Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-15833

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 23 mei 2024 (UHT-DCHO)

Overdracht advies aan UHT: 11 maart 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en het bestreden besluit in stand te laten.

Onderwerp van advies

Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag, hierna aangeduid als het bestreden besluit.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 17.783 voor het jaar 2016 en geen compensatie of tegemoetkoming toegekend voor de jaren 2012 tot en met 2015.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 31 mei 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2012 tot en met 2016.
  • UHT heeft bij beschikking van 28 april 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat zij nog niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000 op grond van de Catshuisregeling en dat de Integrale Beoordeling in gang wordt gezet.
  • UHT heeft bij het bestreden besluit aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 17.783 voor het toeslagjaar 2016, dit bedrag aangevuld tot € 30.000 op grond van de Catshuisregeling en geen compensatie toegekend voor de toeslagjaren 2012 tot en met 2015.
  • Gemachtigde heeft op 26 juni 2024 tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 2 juli 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaar.
  • Gemachtigde heeft de Commissie op 8 januari 2026 meegedeeld dat belanghebbende geen gebruik wenst te maken van het recht om gehoord te worden en verzocht om een schriftelijke ronde voor het aanvullen van het bezwaar toe te staan.
  • De Commissie heeft gemachtigde in de gelegenheid gesteld om uiterlijk
    12 februari 2026 aanvullende gronden in te dienen. Gemachtigde heeft geen gebruik van deze mogelijkheid gemaakt, zodat de Commissie overgaat tot advisering.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vragen of UHT de toegekende compensatie voor het toeslagjaar 2016 op de juiste wijze heeft berekend en of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot het besluit om het verzoek om compensatie voor de toeslagjaren 2012 tot en met 2015, af te wijzen.

Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel
Voor zover er sprake is van onzorgvuldige voorbereiding of gebreken in de motivering van het bestreden besluit, kan dat in de beslissing op bezwaar door UHT worden hersteld aan de hand van wat daarover in haar beschouwing is opgemerkt. De Commissie ziet nu niet in waarom UHT het persoonlijk verhaal van belanghebbende – onder meer blijkend uit het beoordelingsformulier – onvoldoende in kaart heeft gebracht.

Persoonlijk dossier
Belanghebbende stelt dat zonder het volledige persoonlijke dossier niet kan worden beoordeeld of alle relevante stukken er zijn. De Commissie volgt dit standpunt van belanghebbende niet. De schriftelijke beschouwing en de stukken die daaraan ten grondslag liggen, zijn aan belanghebbende toegezonden.
De Commissie vindt dat UHT met het toezenden van deze stukken heeft voldaan aan de verplichting op grond van artikel 7:4 lid 2 Algemene wet bestuursrecht (Awb) om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen.
Dat kan anders zijn als de belanghebbende een duidelijk aanknopingspunt geeft waarom het persoonlijk dossier moet worden afgewacht. Dat is hier niet gebeurd. De enkele opmerking dat bij onbekendheid van de stukken in dat dossier het mogelijk is dat er nog relevante informatie ontbreken, is niet voldoende.
De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Beoordeling per jaar
Belanghebbende stelt dat de jaren in de beoordeling niet op zichzelf staan. Als in een jaar ten onrechte KOT is teruggevorderd, zijn de gevolgen ook in de jaren ervoor en erna gevoeld. Een selectie in jaren op basis van neerwaartse correcties of nihilstellingen doet geen recht aan de situatie van gedupeerde ouders.
De Commissie wijst in dit verband op de wetsgeschiedenis van de Wht. In de Memorie van Toelichting wordt dit punt expliciet besproken: “Bij integrale beoordeling wordt vastgesteld wat er is misgegaan met de kinderopvangtoeslag bij een gedupeerde ouder en wordt per berekeningsjaar het herstelbedrag vastgesteld dat op grond van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 van dit wetsvoorstel wordt toegekend.” (Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 36 151, nr. 3, p. 19).

De Commissie leidt hieruit af dat het kennelijk niet de bedoeling van de wetgever is geweest om een vaststelling van gedupeerd zijn van een toeslagouder automatisch door te trekken naar andere jaren. Volgens de Commissie zal daarom per jaar opnieuw moeten worden vastgesteld of sprake is geweest van vooringenomen handelen dan wel hardheid en of de werkwijze van UHT begrijpelijk en daarmee in overeenstemming is. De enkele – niet nader met feiten of omstandigheden onderbouwde – stelling dat van vooringenomenheid sprake moet zijn geweest in andere toeslagjaren als eenmaal sprake is geweest van vooringenomen handelen door de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) of bijzondere omstandigheden acht de Commissie daarom in zijn algemeenheid onjuist.

Dit deel van het bezwaar acht de Commissie daarom ongegrond. De Commissie adviseert UHT om overeenkomstig te beslissen.

Omissies/niet toegekende KOT
Volgens belanghebbende heeft UHT de juistheid van de hoogte van de KOT, zoals indertijd definitief vastgesteld, ten onrechte niet beoordeeld. De Commissie overweegt dat de Wht uitsluitend is bedoeld voor herstel van vooringenomen handelen, van hardheid en/of van een onterechte kwalificatie opzet/grove schuld (hierna: O/GS). De Wht ziet niet op de herziening van in het verleden genomen definitieve KOT beschikkingen. Een beoordeling daarvan valt buiten de reikwijdte van de Wht. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Toeslagjaren 2012 en 2013
De Commissie constateert dat uit de voorhanden zijnde gegevens niet is gebleken van neerwaartse correcties in de KOT over de toeslagjaren 2012 en 2013. Belanghebbende heeft ook niet gesteld dat zij over deze jaren KOT heeft moeten terugbetalen. Het is dus niet aannemelijk dat belanghebbende over deze toeslagjaren schade heeft geleden ten gevolge van het handelen van de Belastingdienst /Toeslagen (hierna B/T), die op grond van de Wht tot compensatie kan leiden. Daarom komt belanghebbende over 2012 en 2013 niet in aanmerking voor compensatie op grond van de Wht. Het bezwaar is op dit onderdeel ongegrond.

Toeslagjaar 2014
De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om te adviseren dat B/T bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor het toeslagjaar 2014 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt. De neerwaartse wijziging van KOT op 21 maart 2014 was gelegen in een door de kinderopvanginstelling doorgegeven wijziging. In het dossier is een gespreksnotitie opgenomen van de desbetreffende wijziging (bladzijde 523).

De neerwaartse wijziging van 1 mei 2015 was gelegen in door belanghebbende zelf doorgegeven informatie (bladzijde 319). De Commissie ziet geen aanknopingspunten die maken dat door B/T had moeten worden getwijfeld aan deze informatie.

De neerwaartse bijstellingen waren gebaseerd op de vaststelling dat een te hoog voorschot was toegekend en zijn in overeenstemming met de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen recht op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten om hier ten aanzien van belanghebbende anders over te oordelen. Er was ook geen onterechte kwalificatie O/GS, zodat er ook geen aanspraak is op een daarop gebaseerde vergoeding. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Toeslagjaar 2015
De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om te adviseren dat B/T bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor het toeslagjaar 2015 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt.

De neerwaartse wijziging in KOT over het toeslagjaar 2015 was gelegen in informatie uit de KOI-viewer (bladzijde 406 van het dossier). De Commissie ziet geen aanknopingspunten die maken dat door B/T had moeten worden getwijfeld aan deze informatie.

De neerwaartse bijstelling is gebaseerd op de constatering dat een te hoog voorschot was vastgesteld en zijn in overeenstemming met de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen recht op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten om hier ten aanzien van belanghebbende anders over te oordelen. Er was ook geen onterechte kwalificatie O/GS, zodat er ook geen aanspraak is op een daarop gebaseerde vergoeding. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

De compensatieberekening over 2016
UHT heeft het bedrag aan compensatie over het toeslagjaar 2016 opnieuw berekend en stelt zich op het standpunt dat de compensatieberekening klopt.
Uit wat van de zijde van belanghebbende is aangevoerd is de Commissie niet gebleken van onjuistheden die tot een hoger compensatiebedrag moeten leiden. Het bezwaar is op dit onderdeel ongegrond.

Werkelijke schade
Belanghebbende voert aan dat zij meer schade heeft geleden dan waarvoor aan haar compensatie is toegekend. Belanghebbende verwijst in dit verband naar persoonlijke leningen en stelt zich op het standpunt dat deze voor vergoeding in aanmerking komen. De Commissie overweegt als volgt.

Deze bezwaarschriftprocedure heeft alleen betrekking op de toekenning van de standaardvergoedingen (de zogeheten forfaitaire bedragen) en niet op de vergoeding van de werkelijke schade. Ter verkrijging daarvan kan een afzonderlijk verzoek worden ingediend en daarbij brengt de Commissie Werkelijke Schade advies uit. Sinds 25 november 2025 is er daarnaast een nieuw digitaal informatie- en aanmeldportaal via de website schadeherstel.toeslagen.nl. Gedupeerde ouders die vinden dat zij meer schade hebben geleden door de problemen met de KOT dan zij in de integrale beoordeling (IB) vergoed hebben gekregen, kunnen zich via voornoemd digitaal portaal aanmelden.

Kosten rechtsbijstand
Nu het bezwaar naar het oordeel van de Commissie ongegrond is en de bestreden beschikking niet behoeft te worden herroepen, adviseert de Commissie het verzoek om een vergoeding voor de kosten van rechtsbijstand toe te kennen, af te wijzen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en het bestreden besluit in stand te laten.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter