Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-15588

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 10 juli 2024 (UHT-DCHOA)

Hoorzitting: n.v.t.

Overdracht advies aan UHT: 17 maart 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren. Voorts adviseert de Commissie om het verzoek voor een proceskostenvergoeding af te wijzen.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking beoordeling kinderopvangtoeslag van 10 juli 2024 met kenmerk UHT-DCHOA (hierna: de bestreden beschikking).

In de bestreden beschikking heeft UHT aan belanghebbende meegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor compensatie op grond van een herstelregeling voor de toeslagjaren 2010 tot en met 2013.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 15 februari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT).
  • UHT heeft bij vooraankondiging van 29 april 2024 aan belanghebbende meegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor compensatie op grond van een herstelregeling.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 27 juni 2024 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij bestreden beschikking aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de toeslagjaren 2010 tot en met 2013.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 21 augustus 2024, ingekomen op 21 augustus 2024, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 9 juni 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 20 januari 2026 is vanuit de Commissie aan gemachtigde een bericht verzonden dat het de Commissie bekend is dat gemachtigde vanaf oktober 2025 afziet van hoorzittingen in zaken waar zij belanghebbenden bijstaat. Aan gemachtigde wordt binnen een door de Commissie vastgestelde termijn de gelegenheid geboden om aanvullende standpunten en/of stukken in te dienen alvorens de Commissie overgaat tot advisering. De Commissie stelt vast dat gemachtigde tot en met 24 februari 2026 hiervoor de termijn heeft gekregen. Er is vanuit gemachtigde geen reactie ontvangen.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.

Geen persoonlijk dossier en/of onvolledig bezwaardossier

Belanghebbende voert in bezwaar aan dat zij niet de beschikking heeft over alle benodigde informatie om het bestreden besluit te kunnen controleren. Zij heeft namelijk niet de beschikking over haar persoonlijk dossier en/of het volledige bezwaardossier.

Belanghebbende stelt dat zonder het volledige persoonlijke dossier en/of het volledige bezwaardossier niet kan worden beoordeeld of alle relevante stukken er zijn. De Commissie volgt dit standpunt van belanghebbende niet. De schriftelijke reactie en de stukken die daaraan ten grondslag liggen, zijn aan belanghebbende toegezonden. De Commissie vindt dat UHT met het toezenden van deze stukken heeft voldaan aan haar verplichting op grond van artikel 7:4 lid 2 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. Dat kan anders zijn als de belanghebbende een duidelijk aanknopingspunt geeft voor een reden waarom het persoonlijk dossier of aanvullende stukken moeten worden afgewacht. Dat is hier niet gebeurd. De enkele mogelijkheid dat – bij onbekendheid van de stukken in dat dossier - nog relevante informatie ontbreekt, is niet voldoende. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel

Belanghebbende betoogt dat het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen. Voor zover sprake is van een onzorgvuldige voorbereiding van het bestreden besluit, kan dit gebrek naar het oordeel van de Commissie in de beslissing op bezwaar door UHT worden hersteld aan de hand van wat daarover in haar beschouwing is opgemerkt. Op dit punt treft het bezwaar geen doel.

Geen compensatie

Belanghebbende stelt dat zij recht heeft op compensatie over de toeslagjaren 2010 tot en met 2013.

De Commissie overweegt dat niet aannemelijk is geworden dat bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT over de toeslagjaren 2010 tot en met 2013 sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door de Belastingdienst/Toeslagen dan wel hardheid van het stelsel als bedoeld in de Wht. De (hoogte van de) terugvorderingen KOT zijn door UHT in de schriftelijke reactie nader onderbouwd en deze komen voort uit reguliere wijzigingen. De bijstellingen zijn daarmee conform de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven, gelet op artikel 2.1, lid 1, onder b Wht, in beginsel geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft in het bezwaar geen aanknopingspunten gevonden om hier ten aanzien van belanghebbende anders over te oordelen. Verder is er ook geen sprake geweest van een onterechte kwalificatie opzet/grove schuld, zodat ook hierop geen aanspraak kan worden gemaakt. Belanghebbende komt voor deze jaren dus niet in aanmerking voor compensatie op grond van de Wht. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

De Commissie is, gelet op het voorgaande, van oordeel dat UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot het besluit om het verzoek om compensatie van belanghebbende af te wijzen. Daarom komt belanghebbende ook niet in aanmerking voor een aanvullende compensatie voor de werkelijke schade.

Vergoeding proceskosten

Met betrekking tot de kosten van de rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure geldt dat, nu het bezwaar in de visie van de Commissie ongegrond is, de belanghebbende geen recht heeft op vergoeding.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter