BAC 2025-15801
Publicatiedatum 22-07-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 30 april 2024 (UHT-DCHO)
Hoorzitting: n.v.t.
Overdracht advies aan UHT: 30 januari 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en een verzoek vergoeding van de kosten van rechtsbijstand af te wijzen.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 21.224 voor het jaar 2008. De compensatie is afgewezen voor de jaren 2007 en 2009.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 26 februari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT).
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 14 maart 2024 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat voor de jaren 2007 en 2009 geen sprake is geweest van vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
- UHT heeft bij het bestreden besluit aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 21.224 voor het jaar 2008, aangevuld tot €30.000.
- Gemachtigde heeft bij brief van 30 mei 2024 tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 12 juni 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 19 januari 2026 heeft gemachtigde aangegeven dat er een verzoek tot herbeoordeling is ingediend voor een extra jaar, namelijk 2011. Hier heeft UHT nog geen beslissing over genomen.
- Op 22 januari 2026 heeft UHT stukken toegestuurd met betrekking tot de niet beoordeelde jaren. Die stukken zijn aan het dossier toegevoegd onder toezending van deze stukken aan gemachtigde.
- Gemachtigde heeft de Commissie vervolgens op 22 januari 2026 geïnformeerd dat belanghebbende afziet van het recht om te worden gehoord.
- De Commissie ziet ingevolge artikel 7:3 onderdeel c van de Algemene wet bestuursrecht derhalve af van het horen van belanghebbende.
- De Commissie bestaande uit de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid heeft het bezwaar behandeld in haar vergadering van 23 januari 2025.
Ontvankelijkheid
Niet is geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit en het verzoek herbeoordeling 2011
De Commissie stelt vast dat belanghebbende geen bezwaren meer heeft ten aanzien van de jaren 2008 en 2009. In zoverre adviseert de Commissie het bezwaar ongegrond te verklaren.
De Commissie heeft in de later ingediende stukken voldoende aanknopingspunten gevonden om te menen dat met betrekking tot toeslagjaar 2011 (er) geen sprake is van vooringenomenheid, maar wel van hardheid. Te dien aanzien lijkt immers voldaan aan de toepassingsvereisten van het zogenoemde ‘KOT naar KOI beleid’. Derhalve adviseert de Commissie om, nu in deze procedure geen beslissing met betrekking tot 2011 voorligt, bij de beslissing op bezwaar compensatie voor 2011 toe te kennen en een compensatieberekening bij te voegen.
Vergoeding van de kosten van rechtsbijstand
Gemachtigde heeft verzocht om een vergoeding van de kosten van rechtsbijstand voor deze bezwaarprocedure. Nu het bezwaar volgens de Commissie ongegrond is, het toeslagjaar 2011 geen onderwerp van het geschil is en geen sprake is van “herroepen” als bedoeld in artikel 7:15, lid 2 van de Algemene wet bestuursrecht, komen deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en een verzoek vergoeding van de kosten van rechtsbijstand af te wijzen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter