BAC 2025-15874
Publicatiedatum 16-07-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 23 mei 2024 (UHT-DCHOA)
Overdracht advies aan UHT: 5 maart 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek om een proceskostenvergoeding af te wijzen.
Onderwerp van advies
Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend.
Procesverloop
- De partner van belanghebbende heeft op 14 december 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) voor de toeslagjaren 2009 tot en met 2012. Op verzoek van gemachtigde is de herbeoordeling uitgebreid naar de toeslagjaren 2007 tot en met 2013.
- Op 16 mei 2022 heeft UHT aangegeven dat het op basis van de eerste lichte toets nog geen reden ziet om aan belanghebbende € 30.000 toe te kennen en dat de integrale beoordeling nog moet worden uitgevoerd.
- Op 10 april 2024 heeft UHT als vooraankondiging aangegeven dat belanghebbende geen recht heeft op een herstelregeling.
- Op 15 mei 2024 heeft de Commissie van Wijzen (hierna: CvW) geoordeeld dat de compensatieregeling van artikel 2.1 lid 2 van de Wht niet van toepassing is op de toeslagjaren 2007 tot en met 2013.
- Op 23 mei 2024 heeft UHT besloten dat belanghebbende geen recht heeft op compensatie.
- Op 17 juni 2024 heeft gemachtigde hiertegen een bezwaarschrift ingediend.
- Op 25 mei 2025 heeft UHT een schriftelijke beschouwing ingediend.
- Op 2 maart 2026 heeft gemachtigde aangegeven dat belanghebbende afziet van de gelegenheid om gehoord te worden op 5 maart 2026.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.
Afgewezen toeslagjaren 2007 tot en met 2013
In het bestreden besluit, de schriftelijke beschouwing en het informatie- en beoordelingsformulier is voor de toeslagjaren 2007 tot en met 2013 uitgebreid beschreven welke neerwaartse en opwaartse wijzigingen van de KOT hebben plaatsgevonden. Het betreffen alle reguliere correcties die zijn gebaseerd op door belanghebbende zelf doorgegeven wijzigingen in het aantal opvanguren dan wel een doorgegeven algehele stopzetting van de opvang of wijzigingen in het uurtarief en de hoogte van het toetsingsinkomen. De beschreven wijzigingen worden ondersteund door de stukken in het ouderdossier.
Gelet op het vorenstaande is er naar het oordeel van de Commissie geen reden het standpunt van UHT onjuist te achten. De Commissie heeft geen aanknopings-punten kunnen vinden om te oordelen dat de Belastingdienst/Toeslagen bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van KOT institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt. De voorschotten zijn na doorgegeven reguliere wijzigingen opnieuw berekend en uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. Met de door UHT tijdens de bezwaarprocedure ingediende beschouwing en overgelegde stukken, waaronder de overzichten van het Landelijke Incasso Centrum en de overige producties, is de beschikking van UHT voldoende gemotiveerd. De Commissie adviseert het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.
Beslagvrije voet
Belanghebbende heeft bij gebrek aan wetenschap gesteld dat B/T in het verleden geen rekening heeft gehouden met de beslagvrije voet en neemt daarom het standpunt in dat sprake is van hardheid van het stelsel. De Commissie begrijpt de stellingname van belanghebbende aldus dat bij een eventuele verrekening geen rekening met de beslagvrije voet is gehouden. De Commissie overweegt dat het verrekenen van terechte terugvorderingen geen compensatie op grond van hardheid oplevert.
Uit de wetsgeschiedenis van de Wht en systematiek van de compensatieregeling kan niet worden afgeleid dat de wetgever de gevolgen van verrekeningen voor ogen heeft gehad. De situatie van verrekening wordt niet expliciet door de wetgever genoemd. Bij de bepaling van de hoogte van de compensatie in de artikelen 2.2 en 2.3 Wht wordt aangesloten bij het bedrag van de weigering, terugvordering of stopzetting van KOT die een direct gevolg is van onder andere hardheid. De verrekening van een op zichzelf terechte terugvordering of stopzetting valt daar niet onder. Dat is verder ook met zoveel woorden terug te lezen in de memorie van toelichting. Daarin staat:
Bij gedupeerden door een onterechte O/GS-kwalificatie waren de terugvorderingen op zichzelf niet onterecht, dus deze worden niet gecompenseerd. Wel krijgen de ouders een financiële tegemoetkoming voor het ondervonden nadeel van 30% van de betreffende terugvorderingen (Kamerstukken II 2021–2022, 36 151, nr. 3, p. 14). Daar komt bij dat in de wetsgeschiedenis, namelijk in de nota naar aanleiding van het verslag, wordt opgemerkt dat de reikwijdte van de hardheidsregeling bewust enigszins beperkt is gehouden en dat eventuele uitbreidingen een nieuwe bewuste afweging van de wetgever vergen (Kamerstukken II 2021-2022, 36 151, nr. 7, p. 14). Aan de bezwaargrond dat de B/T bij de verrekeningen geen rekening heeft gehouden met de beslagvrije voet, komt de Commissie gelet op wat hiervoor is overwogen niet meer toe. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Bezwaardossier
Met betrekking tot het bezwaardossier overweegt de Commissie dat op grond van artikel 7:4 lid 2 Awb en artikel 5.2 leden 3 en 4 van de Wht een belanghebbende voorafgaand aan een hoorzitting recht heeft op afschriften van de op de zaak betrekking hebbende stukken. Het verweerschrift, met alle van belang zijnde producties is aan gemachtigde toegezonden. Hierdoor hebben gemachtigde en belanghebbende kennis kunnen nemen van de stukken die ten grondslag liggen aan het bestreden besluit en gelegenheid gehad om daarop te reageren.
De Commissie adviseert het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.
‘Equality of arms’
Uit de stellingname van gemachtigde volgt niet dat in het beschikbaar gestelde ouderdossier nog specifieke stukken ontbreken die van enig belang zijn geweest bij het door UHT genomen besluit. Naar het oordeel van de Commissie zijn er dan ook geen aanknopingspunten dat belanghebbende in haar procesbelang is geschaad. Nog los van de vraag of dat beginsel als zodanig van toepassing is in de bezwaarfase, volgt de Commissie gemachtigde daarom niet in haar stelling dat het beginsel van ‘equality of arms’ geschonden zou zijn.
Proceskostenvergoeding
Nu de Commissie het bezwaar ongegrond acht, is er geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter