BAC 2025-15750
Publicatiedatum 16-07-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 31 augustus 2023 (UHT-DCHO)
Hoorzitting: 28 april 2026
Overdracht advies aan UHT: 7 mei 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek voor een proceskostenvergoeding af te wijzen.
Onderwerp van advies
Het door de gemachtigde) namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen het door UHT genomen definitieve besluit compensatie kinderopvangtoeslag van 31 augustus 2023 met het kenmerk UHT-DCHO (hierna: het bestreden besluit).
Met het bestreden besluit is aan belanghebbende een compensatie toegekend van € 72.866.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 11 januari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT).
- De Commissie van Wijzen heeft op 24 juli 2023 een advies uitgebracht.
- UHT heeft aan belanghebbende medegedeeld dat zij in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000.
- UHT heeft bij vooraankondiging aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 34.688.
- UHT heeft bij het bestreden besluit aan belanghebbende een compensatie toegekend van € 72.866. Belanghebbende is voor toeslagjaar 2007 gecompenseerd vanwege vooringenomenheid en voor de toeslagjaren 2008 tot en met 2013 op grond van opzet/grove schuld (hierna: O/GS).
- Gemachtigde heeft bij brief van 10 oktober 2023, ingekomen op 18 oktober 2023, tegen dit besluit bezwaar gemaakt.
- UHT heeft op 30 juni 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 28 april 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie op de juiste wijze heeft berekend.
Toeslagjaar 2006
De Commissie merkt op dat voor zover toeslagjaar 2006 onderdeel van het bezwaar is, over dit toeslagjaar niet is gebleken dat sprake is geweest van neerwaartse correcties. Om deze reden komt belanghebbende voor toeslagjaar 2006 niet in aanmerking voor compensatie. De Commissie adviseert het bezwaar ongegrond te verklaren.
Toeslagjaren 2008 tot en met 2013
Belanghebbende stelt dat zij over deze periode recht heeft op een aanvullende compensatie op grond van vooringenomenheid. Belanghebbende is het om deze reden niet eens met de compensatieberekening.
De Commissie stelt vast dat tussen partijen niet ter discussie staat dat er sprake is van vooringenomen handelen door B/T over de toeslagjaren van 2008 tot en met 2013.
Ingevolge artikel 2.1, lid 1, van de Wht komt voor een compensatie in aanmerking de ouder van wie aannemelijk is dat de vaststelling van zijn aanspraak op KOT in enig jaar onderdeel is geweest van bijzondere hardheid of van een institutioneel vooringenomen handelwijze van de B/T. Toekenning van compensatie blijft, ingevolge artikel 2.1, lid 2, van de Wht, achterwege als sprake is van ernstige onregelmatigheden die aan de ouder toerekenbaar zijn. Dit laatste is onder meer het geval in situaties waarin een belanghebbende evident geen recht had op KOT. Volgens UHT was daarvan sprake in de toeslagjaren 2008 tot en met 2013, nu belanghebbende over deze periode geen gebruik heeft gemaakt van gekwalificeerde opvang. Belanghebbende heeft dit standpunt bestreden, maar haar andersluidende stelling niet onderbouwd. De Commissie ziet in de stukken in het dossier geen aanknopingspunten om aan te nemen dat er wel sprake is geweest van gekwalificeerde opvang. De Commissie onderschrijft dan ook de toelichting van UHT zoals uiteengezet in de schriftelijke beschouwing en ook ter zitting bevestigd. De Commissie overweegt dat belanghebbende voor deze periode is gecompenseerd op grond van O/GS en ziet gelet op het voorgaande geen reden om aan belanghebbende meer compensatie toe te kennen dan zij al heeft ontvangen. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren
Vergoeding proceskosten
Met betrekking tot de kosten van de rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure geldt dat, nu het bezwaar in de visie van de Commissie ongegrond is, de belanghebbende geen recht heeft op een proceskostenvergoeding.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter