BAC 2025-15877
Publicatiedatum 22-07-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 21 mei 2024 met het kenmerk UHT-DCHOA
Hoorzitting: 27 november 2025
Overdracht advies aan UHT: 18 december 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking van 21 mei 2024 met het kenmerk UHT-DCHOA.
Aan belanghebbende is medegedeeld dat zij op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen recht heeft op compensatie voor de toeslagjaren 2012 en 2013.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 24 juni 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de toeslagjaren 2012 en 2013.
- Bij brief van 11 april 2022 met kenmerk UHT-CHR GU heeft UHT aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor € 30.000 op grond van de Cathuisregeling, maar dat de beoordeling nog niet klaar is.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft in haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 6 mei 2024 geadviseerd dat gedurende de toeslagjaren 2012 en 2013 geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
- Bij voorlopige beslissing van 19 april 2024 met kenmerk UHT-VCH A heeft UHT aan belanghebbende medegedeeld dat zij over de toeslagjaren 2012 en 2013 geen recht heeft op compensatie.
- Bij beschikking van 21 mei 2024 met kenmerk UHT-DCHOA heeft UHT aan belanghebbende medegedeeld dat zij over de toeslagjaren 2012 en 2013 geen recht heeft op compensatie.
- Gemachtigde heeft bij brief van 2 juli 2024, ingekomen op 4 juli 2024, tegen deze beschikking bezwaar gemaakt.
- UHT heeft op 20 mei 2025 schriftelijk gereageerd.
- Gemachtigde heeft bij brief van 26 november 2025 laten weten dat belanghebbende en hij niet bij de hoorzitting aanwezig zullen zijn, zodat geen hoorzitting is gehouden.
- Gemachtigde heeft tevens bij brief van 26 november 2025 een aanvullende grond ingediend.
- De Commissie bestaande uit de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid, heeft op basis van de stukken het hierna volgende advies opgesteld.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Toeslagjaar 2012
Belanghebbende stelt dat zij ten onrechte niet voor compensatie over 2012 in aanmerking is gebracht en dat er, anders dan UHT heeft betoogd geen sprake was van een situatie waarin ‘evident geen recht’ op KOT over het toeslagjaar 2012 bestond. De Commissie overweegt als volgt.
Ingevolge artikel 2.1, lid 1, Wht komt voor een compensatie in aanmerking de ouder van wie aannemelijk is dat de vaststelling van zijn aanspraak op KOT in enig jaar onderdeel is geweest van bijzondere hardheid of van een institutioneel vooringenomen handelwijze van de Dienst Toeslagen. Toekenning van compensatie blijft, ingevolge artikel 2.1, lid 2, Wht, achterwege als sprake is van ernstige onregelmatigheden die aan de ouder toerekenbaar zijn. Dit laatste is onder meer het geval in situaties waarin een belanghebbende evident geen recht had op KOT. Volgens UHT was daarvan sprake in toeslagjaar 2012, nu uit de systemen van B/T is gebleken dat de toeslagpartner van belanghebbende niet werkte of geen doelgroeper was terwijl ook niet is gebleken dat belanghebbende in toeslagjaar 2012 kinderopvang heeft genoten. Belanghebbende heeft de juistheid van dat standpunt vervolgens niet gemotiveerd bestreden, laat staan dat zij aannemelijk heeft gemaakt dat haar toeslagpartner in het onderhavige jaar wel werkte of doelgroeper was en dat zij kinderopvang heeft genoten. Er bestond dus evident geen recht op KOT over het jaar 2012 en er bestaat daarom ook geen recht op compensatie over dat jaar. De Commissie adviseert UHT om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren
Toeslagjaar 2013
De herbeoordeling ziet op de toeslagjaren 2012 en 2013. Het bezwaar richt zich echter uitsluitend op toeslagjaar 2012. Het jaar 2013 kan daarom in dit advies buiten beschouwing worden gelaten.
O/GS-tegemoetkoming
Belanghebbende stelt dat UHT ten onrechte heeft vastgesteld dat er geen O/GS-kwalificatie is toekend. De Commissie overweegt dat gesteld noch gebleken is dat belanghebbende een betalingsregeling heeft gevraagd. Belanghebbende komt daarom niet in aanmerking voor een O/GS-tegemoetkoming. De Commissie adviseert ook dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Proceskostenvergoeding
Nu het bezwaar naar het oordeel van de Commissie ongegrond is, bestaat geen aanleiding om een proceskostenvergoeding toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter