BAC 2025-15689
Publicatiedatum 08-04-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 11 januari 2024 met kenmerk UHT-HD WS
(hierna: bestreden beschikking)
Hoorzitting: 24 oktober 2025 om 11:00 uur
Overdracht advies aan UHT: 11 december 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar deels gegrond te verklaren en het verzoek om proceskosten-vergoeding af te wijzen.
Onderwerp van advies
Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen beschikking aanvullende werkelijke schadevergoeding na advies van de Commissie Werkelijke Schade (hierna: CWS).
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) aanvullende werkelijke schade toegekend voor een bedrag van
€ 13.321.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 19 mei 2022 verzocht om aanvullende werkelijke schadevergoeding bij de CWS.
- Op 24 oktober 2023 heeft medisch deskundige Sanacare een advies uitgebracht.
- Op 21 december 2023 heeft de CWS geadviseerd om een aanvullende werkelijke schadevergoeding toe te kennen van € 13.321.
- UHT heeft bij beschikking van 11 januari 2024 het advies van de CWS gevolgd en een aanvullende werkelijke schadevergoeding toegekend van € 13.321.
- Bij brief van 24 juli 2024 heeft gemachtigde tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend. Op 12 november 2024 en 14 januari 2025 heeft hij het bezwaarschrift aangevuld.
- UHT heeft op 23 april 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 24 oktober 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Toetsingskader
In het kader van de hersteloperatie kinderopvangtoeslag biedt de wet gedupeerde ouders de mogelijkheid – naast de (deels) forfaitaire compensatie – ook een verzoek tot vergoeding van aanvullende compensatie voor werkelijke schade te doen. Artikel 2.1, derde lid, Wht vermeldt de gang van zaken rondom de indiening van dit verzoek, dat met toepassing van het civielrechtelijke schadevergoedings-recht wordt beoordeeld (zie ook Afdeling Bestuursrechtspraak 27 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3620). De gedupeerde ouder dient daarbij informatie te verschaffen waaruit aannemelijk wordt i) dat en in welke mate daadwerkelijk sprake is van aanvullende schade en ii) dat die schade het gevolg is van de handelswijze van de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) waarvoor de ouder al gecompenseerd is. Na haar beoordeling of een gedupeerde ouder recht heeft op aanvullende compensatie, brengt CWS haar advies daarover uit aan UHT. UHT mag zich op het onderzoek van CWS baseren, nadat ze zich ervan vergewist heeft dat het advies zorgvuldig tot stand is gekomen, de redenering daarvan begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Dit volgt uit artikel 3:9 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).UHT kan ter motivering van haar besluit over aanvullende compensatie volstaan met verwijzing naar het advies van CWS, als het advies zelf de toereikende motivering bevat en van het advies kennis is of wordt gegeven.
Het is mogelijk dat UHT in uitzonderlijke gevallen tot een beslissing komt die ten nadele van de belanghebbende afwijkt van het advies van CWS, maar dit moet zij dan goed onderbouwen. In een bezwaarprocedure als deze beoordeelt de Commissie of UHT op een juiste wijze invulling heeft gegeven aan de hier bedoelde ‘vergewisplicht’. Deze toets vindt in beginsel plaats aan de hand van de door belanghebbende ingediende gronden van het bezwaar. Als UHT in negatieve zin is afgeweken van het advies van CWS, beoordeelt de Commissie of dit goed onderbouwd heeft plaatsgevonden. Omdat de beslissing op het verzoek om aanvullende compensatie in overeenstemming moet zijn met het civiele schadevergoedingsrecht, houdt de vergewisplicht in dat de Commissie voor haar advisering zelfstandig onderzoekt of CWS en in haar voetspoor UHT een juiste toepassing hebben gegeven aan de regels van dat schadevergoedingsrecht. De Commissie zal aan de hand van deze uitgangspunten beoordelen of UHT in dit geval op goede gronden het advies van CWS heeft gevolgd.
Inhoudelijke beoordeling
Inkomensschade
Ten aanzien van deze schadepost heeft UHT advies ingewonnen bij een medisch adviseur. Aan deze medische adviseur is het medisch dossier van belanghebbende ter beschikking gesteld. In het medisch advies met dagtekening 23 oktober 2023, komt de medische adviseur, Sanacare, tot de conclusie dat het niet aannemelijk is dat de medische problemen van belanghebbende zijn veroorzaakt of verergerd door de KOT problemen. De oorzaak van de medische klachten liggen met name in meerdere traumatische ervaringen die belanghebbende heeft meegemaakt, op basis waarvan ze een posttraumatische stress stoornis heeft ontwikkeld. Er wordt niet gesproken over problemen met de KOT. Hoewel het medisch advies wat summier is, ziet de Commissie geen reden om de juistheid van dit advies in twijfel te trekken. Naar het oordeel van de Commissie mochten CWS en UHT zich op vorenbedoeld medisch advies baseren. Het door belanghebbende ingebrachte medische stuk van 1 oktober 2025 van de GGZ [naam instelling] leidt niet tot een ander oordeel nu hier enkel in staat dat belanghebbende slachtoffer is van de Toeslagenaffaire en geen onderbouwing geeft voor een, gesteld, causaal verband tussen de psychische klachten en de KOT problematiek. De Commissie volgt UHT in het standpunt dat dit stuk onvoldoende is om een nieuw medisch advies aan te vragen. De Commissie adviseert UHT om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Overige afgewezen schadeposten
De overige door belanghebbende opgevoerde schadeposten, zoals de kosten voor rijles en het eigen risico van de zorgverzekering, zijn afgewezen. Hoewel de CWS deze posten niet had beoordeeld in haar advies, heeft UHT hier alsnog een standpunt over ingenomen in de beschouwing. UHT stelt dat ten aanzien van deze schadeposten geen oorzakelijk verband aannemelijk is geworden tussen de gestelde schade en de problematiek bij de KOT. De Commissie kan UHT hierin volgen. Met betrekking tot de stelling van belanghebbende dat niet ontvangen toeslagen door verrekening ook in aanmerking moeten komen voor vergoeding, volgt de Commissie UHT eveneens in haar standpunt dat belanghebbende hiervoor al is gecompenseerd bij de integrale beoordeling.
Toegekende vergoedingen
In de beschouwing heeft UHT aangegeven dat belanghebbende op grond van het aangepaste schadekader in aanmerking komt voor een extra vergoeding voor de verkoop van sieraden (€ 2.000), immateriële schade (€ 6.400) en verletdagen en reiskosten regelzaken (€ 1.500). UHT heeft tevens aangegeven dat belang-hebbende recht heeft op een vaste vergoeding van € 500,- (inclusief wettelijke rente) voor de tijd en kosten die belanghebbende kwijt is aan de procedure bij de CWS en een vergoeding van 1% van € 195. De Commissie adviseert UHT de in de beschouwing toegezegde vergoeding bij de beslissing op bezwaar gestand te doen.
Geen proceskostenvergoeding bij wijziging schadekader
Ingevolge artikel 7:15 van de Algemene wet bestuursrecht wordt een proces-kostenvergoeding toegekend indien het bestreden besluit wordt herroepen wegens een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. Daar is in deze bezwaarprocedure geen sprake van, nu de beschikking bij beslissing op bezwaar wordt aangepast naar aanleiding van een wijziging van het schadebeleid van CWS. Een vergoeding voor de gemaakte proceskosten is daarom niet aan de orde.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om:
- Het bezwaar tegen de beschikking met kenmerk UHT-HD WS deels gegrond te verklaren en de aanvullende werkelijke schadevergoeding aan te passen met inachtneming van dit advies en het besluit in zoverre te beroepen;
- Het bezwaar voor het overige ongegrond te verklaren; en
- Het verzoek om een proceskostenvergoeding af te wijzen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter