BAC 2025-15661
Publicatiedatum 28-05-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 26 januari 2024 (UHT-DCHOA)
Overdracht advies aan UHT: 7 april 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren, het bestreden besluit in stand te laten en geen proceskostenvergoeding toe te kennen.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen het door UHT genomen definitieve besluit compensatie kinderopvangtoeslag
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2009 t/m 2012.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 22 juni 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2009 t/m 2017. In overleg met belanghebbende is de herbeoordeling beperkt tot de jaren 2009 t/m 2012.
- UHT heeft bij besluit van 16 februari 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000 op grond van de Catshuisregeling en dat de Integrale Beoordeling in gang wordt gezet.
- De Commissie van Wijzen heeft op 18 januari 2024 aan UHT geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
- UHT heeft bij het bestreden besluit aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2009 t/m 2012.
- Gemachtigde heeft op 27 februari 2024 tegen dit besluit bezwaar gemaakt.
- UHT heeft op 11 maart 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaar.
- Gemachtigde heeft de Commissie op 15 januari 2026 meegedeeld dat belanghebbende geen gebruik wenst te maken van het recht om gehoord te worden en verzocht om een schriftelijke ronde voor het aanvullen van het bezwaar toe te staan.
- De Commissie heeft gemachtigde in de gelegenheid gesteld om uiterlijk 17 februari 2026 aanvullende gronden in te dienen. Gemachtigde heeft op 16 februari 2026 aanvullende gronden ingediend.
- De Commissie heeft UHT in de gelegenheid gesteld om uiterlijk op 26 februari 2026 op de aanvullende gronden van gemachtigde te reageren. UHT heeft geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid, zodat de Commissie overgaat tot advisering.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.
Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel
Voor zover er sprake is van onzorgvuldige voorbereiding of gebreken in de motivering van het bestreden besluit, kan dat in de beslissing op bezwaar door UHT worden hersteld aan de hand van wat daarover in haar beschouwing is opgemerkt. De Commissie ziet nu niet in waarom UHT het persoonlijk verhaal van belanghebbende – onder meer blijkend uit het beoordelingsformulier – onvoldoende in kaart heeft gebracht.
Persoonlijk dossier
Belanghebbende stelt dat zonder het volledige persoonlijke dossier niet kan worden beoordeeld of alle relevante stukken er zijn. De Commissie volgt dit standpunt van belanghebbende niet. De schriftelijke beschouwing en de stukken die daaraan ten grondslag liggen, zijn aan belanghebbende toegezonden. De Commissie vindt dat UHT met het toezenden van deze stukken heeft voldaan aan de verplichting op grond van artikel 7:4 lid 2 Algemene wet bestuursrecht (Awb) om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. Dat kan anders zijn als de belanghebbende een duidelijk aanknopingspunt geeft waarom het persoonlijk dossier moet worden afgewacht. Dat is hier niet gebeurd. De enkele opmerking dat bij onbekendheid van de stukken in dat dossier het mogelijk is dat er nog relevante informatie ontbreken, is niet voldoende. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Beoordeling per jaar
Belanghebbende stelt dat de jaren in de beoordeling niet op zichzelf staan. Als in een jaar ten onrechte KOT is teruggevorderd, zijn de gevolgen ook in de jaren ervoor en erna gevoeld. Een selectie in jaren op basis van neerwaartse correcties of nihilstellingen doet geen recht aan de situatie van gedupeerde ouders. De Commissie wijst in dit verband op de wetsgeschiedenis van de Wht. In de Memorie van Toelichting wordt dit punt expliciet besproken: “Bij integrale beoordeling wordt vastgesteld wat er is misgegaan met de kinderopvangtoeslag bij een gedupeerde ouder en wordt per berekeningsjaar het herstelbedrag vastgesteld dat op grond van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 van dit wetsvoorstel wordt toegekend.” (Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 36 151, nr. 3, p. 19).
De Commissie leidt hieruit af dat het kennelijk niet de bedoeling van de wetgever is geweest om een vaststelling van gedupeerd zijn van een toeslagouder automatisch door te trekken naar andere jaren. Volgens de Commissie zal daarom per jaar opnieuw moeten worden vastgesteld of sprake is geweest van vooringenomen handelen dan wel hardheid en of de werkwijze van UHT begrijpelijk en daarmee in overeenstemming is. De enkele – niet nader met feiten of omstandigheden onderbouwde – stelling dat van vooringenomenheid sprake moet zijn geweest in andere toeslagjaren als eenmaal sprake is geweest van vooringenomen handelen door de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) of bijzondere omstandigheden acht de Commissie daarom in zijn algemeenheid onjuist.
Dit deel van het bezwaar acht de Commissie daarom ongegrond. De Commissie adviseert UHT om overeenkomstig te beslissen.
Omissies/niet toegekende KOT
Volgens belanghebbende heeft UHT de juistheid van de hoogte van de KOT, zoals indertijd definitief vastgesteld, ten onrechte niet beoordeeld. De Commissie overweegt dat de Wht uitsluitend is bedoeld voor herstel van vooringenomen handelen door B/T, van hardheid en/of van een onterechte kwalificatie opzet/grove schuld (hierna: O/GS). De Wht ziet niet op de herziening van in het verleden genomen definitieve KOT beschikkingen. Een beoordeling daarvan valt buiten de reikwijdte van de Wht. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Artikel 19 Awir
Belanghebbende stelt dat de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) op grond van artikel 19 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) destijds binnen een termijn van negen maanden definitief had moeten beslissen over de KOT, maar dat niet heeft gedaan. De Commissie is van oordeel dat dit bezwaar – wat daar verder ook van zij - buiten het bereik van deze (bezwaar)procedure valt en laat het daarom verder onbesproken.
Informatie uit de KOI-viewer
Belanghebbende stelt dat de B/T voor het vaststellen van de KOT niet blindelings op de KOI-viewer mag vertrouwen, omdat kinderopvanginstellingen niet verplicht zijn om de gegevens in de viewer in te vullen.
De Commissie gaat er van uit dat B/T en UHT in beginsel mogen uitgaan van de informatie uit de KOI-viewer, tenzij er contra-indicaties zijn die het tegendeel aannemelijk maken. Belanghebbende heeft geen informatie naar voren gebracht waaruit blijkt dat de informatie uit de KOI-viewer niet juist is. Deze bezwaargrond treft geen doel. De Commissie adviseert UHT dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Registratie KOI
Belanghebbende heeft aangevoerd dat gebreken in de registratie van een kinderopvanginstelling (hierna: KOI) belanghebbende niet behoren te worden tegengeworpen.
Met UHT stelt de Commissie vast dat in het geval van belanghebbende niet is gebleken van gebreken in de registratie van de KOI waarvan belanghebbende gebruik heeft gemaakt. De Commissie adviseert UHT derhalve dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
FSV-lijst
De Commissie stelt vast dat uit het bezwaardossier blijkt dat belanghebbende niet voorkomt op de FSV-lijst. Het FSV-systeem is een systeem dat niet meer wordt gebruikt en daarom uitsluitend kan worden geraadpleegd door medewerkers met een speciale bevoegdheid. In de schriftelijke beschouwing is, samen met een kopie Dagboek FSV, aangegeven dat belanghebbende niet voorkomt op de FSV-lijst. De Commissie overweegt dat UHT mag uitgaan van de juistheid van deze constatering.
Onderliggende stukken O/GS-beoordeling
Gemachtigde verzoekt in het aanvullend bezwaarschrift om alle O/GS-stukken. Zij acht deze stukken van groot belang om een volledige beoordeling te kunnen maken.
De Commissie stelt vast dat uit het dossier volgt dat UHT tot de conclusie komt dat geen sprake is geweest van een (onterechte) kwalificatie O/GS. Dat laat onverlet dat de Commissie meent dat belanghebbende recht heeft op de onderliggende stukken die ten grondslag hebben gelegen aan de O/GS-beoordeling. De Commissie wijst in dit verband op de motie van het kamerlid Ergin die op 10 maart 2026 is aangenomen (Tweede Kamer, vergaderjaar 2025-2026, 36 708, nr. 68) en waarin de Kamer heeft uitgesproken dat UHT standaard en actief inzage geeft in alle stukken die ten grondslag liggen aan de O/GS kwalificatie. Als de beoordeling van UHT (mede) rust op de vaststelling dat geen informatie beschikbaar is over belanghebbende in een geraadpleegde gegevensbron, dan moet UHT die vaststelling onderbouwen met bijvoorbeeld een schermafbeelding van de resultaten en geraadpleegde systemen. Volledigheidshalve verwijst de Commissie ook naar de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 6 februari 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:1545.
Derhalve adviseert de Commissie aan UHT om voorafgaand aan het besluit op bezwaar, met inachtneming van bovenstaande, inzage te geven in alle stukken die ten grondslag liggen aan de O/GS-beoordeling en om belanghebbende de gelegenheid te geven hierop te reageren, eveneens voorafgaand aan het besluit op bezwaar.
Discriminatie
Van aanwijzingen dat in het geval van belanghebbende sprake is geweest van discriminatie, is de Commissie uit de ter beschikking staande stukken niet gebleken.
Toeslagjaren 2009 tot en met 2011
Belanghebbende voert aan dat haar ten onrechte geen compensatie is toegekend voor de jaren 2009 tot en met 2011.
De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om te adviseren dat B/T bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor de toeslagjaren 2009 tot en met 2011 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt.
De neerwaartse wijziging in KOT over het toeslagjaar 2009 was gelegen in informatie uit de KOI-viewer (bladzijde 107 van het dossier). De Commissie ziet in het dossier geen feiten of omstandigheden, die voor B/T aanleiding hadden moeten zijn om aan de juistheid van deze informatie te twijfelen.
Over het toeslagjaar 2010 hebben drie neerwaartse wijzigingen in KOT plaatsgevonden. De neerwaartse wijziging van 22 januari 2010 was gelegen in een door belanghebbende doorgegeven wijziging in het aantal afgenomen opvanguren. In het dossier is een TVS-melding van de desbetreffende wijziging aanwezig (bladzijde 123 dossier). De neerwaartse wijziging van 15 april 2010 was het gevolg van een verhoging van het (gezamenlijke) toetsingsinkomen van belanghebbende en haar toeslagpartner - en in een lager aantal afgenomen opvanguren (bladzijde 129 dossier). De neerwaartse wijziging van 16 maart 2013 was gelegen in een verhoging van het (gezamenlijke) toetsingsinkomen (bladzijde 163 dossier). Belanghebbende heeft niet betwist dat de afnames van het aantal opvanguren en de verhogingen van het toetsingsinkomen hebben plaatsgevonden en juist zijn verwerkt.
De neerwaartse wijziging in KOT over het toeslagjaar 2011 was eveneens gelegen in een verhoging van het gezamenlijke toetsingsinkomen (bladzijde 183 dossier).
De neerwaartse bijstellingen waren gebaseerd op de vaststelling dat een te hoog voorschot was toegekend en zijn in overeenstemming met de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen recht op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten om hier ten aanzien van belanghebbende anders over te oordelen. Er was ook geen onterechte kwalificatie O/GS, zodat er ook geen aanspraak is op een daarop gebaseerde vergoeding. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Toeslagjaar 2012
Belanghebbende voert aan dat haar ten onrechte geen compensatie is toegekend voor het jaar 2012.
De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om te adviseren dat B/T bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor het toeslagjaar 2012 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt.
De neerwaartse wijzigingen in KOT over het toeslagjaar 2012 waren gelegen in een verhoging van het (gezamenlijke) toetsingsinkomen van belanghebbende en haar toeslagpartner en in een stopzetting van de KOT door belanghebbende zelf - per 1 juli 2012. Belanghebbende heeft betwist, dat zij de KOT heeft stopgezet. In het dossier is een TVS-melding van de desbetreffende stopzetting opgenomen (bladzijde 317dossier). De Commissie is van oordeel dat door deze TVS-melding en het ontbreken van aanwijzingen, dat de TVS melding niet door belanghebbende is gedaan, het voldoende aannemelijk is geworden dat belanghebbende de KOT over het toeslagjaar 2012 zelf heeft stopgezet.
De bijstellingen zijn in overeenstemming met de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen recht op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten om hier ten aanzien van belanghebbende anders over te oordelen. Er was ook geen onterechte kwalificatie O/GS, zodat er ook geen aanspraak is op een daarop gebaseerde vergoeding. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Kosten rechtsbijstand
Nu het bezwaar naar het oordeel van de Commissie ongegrond is en het bestreden besluit niet behoeft te worden herroepen, adviseert de Commissie om het verzoek om een vergoeding voor de kosten van rechtsbijstand af te wijzen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en het bestreden besluit in stand te laten.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter