Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-15789

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 15 januari 2024 (UHT-DCHOA)

Hoorzitting: 20 november 2025

Overdracht advies aan UHT: 15 december 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en de bestreden beschikking in stand te laten.

Onderwerp van advies

Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 29 juni 2022 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2012 tot en met 2019.
  • UHT heeft bij bestreden beschikking aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2012 tot en met 2019.
  • Gemachtigde heeft op 23 januari 2024 tegen deze beschikking bezwaar gemaakt.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 12 maart 2025 het bezwaar aangevuld.
  • UHT heeft op 24 maart 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaar.
  • Op 20 november 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 21 november 2025 nadere stukken ingediend. Gemachtigde heeft daar op 3 december 2025 op gereageerd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Volledigheid dossier
Belanghebbende voert aan dat hij niet de beschikking heeft over de volledige informatie, omdat hij niet de beschikking heeft over zijn volledige bezwaardossier. De Commissie overweegt hierover het volgende.

De Commissie is een onafhankelijke bezwaarschriftenadviescommissie in de zin van artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Voor de procedure bij de Commissie gelden de procedurele waarborgen van de Awb en tegen beslissingen op bezwaar van UHT, zoals volgen op de adviezen van de Commissie, kan een belanghebbende rechtsmiddelen instellen bij de rechter.

Op grond van artikel 7:4 lid 2 Awb en artikel 5.2 leden 3 en 4 van de Wht heeft een belanghebbende voorafgaand aan de hoorzitting bij de Commissie recht op afschriften van de op de zaak betrekking hebbende stukken. Het verweerschrift van UHT met de bijbehorende producties is op 13 augustus 2025 naar gemachtigde gestuurd. Hierdoor hebben gemachtigde en belanghebbende kennis kunnen nemen van de stukken die ten grondslag liggen aan de bestreden besluiten. Uit de stellingname van belanghebbende en UHT volgt niet dat in het aan de Commissie en belanghebbende beschikbaar gestelde bezwaardossier nog specifieke stukken zouden ontbreken die van enig belang zouden kunnen zijn geweest bij de door UHT genomen besluiten. Het feit dat enkele producties, waaronder de LIC-overzichten over respectieve toeslagjaren in eerste instantie ontbraken maakt dit niet anders. Naar het oordeel van de Commissie is daarmee in voldoende mate invulling gegeven aan de procedurele waarborgen van de Awb. Het bezwaar is op dit punt dan ook ongegrond.

    Toeslagjaren 2012 tot en met 2017
    De Commissie constateert dat uit de voorhanden zijnde gegevens niet is gebleken van neerwaartse correcties in de KOT over de toeslagjaren 2012 tot en met 2017.

    Belanghebbende heeft ook niet gesteld dat hij over de toeslagjaren 2012 tot en met 2017 KOT heeft ontvangen dan wel heeft moeten terugbetalen. Het is dus niet aannemelijk dat belanghebbende over deze toeslagjaren schade heeft geleden ten gevolge van het handelen van de Belastingdienst/Toeslagen (hierna B/T), die op grond van de Wht tot compensatie kan leiden. Daarom komt belanghebbende over de toeslagjaren 2012 tot en met 2017 niet in aanmerking voor compensatie op grond van de Wht. Het bezwaar is op dit onderdeel ongegrond.

    Toeslagjaar 2018
    Uit de voorhanden zijnde gegevens is niet aannemelijk dat belanghebbende over het toeslagjaar 2018 is geconfronteerd met neerwaartse wijzigingen in de KOT.
    De KOT is eenmalig bij definitieve beschikking van 4 oktober 2019 opwaarts gecorrigeerd naar aanleiding van door belanghebbende doorgegeven informatie. De vraag van belanghebbende wie de aanvraag KOT op 1 april 2018 heeft gedaan is in dit verband niet van belang. Belanghebbende heeft ook niet duidelijk gemaakt hoe hij door het ontbreken van een antwoord op die vraag in dit toeslagjaar zodanig zou zijn benadeeld dat hij recht heeft op compensatie. De Commissie adviseert het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.

    Toeslagjaar 2019
    Uit de voorhanden zijnde gegevens blijkt dat over het toeslagjaar 2019 sprake is van één neerwaartse wijziging in KOT per 21 november 2019. Dit was het gevolg van door Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) ontvangen informatie vanuit de Dienst Uitvoering Onderwijs dat het kind van belanghebbende naar de basisschool ging. Daarom bestond alleen recht op KOT voor buitenschoolse opvang.
    De Commissie overweegt dat B/T mocht uitgaan van de juistheid van deze informatie. De neerwaartse wijziging van 21 november 2019 is derhalve als regulier aan te merken.
    Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen recht op toepassing van de hardheidsclausule. De Commissie ziet geen aanwijzingen om hier ten aanzien van belanghebbende anders over te oordelen. Het bezwaar is op dit onderdeel ongegrond.

    FSV
    Belanghebbende betoogt dat het hem niet duidelijk is of hij op enig moment op de FSV-lijst heeft gestaan. De Commissie overweegt dat UHT – met de schriftelijke beschouwing – inmiddels op passende wijze heeft toegelicht dat belanghebbende niet op de FSV-lijst heeft gestaan. De Commissie adviseert UHT het bezwaar op dit onderdeel aan de hand van die toelichting ongegrond te verklaren.

    Mogelijkheid tot etnisch profileren
    Van aanwijzingen dat in het geval van belanghebbende sprake is geweest van discriminatie, is de Commissie uit de ter beschikking staande stukken, de tijdens de hoorzitting gebleken feiten en omstandigheden en uit de schriftelijke beschouwing van UHT niet gebleken. De Commissie merkt evenwel op dat de vergoeding voor immateriële schade in de onderhavige ingevolge de Wht voorgeschreven procedure een forfaitair bedrag is. Indien belanghebbende van mening is dat zijn werkelijk geleden schade meer bedraagt dan wat hij forfaitair in deze procedure heeft toegekend gekregen, bestaat hiervoor binnen het stelsel van de Wht een procedure inzake vergoeding van werkelijke schade , waarbij de Commissie Werkelijke Schade (CWS) advies uitbrengt.

    Sinds 25 november 2025 is er een nieuw digitaal informatie- en aanmeldportaal via de website schadeherstel.toeslagen.nl. Gedupeerde ouders die vinden dat zij meer schade hebben geleden door de problemen met de KOT dan zij in de integrale beoordeling (IB) vergoed hebben gekregen, kunnen zich via voornoemd digitaal portaal aanmelden.

    Kosten voor rechtsbijstand
    Nu het bezwaar tegen de bestreden beschikking naar het oordeel van de Commissie ongegrond is en de Commissie adviseert tot het in stand laten van de bestreden beschikking, bestaat geen aanleiding om het verzoek tot vergoeding van de kosten van rechtsbijstand toe te wijzen.

    Conclusie

    Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en de bestreden beschikking in stand te laten.

    [handtekening]

    Secretaris

    [handtekening]

    Fungerend voorzitter