BAC 2025-15790
Publicatiedatum 28-07-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 22 februari 2024 met kenmerk UHT-DCHOA
Hoorzitting: 17 november 2025
Overdracht advies aan UHT: 22 december 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen het door UHT genomen definitieve besluit compensatie kinderopvangtoeslag (hierna: het bestreden besluit).
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2006 tot en met 2013.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 10 november 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2006 tot en met 2013.
- UHT heeft bij vooraankondiging van 17 januari 2024 aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor compensatie op grond van de Wht voor de jaren 2006 tot en met 2013.
- Gemachtigde heeft op deze vooraankondiging gereageerd en over de jaren 2007 tot en met 2013 nadere vragen gesteld.
- UHT heeft bij het bestreden besluit aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2006 tot en met 2013.
- Gemachtigde heeft bij brief van 26 maart 2024 tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 4 juni 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 17 november 2025 heeft gemachtigde de gronden van het bezwaarschrift aangevuld en de Commissie verzocht om het bezwaarschrift op stukken af te doen. De Commissie heeft dit verzoek gehonoreerd en heeft UHT op 18 november 2025 de gelegenheid gegeven om op de aanvullende gronden te reageren. UHT heeft hier geen gebruik van gemaakt.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie over de toeslagjaren 2006 tot en met 2013 af te wijzen.
Afgewezen toeslagjaren
Bij het bestreden besluit heeft UHT geoordeeld dat belanghebbende over de toeslagjaren 2006 tot en met 2013 geen recht heeft op compensatie op basis van vooringenomen handelen, hardheid van het stelsel of een onterechte opzet/grove schuld (hierna: O/GS) kwalificatie.
Belanghebbende betwist dat zij gedurende deze jaren wijzigingen heeft doorgevoerd die zien op een wisseling van de uitbetaling van de KOT van de kinderopvanginstelling (hierna: KOI) naar de ouder. Zij betwist eveneens dat zij uitbetalingen van de KOT heeft ontvangen.
De Commissie constateert dat belanghebbende niet betwist dat het rekeningnummer waarop de uitbetalingen zijn gedaan, van belanghebbende is. Dat belanghebbende de KOT-betalingen niet heeft ontvangen, acht de Commissie daarom niet aannemelijk. De stelling dat belanghebbende hier niet mee bekend was, doet hier niet aan af.
Uit het dossier maakt de Commissie op dat de verlagingen over de jaren 2006 tot en met 2013 zijn gebaseerd op reguliere wijzigingen: verlagingen van het aantal opvanguren, verhogingen van het uurtarief, een gewijzigd toetsingsinkomen, stopzetting van de KOT en ontvangen informatie van zowel de ouder als de kinderopvanginstelling (hierna: KOI). Het gaat hierbij om jaaropgaven, ingevulde antwoordformulieren en informatie uit het systeem KOI-viewer. Dat de wijzigingen niet uitsluitend door belanghebbende zijn doorgevoerd, wil nog niet zeggen dat de B/T vooringenomen heeft gehandeld. De B/T mag gebruikmaken van informatie die door de KOI (of andere instanties zoals bijvoorbeeld de Dienst Uitvoering Onderwijs of het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen) is doorgegeven. De B/T mocht daarom uitgaan van de doorgegeven wijzigingen en had geen redenen om te twijfelen aan de ontvangen informatie. Reguliere wijzigingen geven in beginsel geen aanspraak op compensatie op grond van de Wht.
De Commissie heeft onvoldoende aanknopingspunten in het dossier gevonden om te oordelen dat de B/T bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor de toeslagjaren 2006 tot en met 2013 vooringenomen heeft gehandeld. Ook is de Commissie niet gebleken van hardheid van het stelsel of een onterechte O/GS kwalificatie over deze jaren. De Commissie heeft verder geen andere aanwijzingen gevonden om hier ten aanzien van belanghebbende anders over te oordelen.
De Commissie acht de bezwaren ongegrond.
Geen proceskostenvergoeding
Het bezwaar is naar opvatting van de Commissie ongegrond. Er is geen aanleiding voor herroeping van het bestreden besluit. De Commissie ziet, gelet op artikel 7:15 lid 2 Awb, geen aanleiding om UHT te adviseren een proceskostenvergoeding toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren, het bestreden besluit niet te herroepen en geen proceskostenvergoeding toe te kennen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter