Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-15769

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 22 februari 2024 (UHT-DCHOA)

Hoorzitting: 20 oktober 2025 om 11:15 uur

Overdracht advies aan UHT: 26 december 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT het bezwaar ongegrond te verklaren en geen proceskostenvergoeding toe te kennen.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2007, 2008, 2009 en 2010.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 2 september 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2004, 2005 en 2006. De toeslagjaren 2007, 2008, 2009 en 2010 zijn echter herbeoordeeld, omdat belanghebbende in deze toeslagjaren KOT heeft aangevraagd.
  • UHT heeft bij bestreden besluit aan belanghebbende medegedeeld dat hij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2007, 2008, 2009 en 2010.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 12 maart 2024, ingekomen op 14 maart 2024, tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 11 maart 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 20 oktober 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.

Dossier

Nu aan belanghebbende de op de zaak betrekking hebbende stukken zijn verstrekt, is voldaan aan de in artikel 7:4 lid 2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) neergelegde verplichting. De Commissie ziet in de stellingen van belanghebbende en UHT geen aanleiding om aan te nemen dat in het beschikbaar gestelde dossier stukken zouden ontbreken die van enig belang zouden kunnen zijn geweest bij het door UHT genomen besluit.

De Commissie adviseert UHT om het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.

Algemene beginselen van behoorlijk bestuur

Met de in bezwaar ingediende beschouwing en de overgelegde stukken, is (thans) geen strijd met het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel. De vraag of die strijd er wel was ten tijde van het bestreden besluit kan onbeantwoord blijven, nu één en ander niet leidt tot het herroepen ervan.

De Commissie adviseert UHT om het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.

Toeslagjaren 2007 t/m 2010

De Commissie overweegt dat niet aannemelijk is geworden dat bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor de toeslagjaren 2007 t/m 2010 door B/T vooringenomen is gehandeld of dat de situatie valt onder hardheid van het stelsel. Ook is geen onterechte O/GS-kwalificatie vastgesteld.

De Commissie constateert op basis van het dossier en de stellingen van belanghebbende dat in 2007 en 2008 geen verlagingen hebben plaatsgevonden, terwijl de verlagingen in 2009 en 2010 het gevolg waren van door of namens belanghebbende – via zijn toenmalige bewindvoerder – verzochte stopzettingen van de KOT. De Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) mocht uitgaan van deze wijzigingen.

Met betrekking tot toeslagjaar 2009 heeft belanghebbende op 8 januari 2010 een wijziging doorgegeven inzake de opvanguren en die wijziging is vanwege het uitblijven van een reactie op de uitvraagbrief van B/T van 25 februari 2010 niet doorgevoerd. In het antwoordformulier van 7 november 2010 is door of belanghebbende of diens bewindvoerder, aan B/T medegedeeld dat in toeslagjaar 2009 geen gebruik is gemaakt van kinderopvang. B/T mocht uitgaan van de informatie in dat antwoordformulier.

De uiteindelijke verlaging betrof dus een reguliere correctie en geeft in beginsel geen recht op compensatie op grond van de Wht. De Commissie heeft verder geen aanknopingspunten gevonden om hierover ten aanzien van belanghebbende anders te oordelen.

De Commissie adviseert UHT om het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.

Geen proceskostenvergoeding

Aangezien het bezwaar naar het oordeel van de Commissie ongegrond is, is geen aanleiding om UHT te adviseren een proceskostenvergoeding toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om:

  • het bezwaar ongegrond te verklaren;
  • geen procesvergoeding toe te kennen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter