld. UHT is van oordeel dat in die jaren geen sprake was van vooringenomenheid, hardheid of O/GS. Gemachtigde heeft daarop niet meer gereageerd. De Commissie acht de uitleg van UHT begrijpelijk en overweegt dat het bezwaar, voor zover het betrekking heeft op die jaren, ongegrond is.
Toeslagjaar 2018
Voor toeslagjaar 2018 hebben twee neerwaartse bijstellingen plaatsgevonden die verband houden met een wijziging in het aantal uren dat belanghebbende gewerkt heeft. Op grond van dit aantal gewerkte uren heeft belanghebbende recht op minder uren kinderopvang. Er zijn geen aanwijzingen dat B/T bij deze bijstelling onzorgvuldig of vooringenomen heeft gehandeld. Belanghebbende stelt dat over het toeslagjaar 2018 te weinig is uitbetaald, waardoor er sprake is van hardheid. UHT heeft toegelicht dat belanghebbende minder uren heeft gewerkt dan het aantal uren dat zij aan B/T had doorgegeven. Dit heeft tot gevolg dat belanghebbende voor minder uren aanspraak heeft op KOT. Deze toelichting, die niet meer door belanghebbende is betwist, is begrijpelijk en vindt steun in het dossier. Weliswaar heeft in dit toeslagjaar een verlaging of terugvordering van €1.500 of meer plaatsgevonden, maar de KOT is rechtstreeks uitbetaald aan de kinderopvanginstelling en heeft niet het totaal aan kinderopvangkosten overschreden. De uitbetaalde KOT is daarmee volledig ten goede gekomen aan belanghebbende. De Commissie adviseert UHT het bezwaar ongegrond te verklaren.
Proceskostenvergoeding
Omdat de Commissie niet adviseert het primaire besluit te herroepen, is er geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.
Conclusie
Gelet op het vorenstaande adviseert de Commissie het bezwaar ongegrond te verklaren.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter