BAC 2025-15668
Publicatiedatum 29-07-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 21 september 2022 (UHT-DC-I A)
Hoorzitting: 19 november 2025 om 14.15 uur
Overdracht advies aan UHT: 23 december 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek om vergoeding van de proceskosten af te wijzen.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 21 september 2022. Aan belanghebbende is met toepassing van de Compensatieregeling CAF 11 en vergelijkbare (CAF-)zaken van 28 augustus 2020 (Stcrt. 2020, nr. 45904) geen compensatie toegekend voor de jaren 2007 en 2008.
Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen, hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en 9.2 Wht moet de bestreden beschikking geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 20 augustus 2020 verzocht om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT). In overleg met de persoonlijk zaakbehandelaar heeft de beoordeling plaatsgevonden over de jaren 2007 en 2008.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 6 juli 2022 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
- UHT heeft bij besluit van 21 september 2022 (hierna: het bestreden besluit) aan belanghebbende medegedeeld dat hij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2007 en 2008.
- Gemachtigde heeft bij brief van 29 maart 2024, ingekomen op diezelfde datum, tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 18 juni 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 19 november 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Gemachtigde heeft, daartoe door de Commissie verzocht, de tijdens de hoorzitting na voren gebrachte aanvullende bezwaargronden op 26 november 2025 aan de Commissie en UHT gezonden. UHT heeft daarop gereageerd in een aanvullende schriftelijke beschouwing van 10 december 2025 en daarbij enkele producties overgelegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Afwijzing compensatie 2008
Belanghebbende meent dat sprake is van hardheid over het jaar 2008 en dat hij in aanmerking komt voor compensatie. Hij licht toe dat hij zelf geen opvang heeft afgenomen in 2008. De KOT stond op naam van zijn ex-partner en zij heeft opvang afgenomen. De KOT is uitbetaald aan kinderopvanginstelling [naam] maar van belanghebbende teruggevorderd. Hij verwijst daarbij naar het betaal- en verrekenoverzicht over het 2008 (hierna: LIC-overzicht), waaruit volgens belanghebbende kan worden herleid dat hij €2.640,- aan KOT heeft moeten terugbetalen. Belanghebbende betwist daarnaast dat hij de KOT in 2008 heeft stopgezet. Tot slot wijst belanghebbende erop dat de LIC-overzichten in het dossier waarover hij beschikt niet volledig zijn, omdat een deel daarvan (de rechterkolom) ontbreekt.
De Commissie overweegt als volgt.
Uit de voorhanden stukken volgt dat de KOT in 2008 tweemaal is stopgezet met ingang van 1 januari 2008: eerst op 15 februari 2008 (Xml-bestand pagina 143 bezwaardossier) en daarna op 7 juli 2008 (Xml-bestand pagina 145 bezwaardossier). Alle gegevens van belanghebbende zijn in deze stukken ingevuld. De Commissie acht het op basis van deze Xml-bestanden niet aannemelijk dat de stopzettingen door een ander dan belanghebbende zijn gedaan. Voor de stelling van belanghebbende dat de stopzettingen door Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) zijn gedaan, heeft de Commissie geen aanknopingspunten in het dossier gevonden.
UHT heeft bij haar aanvullende beschouwing alsnog de volledige LIC-overzichten 2007 en 2008 overgelegd, inclusief de rechterkolommen die eerder ontbraken. Uit het LIC-overzicht 2008 blijkt dat in totaal een bedrag van €2.640,- aan KOT is overgemaakt aan kinderopvanginstelling [naam]. Hetzelfde bedrag heeft [naam] op 20 augustus 2008 teruggestort aan B/T. Dat volgt uit een bewijsstuk dat UHT bij haar nadere schriftelijke beschouwing heeft overgelegd. De stelling van belanghebbende dat voormeld bedrag van hem werd teruggevorderd, is dus in strijd met de feiten. Belanghebbende kan daarom niet worden gevolgd in zijn beroep op hardheid. Het bezwaar van belanghebbende kan niet slagen.
Proceskostenvergoeding
Nu het bezwaar naar de opvatting van de Commissie ongegrond is, is er geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter