BAC 2025-15666
Publicatiedatum 22-07-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 6 maart 2024 (UHT-DCHOA)
Hoorzitting: 30 oktober 2025
Overdracht advies aan UHT: 29 januari 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2017 tot en met 2019.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 30 november 2022 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2017 tot en met 2019.
- UHT heeft op 12 februari 2024 bij vooraankondiging met kenmerk UHT-VCH A aan belanghebbende geen compensatie toegekend.
- UHT heeft op 6 maart 2024 bij het bestreden besluit met kenmerk UHT-DCHOA aan belanghebbende geen compensatie toegekend.
- Gemachtigde heeft bij brief van 28 maart 2024, ingekomen op 28 maart 2024, tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 24 maart 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 22 oktober 2025 heeft gemachtigde de Commissie per e-mail bericht dat belanghebbende afziet van de mogelijkheid om op haar bezwaarschrift te worden gehoord.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Persoonlijk dossier
Belanghebbende verzoekt om het persoonlijk dossier te overleggen. De Commissie is van oordeel dat dit verzoek op zichzelf niet is aan te merken als een bezwaar in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Voor zover daarmee echter bedoeld wordt dat het procesdossier niet volledig is, is het bezwaar ongegrond. De commissie vindt dat UHT met het toezenden van de schriftelijke reactie/beschouwing en de stukken die daaraan ten grondslag liggen heeft voldaan aan haar verplichting op grond van artikel 7:4 lid 2 Awb om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. Aan de hand daarvan kan het bestreden besluit in de beslissing op bezwaar worden hersteld. Dat kan anders zijn als de belanghebbende een duidelijk aanknopingspunt geeft voor een reden waarom het persoonlijk dossier moet worden afgewacht. Dat is hier niet gebeurd. De enkele mogelijkheid dat - bij onbekendheid van de stukken in dat dossier - nog relevante informatie ontbreekt, is niet voldoende.
Equality of arms
Belanghebbende stelt dat er geen sprake is van equality of arms en dat zij hierdoor in haar procesbelang is geschaad. De Commissie wijst erop dat het beginsel van equality of arms niet van toepassing is in de bezwaarfase (ABRvS 21-12-2016, ECLI:NL:RVS:2016:3391, Zaaknr. 201601392/1/A). Voor zover belanghebbende daarmee heeft bedoeld dat zij niet beschikt over het volledige procesdossier vindt de Commissie dat UHT met het toezenden van de schriftelijke reactie/beschouwing en de stukken die daaraan ten grondslag liggen, zoals hiervoor al uiteen is gezet in reactie op de eerste door belanghebbende aangevoerde grond voor bezwaar, heeft voldaan aan haar verplichting op grond van artikel 7:4 lid 2 Awb om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen.
Onvoldoende gemotiveerd
Belanghebbende betoogt dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd. Voor zover het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid of gemotiveerd, kan UHT naar het oordeel van de Commissie, de gebreken herstellen aan de hand van wat daarover in haar beschouwing is opgemerkt.
Hardheid
Belanghebbende voert aan dat zij op grond van hardheid in aanmerking komt voor een compensatie van de schade die zij heeft geleden door de verrekeningen van de terugvorderingen met nadien toegekende toeslagen (waaronder de toegekende KOT). Belanghebbende veronderstelt dat de Belastingdienst / Toeslagen (hierna: B/T) bij deze verrekeningen geen rekening heeft gehouden met de beslagvrije voet.
De Commissie overweegt dat deze verrekeningen onderdeel zijn van de uitvoering die door B/T aan de KOT is gegeven. Het verrekenen van terechte terugvorderingen levert geen grond op voor compensatie wegens hardheid van het stelsel. Uit de wetsgeschiedenis van de Wht en systematiek van de compensatieregeling kan niet worden afgeleid dat de wetgever dergelijke gevallen voor ogen heeft gehad. De wetgever heeft de situatie van verrekening niet expliciet genoemd. Bij de bepaling van de hoogte van de compensatie in de artikelen 2.2 en 2.3 Wht wordt aangesloten bij het bedrag van de weigering, terugvordering of stopzetting van KOT die een direct gevolg is van onder andere hardheid. De verrekening van een op zichzelf terechte terugvordering of stopzetting valt daar niet onder. De vraag of, en zo ja in hoeverre rekening is gehouden met de belastingvrije voet bij verrekeningen met andere toeslagen valt derhalve buiten de reikwijde van de compensatie op grond van de Wht en daarmee buiten de reikwijdte van deze bezwaarprocedure.
Proceskostenvergoeding
Nu de Commissie niet adviseert het primaire besluit te herroepen, is er geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek om een proceskostenvergoeding af te wijzen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter