Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-15749

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 20 december 2023 (UHT-DCHOA)

Hoorzitting: 9 oktober 2025

Overdracht advies aan UHT: 17 februari 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 20 december 2023.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de toeslagjaren 2007 en 2008.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 8 november 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de toeslagjaren 2007 en 2008.
  • UHT heeft bij beschikking van 9 mei 2022, met kenmerk UHT CHR GU, belanghebbende geïnformeerd dat zij geen € 30.000 krijgt op grond van de Catshuisregeling, maar dat de beoordeling nog niet is afgerond.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 25 september 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij voorlopige beschikking van 5 oktober 2023, met kenmerk UHT-VCH A, aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op één van de drie herstelregelingen.
  • Belanghebbende heeft hierover haar zienswijze ingediend.
  • UHT heeft bij bestreden definitieve beschikking van 20 december 2023, met kenmerk UHT-DCHOA, aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op een vergoeding voor de toeslagjaren 2007 en 2008.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 18 januari 2024 tegen deze beschikking bezwaar gemaakt.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 12 juli 2024 het bezwaarschrift aangevuld.
  • UHT heeft op 6 mei 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 9 oktober 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter dit advies is gevoegd. De ter zitting gemaakte afspraken zijn diezelfde dag per e-mail aan UHT en gemachtigde bevestigd.
  • Gemachtigde heeft op 13 oktober 2025 aanvullende stukken naar de Commissie en UHT gestuurd.
  • UHT heeft, daartoe herhaaldelijk door de Commissie verzocht, op 14 januari 2026 een nadere schriftelijke reactie ingediend. Gemachtigde heeft geen gebruik gemaakt van de hem geboden gelegenheid daarop te reageren.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming over de toeslagjaren 2007 en 2008 af te wijzen.

Algemene beginselen van behoorlijk bestuur

Belanghebbende betoogt dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd en onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen. Voor zover sprake is van onzorgvuldige voorbereiding of gebreken in de motivering van het bestreden besluit, kunnen die gebreken naar het oordeel van de Commissie in de beslissing op bezwaar door UHT worden hersteld aan de hand van wat daarover in haar beschouwing is opgemerkt.

Heroverweging toeslagjaren 2007 en 2008

De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor de toeslagjaren 2007 en 2008 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt. De terugvorderingen KOT over het toeslagjaar 2007 waren gebaseerd op de vaststelling dat er een te hoog voorschot was toegekend. Die voorschotten werden door reguliere wijzigingen opnieuw berekend. Zo had belanghebbende eerst per 27 april 2007 KOT aangevraagd en heeft zij deze vervolgens op 4 juli 2007 per 27 april 2007 weer stopgezet. Dit heeft geleid tot de terugvordering in de beschikking van 30 juli 2007. Vervolgens heeft belanghebbende op 3 september 2007 opnieuw KOT aangevraagd per 13 augustus 2007 en heeft zij op 10 september 2007 wederom de KOT stopgezet, per 20 augustus 2007. Belanghebbende betwist de stopzettingen van de KOT op 4 juli en 10 september 2007. Zij stelt dat ze beide keren een wijziging had beoogd en geen stopzetting. Dit zou blijken uit de complete wijzigingsformulieren. Omdat de wijzigingsformulieren maar ten dele waren overgelegd heeft belanghebbende de complete door haar ingevulde formulieren na de hoorzitting opgestuurd. UHT heeft hierop gereageerd met de stelling dat de nagestuurde pagina’s niet overeenkomen met de oorspronkelijke formulieren die B/T in haar bezit heeft. Dat de overgelegde formulieren niet overeenkomen met de originele formulieren blijkt al uit het feit, dat de pagina- en onderwerpnummering niet doorloopt en dat ook de nummering van de formulieren niet klopt. UHT stelt zich dan ook op het standpunt dat belanghebbende met de nagestuurde formulieren niet aannemelijk heeft gemaakt dat er twee keer om een wijziging is gevraagd, in plaats van een stopzetting. De Commissie onderschrijft dit standpunt. Temeer, omdat ook uit de checklists in het dossier alleen de stopzetting is aangevinkt, zulks in tegenstelling tot de wijziging van 3 september 2007 waarbij belanghebbende het vakje voor stopzetting niet heeft aangevinkt, maar alleen de onderdelen die zij wenste te wijzigen heeft aangekruist.

Belanghebbende heeft op de formulieren van 4 juli 2007 en 10 september 2007 aangekruist dat zij de KOT wilde beëindigen voor alle kinderen. Dit gegeven werd nog bevestigd door de checklist. Hoewel er mogelijk sprake is geweest van een vergissing aan de zijde van belanghebbende, mocht B/T wel op de aangekruiste wens tot stopzetting in deze formulieren afgaan. Daarom is van vooringenomen handelen geen sprake. Dat de KOT naar aanleiding van de stopzettingen tweemaal neerwaarts gecorrigeerd is, wordt dan ook als een reguliere bijstelling beschouwd. Ten aanzien van 2008 was de KOT automatisch gecontinueerd. Belanghebbende heeft vervolgens de KOT per 1 januari 2008 stopgezet. Dit had tot gevolg dat de KOT voor 2008 op nihil werd gesteld. Ook dat was een reguliere bijstelling.

De bijstellingen over 2007 en 2008 zijn in overeenstemming met de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hierover in het geval van belanghebbende anders te oordelen. De Commissie is het met belanghebbende eens, dat zij wel erg lang heeft moeten wachten op de beschikking van B/T op haar aanvraag in september 2007. Die beschikking kwam pas in juni 2008. Dat dit verwarring en onduidelijkheid heeft gegeven is begrijpelijk, maar is geen reden voor toepassing van een herstelregeling op grond van de Wht. Er was ook geen onterechte kwalificatie O/GS, zodat er ook geen aanspraak is op een daarop gebaseerde vergoeding. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren

Het vertrouwensbeginsel en recht op een eerlijk proces

Aangezien de terugvorderingen over toeslagjaren 2007 en 2008 rechtmatig worden geacht kan er geen sprake zijn van strijd met het vertrouwensbeginsel en het recht op een eerlijk proces.

Proceskosten

Nu de Commissie niet adviseert het primaire besluit te herroepen, is er geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek om een vergoeding van de proceskosten af te wijzen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter