BAC 2025-15735
Publicatiedatum 06-02-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Dienst Toeslagen / Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen
(hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 19 januari 2024 (UHT-DCHO)
Hoorzitting: 30 september 2025
Overdracht advies aan UHT: 7 oktober 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift van 29 februari 2024 is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking herbeoordeling kinderopvangtoeslag van 19 januari 2024 met kenmerk UHT-DCHO.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 38.261 voor de toeslagjaren 2006 en 2007 en is geen compensatie toegekend voor de toeslagjaren 2005, 2008, 2009 en 2010.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 22 juli 2022 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de toeslagjaren 2008 en 2009.
- UHT heeft bij besluit van 12 september 2022 met kenmerk UHT-CMR GU aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000 als bedoeld in de Catshuisregeling.
- UHT heeft bij bestreden besluit van 19 januari 2024 met kenmerk UHT-DCHO aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 38.261 voor de jaren 2006 en 2007 en geen compensatie toegekend voor 2005, 2008, 2009 en 2010.
- Gemachtigde heeft bij brief van 29 februari 2024 tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 26 juni 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 30 september 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel
Belanghebbende betoogt dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd en onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen. Voor zover sprake is van onzorgvuldige voorbereiding of gebreken in de motivering van het bestreden besluit, kunnen die gebreken naar het oordeel van de Commissie in de beslissing op bezwaar door UHT worden hersteld aan de hand van wat daarover in haar beschouwing is opgemerkt. Op dit punt treft het bezwaar geen doel.
Ontbrekende stukken/volledige dossier
Gemachtigde stelt dat zonder het volledige persoonlijke dossier niet kan worden beoordeeld of alle relevante stukken aanwezig zijn. De Commissie volgt dit standpunt niet. De schriftelijke reactie en de op de zaak betrekking hebbende stukken zijn aan gemachtigde toegezonden. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om aan te nemen dat hier niet is voldaan aan de in artikel 7:4, lid 2, Algemene wet bestuursrecht neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Geen compensatie
Belanghebbende stelt dat zij wel recht heeft op compensatie voor de jaren 2005, 2008, 2009 en 2010.
De Commissie overweegt dat niet aannemelijk is geworden dat bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT over de toeslagjaren 2005, 2008, 2009en 2010 sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) dan wel hardheid van het stelsel als bedoeld in de Wht. De (hoogte van de) terugvorderingen KOT zijn door UHT in de schriftelijke reactie nader onderbouwd en deze komen voort uit reguliere wijzigingen, waaronder de stopzetting door belanghebbende. Belanghebbende heeft op 12 november 2008 de KOT, voor al haar kinderen die gebruik maakten van kinderopvang, stopgezet per 16 oktober 2008. Deze stopzetting heeft zij kenbaar gemaakt door middel van een met de hand ingevuld wijzigingsformulier van B/T (productie 1208004). Daarnaast heeft belanghebbende de stelling dat sprake is geweest van het afnemen van gekwalificeerde opvang in 2009 niet onderbouwd met nadere gegevens en daarmee niet aannemelijk gemaakt.
De bijstellingen zijn daarmee conform de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven, gelet op artikel 2.1, lid 1, onder b Wht, in beginsel geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. Dat belanghebbende naar eigen zeggen de KOT niet heeft stopgezet, heeft zij onvoldoende aannemelijk gemaakt. Belanghebbende komt voor deze jaren niet in aanmerking voor compensatie op grond van de Wht. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Compensatie
Volgens UHT is sprake van hardheid in 2006 en vooringenomenheid in 2007.
Op basis hiervan is aan belanghebbende compensatie toegekend. UHT verwijst voor de uitleg van de compensatieberekening naar de bijlage van het bestreden besluit, de schriftelijke reactie en het informatie- en beoordelingsformulier.
UHT heeft aangegeven in de schriftelijke reactie dat de componenten a, c, e, h, o, p en q niet juist zijn berekend. Omdat de aanpassingen in het nadeel van belanghebbende zijn, worden de bedragen niet gecorrigeerd. De Commissie sluit zich aan bij dit standpunt.
Vergoeding proceskosten
Met betrekking tot de kosten van de rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure geldt dat, nu het bezwaar in de visie van de Commissie ongegrond is, de belanghebbende geen recht heeft op vergoeding.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en om het verzoek om proceskostenvergoeding af te wijzen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter