BAC 2025-15784
Publicatiedatum 04-08-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 31 maart 2023 (UHT-DCH)
Hoorzitting: 31 maart 2023 (UHT-DCH)
Overdracht advies aan UHT: 2 januari 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en het verzoek om een vergoeding voor de proceskosten toe te wijzen.
Onderwerp van advies
Gemachtigde heeft namens belanghebbende bezwaar gemaakt tegen het besluit van 31 maart 2023 waarbij belanghebbende is meegedeeld:
- dat er bij de herbeoordeling over de toeslagjaren 2012, 2013, 2014 en 2018 is gebleken van fouten met betrekking tot de toeslagjaren 2013, 2014 en 2018 en dat belanghebbende daarom recht heeft op een compensatiebedrag van €51.184.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft een verzoek gedaan voor een herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag (hierna: KOT).
- Bij brief van 18 september 2021 is belanghebbende meegedeeld dat zij, in het kader van de eerste toets, recht heeft op een betaling van € 30.000.
- Op 21 juli 2022 heeft de Commissie van Wijzen (hierna: CvW) advies uitgebracht. De CvW heeft overwogen, kort gezegd, dat voor het toeslagjaar 2012 geen herstelregeling van toepassing is. Voor de toeslagjaren 2013, 2014 2018 is de compensatieregeling wel van toepassing.
- Bij brief van 31 maart 2023 is het bestreden besluit genomen.
- Bij brief van 19 oktober 2023 heeft gemachtigde tegen dit besluit bezwaar
- gemaakt. Bij brief van 18 maart 2024 heeft gemachtigde de gronden van bezwaar aangevuld.
- Op 29 april 2025 heeft UHT een schriftelijke reactie ingediend.
- Op 11 december 2025 heeft gemachtigde meer aanvullende gronden van bezwaar ingediend.
- Op 16 december 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Het hoorverslag is bij dit advies gevoegd.
- De Commissie bestaande uit de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid heeft dit advies behandeld.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Onzorgvuldige voorbereiding en motivering van het bestreden besluit
Met de door UHT in bezwaar ingediende beschouwing en de overgelegde stukken - waaronder een uitgebreide uitleg met behulp van de Landelijke Incasso Centrum (LIC) overzichten - en de overige producties, is in ieder geval thans geen sprake van strijd met de door belanghebbende genoemde algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De vraag of die strijd er wel was ten tijde van het bestreden besluit behoeft in dit geval geen beantwoording. Wat nader is onderbouwd en uiteengezet omtrent de voorbereiding en motivering van het bestreden besluit leidt immers niet tot het herroepen daarvan.
Toeslagjaar 2012
De KOT is, naar op grond van de stukken aannemelijk is geworden, bijgesteld naar aanleiding van wijzigingen in het toetsingsinkomen en het (lagere) aantal opvanguren. De Commissie heeft geen aanleiding om te twijfelen aan de producties waaruit dit blijkt.
De slotsom is dat de verplichting tot terugbetaling van de KOT het gevolg is van reguliere correcties. Dat kan niet worden aangemerkt als institutioneel vooringenomen handelen. De reguliere correcties wijzen ook niet op onbillijkheden vanwege de hardheid waarmee het wettelijk systeem werd toegepast.
Daarbij ligt het in de aard van een voorschot besloten dat de werkelijke, later vast te stellen aanspraak, op een lager bedrag kan uitkomen. Aan een voorschot kan in beginsel niet het gerechtvaardigde vertrouwen worden ontleend dat een definitieve aanspraak op een daarmee overeenstemmend bedrag bestaat.
Compensatieberekening
Rentevergoeding over gemiste KOT
In de schriftelijke reactie heeft UHT aangegeven dat de berekening voor de toeslagrente onjuist is berekend met betrekking tot de toeslagjaren 2013 en 2018. De Commissie adviseert de vergoeding voor de rente over gemiste KOT in de beslissing op bezwaar in de aangegeven zin opnieuw te berekenen.
Immateriële schadevergoeding
De vergoeding voor immateriële schade moet worden berekend tot aan de datum van de beslissing op bezwaar. Dat betekent dat de hoogte van de vergoeding voor immateriële schade bij de beslissing op bezwaar opnieuw moet worden vastgesteld.
Aanvullende vergoeding van 1 procent
De aanvullende vergoeding van 1 procent moet in de beslissing op bezwaar over een hoger subtotaal moet worden berekend dan het geval is in de definitieve compensatiebeschikking.
Aanvullende compensatie
Belanghebbende heeft gesteld dat haar volledige schade € 69.813,26 bedraagt en heeft verzocht deze te vergoeden. De Commissie overweegt dat deze bezwaarschriftprocedure alleen betrekking heeft op de toekenning van de standaardvergoedingen (de zogeheten forfaitaire bedragen) en niet op de vergoeding van de werkelijke schade. Voor het vragen van aanvullende vergoeding van werkelijke schade kan gebruik gemaakt worden van de mogelijkheden, als vermeld in Home | Schadeherstel Toeslagen.
CAF-11
Tot slot is door belanghebbende gesteld maar naar het oordeel van de Commissie, mede gelet op productie 0900010 (pagina 86 van het ouderdossier), niet gebleken dat belanghebbende deel uitmaakte van het CAF 11-onderzoek.
Proceskostenvergoeding
Gemachtigde heeft ten slotte een verzoek gedaan tot vergoeding van de kosten voor rechtsbijstand. Omdat de bezwaren gedeeltelijk gegrond zijn en op onderdelen leiden tot herroeping van de bestreden beschikking, komt belanghebbende op grond van artikel 7:15, lid 2, Awb in aanmerking voor toekenning van een proceskostenvergoeding.
Conclusie
Gelet op het vorenstaande adviseert de Commissie:
- het bestreden besluit te herroepen zoals hiervoor is aangegeven;
- de overige bezwaren ongegrond te verklaren;
- een proceskostenvergoeding toe te kennen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter