Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-15751

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Dienst Toeslagen / Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen
(hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 2 oktober 2023 (UHT-DCHA)

Hoorzitting: 27 oktober 2025 om 11:00 uur

Overdracht advies aan UHT: 31 oktober 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren, het bestreden besluit in stand te laten en geen proceskostenvergoeding toe te kennen.

Onderwerp van advies

Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de toeslagjaren 2017, 2018 en 2019.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 6 september 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de toeslagjaren 2017, 2018 en 2019.
  • UHT heeft bij besluit van 7 juni 2022 met kenmerk UHT-CHR GU aan belanghebbende meegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000.
  • UHT heeft bij het bestreden besluit van 2 oktober 2023 met kenmerk UHT-DCHA aan belanghebbende meegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de toeslagjaren 2017, 2018 en 2019.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 9 november 2023, ingekomen op 15 november 2023, tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 21 maart 2025, ingekomen op 28 maart 2025, het bezwaarschrift aangevuld.
  • UHT heeft op 17 april 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 27 oktober 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat aan het advies is gehecht.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming voor de toeslagjaren 2017, 2018 en 2019 af te wijzen.

Zorgvuldigheidsbeginsel
Belanghebbende stelt dat het onduidelijk is of het bestreden besluit voldoende zorgvuldig tot stand is gekomen. Voor zover sprake is van onzorgvuldige voorbereiding of gebreken in de motivering van het bestreden besluit, kunnen die gebreken naar het oordeel van de Commissie in de beslissing op bezwaar door UHT worden hersteld aan de hand van wat daarover in haar beschouwing is opgemerkt en nader ter zitting is onderbouwd. De Commissie adviseert UHT het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.

Afwijzing compensatie
De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om te kunnen adviseren dat de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT over de toeslagjaren 2017, 2018 en 2019 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt.
De terugvorderingen KOT over deze toeslagjaren waren gebaseerd op de vaststelling dat een te hoog voorschot was toegekend. De voorschotten over deze jaren zijn door reguliere wijzigingen opnieuw berekend. De KOT over het toeslagjaar 2017 is ten eerste verlaagd op basis van informatie die de B/T had ontvangen van de immigratie- en naturalisatiedienst (hierna: IND). Uit deze informatie volgde dat de toenmalige toeslagpartner van belanghebbende vanaf
6 mei 2017 niet meer beschikte over een geldige verblijfstitel. Hij is per 8 juni 2017 van het adres van belanghebbende uitgeschreven. Hierdoor bestond tussen 6 mei en 8 juni 2017 geen recht op KOT. Vanaf 8 juni 2017 had belanghebbende weer recht op KOT en telde het inkomen van de toenmalige toeslagpartner niet meer mee bij de vaststelling van het gezamenlijke toetsingsinkomen. De Commissie overweegt dat de B/T mocht vertrouwen op de informatie uit de Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens (GBA) en de gegevens van de IND bij het bepalen van de hoogte van de KOT in 2017. Dit duidt daarom niet op voorin-genomen handelen door de B/T. De tweede verlaging van de KOT over 2017 was het gevolg van een stijging van het toetsingsinkomen en op grond van de doorgegeven kinderopvanggegevens.

De Commissie heeft evenmin aanknopingspunten gevonden op grond waarvan zij kan oordelen dat belanghebbende in 2017 recht had op meer KOT dan aan haar is toegekend. De verlaging van de KOT over het toeslagjaar 2018 was het gevolg van een door belanghebbende doorgegeven wijziging van het aantal afgenomen opvanguren en een verhoging van het toetsingsinkomen. De eerste verlaging van de KOT over het

toeslagjaar 2019 was het gevolg van een stijging van het toetsingsinkomen.
De KOT is vervolgens nogmaals verlaagd op basis van door belanghebbende doorgegeven kinderopvanggegevens. De bijstellingen over deze toeslagjaren zijn in overeenstemming met de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming.
Er was ook geen sprake ven een onterechte kwalificatie opzet/grove schuld (O/GS), zodat er ook geen aanspraak is op een daarop gebaseerde vergoeding. De Commissie adviseert UHT daarom om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Proceskostenvergoeding
Nu de Commissie niet adviseert het primaire besluit te herroepen, bestaat geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en om:

  • het bestreden besluit in stand te laten;
  • geen proceskostenvergoeding toe te kennen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter