Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-15864

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 6 maart 2024 (UHT-DCHO)

Hoorzitting: 17 december 2025

Overdracht advies aan UHT: 6 februari 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van €9.194,- voor het jaar 2010 en geen compensatie toegekend voor de jaren 2005 tot en met 2009.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 10 juni 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2006 tot en met 2009. De jaren 2005 tot en met 2010 zijn betrokken in de herbeoordeling.
  • UHT heeft bij besluit van 11 maart 2022 aan belanghebbende meegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van €30.000,-.
  • UHT heeft bij besluit van 29 juni 2023 aan belanghebbende meegedeeld dat zij wel in aanmerking komt voor een betaling van €30.000,-.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 7 maart 2024 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de jaren 2005 tot en met 2009 geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij vooraankondiging van 2 februari 2024 aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van €9.170,-.
  • UHT heeft bij het bestreden besluit met kenmerk UHT-DCHO aan belanghebbende compensatie toegekend voor een bedrag van €9.194,- voor het jaar 2010 en geen compensatie toegekend voor de jaren 2005 tot en met 2009.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 11 maart 2024, ingekomen op 11 maart 2024, tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 28 maart 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 12 december 2025 het bezwaar aangevuld.
  • Op 17 december 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 30 december 2025 een nadere schriftelijke reactie ingediend. Gemachtigde heeft daar op 14 januari 2026 op gereageerd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie voor het jaar 2010 op de juiste wijze heeft berekend en terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen voor de jaren 2005 tot en met 2009. Tijdens de hoorzitting is gebleken dat de afwijzing van het verzoek om compensatie of een tegemoetkoming enkel voor de toeslagenjaren 2005 en 2006 in geschil is.

Toeslagjaar 2005

Belanghebbende stelt dat sprake is geweest van vooringenomen handelen door de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T). Zij heeft geen volledige betaling van de KOT ontvangen als gevolg van een administratieve fout. Pas op 7 augustus 2006 en 5 september 2007 heeft belanghebbende een nabetaling ontvangen. Gelet op de ernst, duur en gevolgen van de fout is sprake van vooringenomen handelen.

De Commissie stelt vast dat niet in geschil is dat sprake is geweest van een administratieve fout; per abuis heeft degene die het formulier heeft ingevuld het sofinummer van belanghebbende opgeschreven in plaats van het sofinummer van haar kind (dossier pagina 199). In het dossier en de tijdens de hoorzitting naar voren gebrachte feiten ziet de Commissie geen aanknopingspunten om te kunnen adviseren dat in dit geval sprake is van vooringenomen handelen door B/T. De Commissie adviseert UHT het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.

Toeslagjaar 2006

Belanghebbende stelt dat sprake is van vooringenomen handelen nu haar aanvraag KOT uit 2005 niet automatisch is gecontinueerd naar toeslagjaar 2006. UHT voert aan dat het automatisch continueren van KOT pas plaatsvond vanaf toeslagjaar 2006 naar toeslagjaar 2007. Van vooringenomen handelen is volgens UHT dan ook geen sprake.

De Commissie overweegt dat de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: Awir) van toepassing is vanaf 2006.

Het automatisch continueren van de KOT vond voor het eerst plaats van toeslagjaar 2006 naar toeslagjaar 2007, gelet op de verplichting daartoe uit de Awir. Dat de aanvraag over 2005 niet automatisch is gecontinueerd naar toeslagjaar 2006 kan reeds daarom niet als vooringenomen worden aangemerkt.

De Commissie adviseert UHT het advies op dit punt ongegrond te verklaren.

Compensatieberekening

UHT is tot de conclusie gekomen dat component o (rentevergoeding over gemiste KOT) onjuist is vastgesteld. Er is sprake van een foutieve startdatum. Nu de onjuiste berekening in het voordeel van belanghebbende is, is UHT voornemens om component o in stand te laten. De Commissie neemt hiervan met instemming kennis

Motivering- en zorgvuldigheidsbeginsel

Met de door UHT in bezwaar ingediende beschouwing en de overgelegde stukken - waaronder een uitgebreide uitleg met behulp van de overzichten van het Landelijke Incasso Centrum (LIC) - en de overige producties, is in ieder geval thans geen sprake van strijd met de door belanghebbende genoemde algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De vraag of die strijd er wel was ten tijde van het bestreden besluit behoeft in dit geval geen beantwoording. De nadere toelichting over de voorbereiding en motivering van het bestreden besluit leidt immers niet tot het herroepen daarvan.

Proceskostenvergoeding

Nu de Commissie niet adviseert het primaire besluit te herroepen, is er geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter