Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-15644

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Dienst Toeslagen / Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen
(hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 30 november 2023 (UHT-DCHA)

Hoorzitting: 23 september 2025

Overdracht advies aan UHT: 3 oktober 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en geen proceskostenvergoeding toe te kennen.

Onderwerp van advies

De gemachtigde heeft namens de belanghebbende bezwaar gemaakt tegen het besluit van 30 november 2023 waarbij belanghebbende is meegedeeld:

  • dat er bij de herbeoordeling over toeslagjaar 2008 niet is gebleken van fouten en dat belanghebbende daarom geen recht heeft op compensatie (UHT-DCHA).

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft een verzoek gedaan voor een herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag (hierna: KOT).
  • Bij brief van 30 november 2023 is vorenstaand besluit meegedeeld aan belanghebbende.
  • Bij brief van 5 december 2023 heeft gemachtigde hiertegen bezwaar gemaakt.
  • Op 18 juni 2025 heeft UHT een schriftelijke reactie ingediend.
  • Op 23 september 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Het hoorverslag is bij dit advies gevoegd.
  • De Commissie, bestaande uit de voorzitter en 2 commissieleden, heeft dit advies behandeld.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Schending zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel
Belanghebbende betoogt dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd en onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen. Voor zover sprake is van onzorgvuldige voorbereiding of gebreken in de motivering van het bestreden besluit kunnen die gebreken naar het oordeel van de Commissie in de beslissing op bezwaar door UHT worden hersteld aan de hand van wat daarover in haar beschouwing is opgemerkt.

Herbeoordeeld toeslagjaar
De KOT voor 2008 is, naar op grond van de stukken aannemelijk is geworden, bijgesteld naar aanleiding van een door belanghebbende doorgevoerde stopzetting van de KOT. De Commissie heeft geen aanleiding om te twijfelen aan de productie waaruit de stopzetting blijkt. Onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat de stopzetting heeft plaatsgevonden op (uitdrukkelijk) verzoek van de Belastingdienst/Toeslagen (B/T). Het (gestelde) bericht van de B/T aan belanghebbende dat er fraude was bij de kinderopvanginstelling destijds, zou voor haar geen noodzaak hoeven zijn om over te gaan tot stopzetting en niet voor een andere optie te kiezen.

De slotsom is dat de verplichting tot terugbetaling van de KOT voor 2008 het gevolg is van reguliere correcties. Dat kan niet worden aangemerkt als institutioneel vooringenomen handelen. De reguliere correcties wijzen ook niet op onbillijkheden vanwege de hardheid waarmee het wettelijk systeem werd toegepast. Daarbij ligt het in de aard van een voorschot besloten dat de werkelijke, later vast te stellen aanspraak, op een lager bedrag kan uitkomen. Aan een voorschot kan in beginsel niet het gerechtvaardigd vertrouwen worden ontleend dat een definitieve aanspraak op een daarmee overeenstemmend bedrag bestaat.

De Commissie begrijpt dat het terugbetalen van de KOT voor belanghebbende niet makkelijk zal zijn geweest, maar haar situatie houdt uiteindelijk geen verband met de problematiek waarvoor de hersteloperatie in het leven is geroepen.

Tot slot merkt de Commissie op dat de zaak waarnaar is verwezen door gemachtigde op de hoorzitting niet vergelijkbaar is met deze. Immers, in die zaak werd een bedrag van € 1.285 van belanghebbende teruggevorderd, terwijl er geen KOT aan belanghebbende of de kinderopvanginstelling was uitbetaald. In deze zaak werd er wel KOT uitbetaald aan de kinderopvanginstelling. Dat maakt die zaak wezenlijk anders dan deze. Daarom is er naar het oordeel van de Commissie geen sprake van gelijke gevallen die hetzelfde moeten worden behandeld.

Proceskostenvergoeding
Gemachtigde heeft ten slotte een verzoek gedaan tot vergoeding van de kosten voor rechtsbijstand. Omdat het bezwaar ongegrond is, komt hij niet in aanmerking voor toekenning van een proceskostenvergoeding.

Conclusie

Gelet op het vorenstaande adviseert de Commissie:

  • het bezwaar ongegrond te verklaren en het bestreden besluit niet te herroepen;
  • geen proceskostenvergoeding toe te kennen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter