Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-15446

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Dienst Toeslagen / Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen
(hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 22 september 2023 (UHT-DCHOA)

Hoorzitting: 30 juni 2025 om 13:00 uur

Overdracht advies aan UHT: 15 juli 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 22 september 2023 (UHT-DCHOA).

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2010, 2011, 2012 en 2013.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 15 december 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2010 tot en met 2013.
  • UHT heeft bij beschikking van 16 mei 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000,-.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 11 juli 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij bestreden beschikking aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2010 tot en met 2013.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 2 november 2023 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 13 januari 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 30 juni 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 7 juli 2025 een nadere schriftelijke reactie ingediend. Gemachtigde heeft daar op 10 juli 2025 op gereageerd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.

Toeslagjaar 2010
Belanghebbende heeft in haar bezwaarschrift bevestigd dat zij de beoordeling van UHT over toeslagjaar 2010 juist acht. Dit toeslagjaar behoeft daarom geen verdere bespreking meer.

Toeslagjaar 2011
Uit de stukken in het dossier maakt de Commissie op dat de verlaging van de KOT over toeslagjaar 2011 is gebaseerd op de vaststelling van een hoger toetsings-inkomen dan vooraf opgegeven. Het recht op KOT van belanghebbende is op basis van dit hogere toetsingsinkomen naar beneden bijgesteld.

De belastingdienst/toeslagen (hierna: B/T) heeft de wettelijke taak om te controleren of de KOT voorschotten in een gegeven toeslagjaar terecht zijn uitgekeerd en, zo niet, om eventueel te veel uitgekeerde bedragen terug te vorderen. B/T mag vertrouwen op de inkomensgegevens van ouders zoals deze in het systeem van de belastingdienst worden verwerkt en de gegevens die ouders en kinderopvanginstellingen verstrekken.

De Commissie overweegt dat niet aannemelijk is geworden dat er bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT over toeslagjaren 2011 sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door B/T dan wel hardheid van het stelsel. De terugvordering KOT in toeslagjaar 2011 was gelegen in een te hoog voorschot dat op basis van reguliere wijzigingen opnieuw is berekend. Deze bijstellingen zijn conform de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming.
De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hier ten aanzien van belanghebbende anders over te oordelen. Verder is er ook geen sprake geweest van een onterechte kwalificatie O/GS, zodat ook hierop geen aanspraak kan worden gemaakt.

De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Toeslagjaren 2012 en 2013
Na bestudering van de stukken in het dossier acht de Commissie het aannemelijk dat belanghebbende op 23 januari 2013 telefonisch een stopzetting van de KOT heeft doorgegeven. Het is de afhandeling door B/T van deze stopzetting op basis waarvan belanghebbende thans stelt vooringenomen te zijn behandeld.

De Commissie overweegt als volgt: Door de medewerker van de belastingtelefoon die op 23 januari 2013 het gesprek voerde met belanghebbende, is de verkeerde ingangsdatum van de stopzetting van de KOT ingevoerd in het systeem van B/T.
De stopzetting had moeten plaatsvinden per 23 januari 2013 maar ging als gevolg van de fout een jaar eerder in, op 23 januari 2012. Op basis van deze, verkeerde, einddatum van de KOT heeft B/T het recht op KOT over toeslagjaar 2012 aanzienlijk verlaagd en het recht op KOT over toeslagjaar 2013 op nihil gesteld. Kort na ontvangst van deze twee beschikkingen heeft belanghebbende datum van de stopzetting van de KOT gecorrigeerd naar 23 januari 2013.

Deze correctie had als gevolg dat het recht op KOT van belanghebbende over toeslagjaar 2012 is hersteld. Het uiteindelijk definitief toegekende KOT-bedrag is gelijk aan het voorschot en er is niets teruggevorderd over toeslagjaar 2012.

De correctie had ook als gevolg dat het recht op KOT van belanghebbende over toeslagjaar 2013 is hersteld voor wat betreft de periode 1 januari 2013 tot 23 januari 2013.

De Commissie overweegt dat niet aannemelijk is geworden dat hier sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door B/T dan wel hardheid van het stelsel. Naar het oordeel van de Commissie gaat het hier om een menselijke fout die kort na de ontdekking daarvan is hersteld.

De Commissie adviseert UHT om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Proceskostenvergoeding
Nu het bezwaar naar het oordeel van de Commissie ongegrond is, heeft belanghebbende geen recht op een vergoeding van de kosten van rechtsbijstand. De Commissie adviseert UHT om dit verzoek af te wijzen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek voor een proceskostenvergoeding af te wijzen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter