Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-15882

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 23 september 2024 met kenmerk UHT-DCHOA

Hoorzitting: 12 december 2025

Overdracht advies aan UHT: 14 december 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2008 tot en met 2013.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 28 april 2023 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2007 tot en met 2014. Na overleg met belanghebbende zijn uiteindelijk de jaren 2008 tot en met 2013 beoordeeld.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 10 september 2024 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij bestreden besluit aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2008 tot en met 2013.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 18 september 2024 tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 15 mei 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 12 december 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Aangezien belanghebbende en haar gemachtigde niet zijn verschenen tijdens de hoorzitting heeft de Commissie gemachtigde in de gelegenheid gesteld om een aanvulling op het bezwaarschrift te geven. Gemachtigde heeft vervolgens op 19 december 2025 meegedeeld dat belanghebbende geen aanvullende gronden heeft.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.

Motivering en zorgvuldigheid besluit

Met de door UHT in bezwaar ingediende beschouwing en de overgelegde stukken - waaronder een uitgebreide uitleg met behulp van de Landelijke Incasso Centrum (LIC) overzichten - en de overige producties, is in ieder geval thans geen sprake van strijd met de door belanghebbende genoemde algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De vraag of die strijd er wel was ten tijde van de bestreden beschikkingen behoeft in dit geval geen beantwoording. Wat nader is onderbouwd en uiteengezet omtrent de voorbereiding en motivering van de bestreden beschikking(en) leidt immers niet tot het herroepen daarvan.

Toeslagjaren 2010 en 2012

De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat Belastingdienst/Toeslagen bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor de toeslagjaren 2010 en 2012 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt. De terugvordering KOT over deze jaren was gebaseerd op de vaststelling dat er een te hoog voorschot was toegekend. Dat voorschot is door (reguliere) wijzigingen met betrekking tot het aantal opvanguren en toetsingsinkomen opnieuw berekend. Deze bijstellingen zijn in overeenstemming met de wet uitgevoerd.

Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. In beide jaren is de KOT aan de kinderopvanginstelling overgemaakt. Gevallen waarin de KOT rechtstreeks is uitbetaald aan de kinderopvanginstelling maar bij de ouder wordt teruggevorderd omdat het recht op KOT lager bleek te zijn, kunnen volgens vaste uitvoeringspraktijk - zoals opgenomen in het Handboek Integrale Beoordeling Vaktechniek van UHT - een bijzondere omstandigheid opleveren die aanleiding geeft tot recht op compensatie wegens hardheid. Voor het aannemen van het bestaan van een bijzondere omstandigheid is, volgens die praktijk, niet voldoende dat bij de ouder een bedrag van ten minste € 1.500 is teruggevorderd. Ook moet duidelijk zijn dat een bedrag van ten minste € 1.500 teveel is uitbetaald aan de kinderopvanginstelling en niet ten goede is gekomen aan belanghebbende. Dit is het in geval van belanghebbende niet aan de orde nu de daadwerkelijke opvangkosten hoger waren dan het bedrag aan KOT die aan de kinderopvanginstelling is uitbetaald. De Commissie heeft in de Wht geen ook geen aanknopingspunten gevonden die zouden moeten leiden tot de opvatting dat deze praktijk zich niet met die wet zou verdragen of anderszins in strijd zou komen met een wet in formele zin of een rechtsregel van hogere orde. Evenmin acht de Commissie plaats voor de opvatting dat deze praktijk een toets aan het evenredigheidsbeginsel niet zou kunnen doorstaan. De Commissie adviseert UHT om het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.

O/GS tegemoetkoming

De Commissie ziet op basis van de stukken in het dossier voor de jaren 2010, 2012 en 2013 geen aanleiding dat er sprake is van een onterechte kwalificatie Opzet/Grove Schuld. Daarom bestaat er geen recht op een daarop gebaseerde tegemoetkoming. De Commissie adviseert UHT om dit onderdeel van het bezwaar ook ongegrond te verklaren.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter