Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-15436

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Dienst Toeslagen / Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen
(hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 1 februari 2024 (UHT-DCHO)

Hoorzitting: 22 juli 2025 om 14:00 uur

Overdracht advies aan UHT: 7 oktober 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen beschikking compensatie kinderopvang-toeslag van 1 februari 2024 met het kenmerk UHT-DCHO (hierna: de definitieve beschikking).

Aan belanghebbende is met toepassing van de Catshuisregeling een bedrag van
€ 30.000 toegekend. In de definitieve beschikking heeft UHT aangegeven dat belanghebbende recht heeft op een compensatie voor opzet/grove schuld
(hierna: O/GS) voor een bedrag van € 2.961 voor de jaren 2009, 2012 en 2013. Voor de overige betrokken jaren is geen compensatie toegekend.

Deze bezwaarschriftprocedure heeft alleen betrekking op de toekenning van de forfaitaire (standaard)vergoedingen en niet op de vergoeding van eventuele hogere werkelijke schade. Hiervoor is de procedure bij de Commissie Werkelijke Schade (CWS) bestemd.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 16 april 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2005 tot en met 2013.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 20 november 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de toeslagjaren 2005 tot en met 2013 geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • Belanghebbende heeft recht op een tegemoetkoming voor O/GS voor de toeslagjaren 2009, 2012 en 2013.
  • UHT heeft bij voorlopige beschikking van 5 december 2023 besloten dat belanghebbende recht heeft op € 30.000 op grond van de Catshuisregeling.
  • UHT heeft bij bestreden beschikking aan belanghebbende geen aanvullende compensatie toegekend. Belanghebbende heeft op grond van de Catshuisregeling een bedrag van € 30.000 ontvangen. Belanghebbende heeft voor 2009, 2012 en 2013 een tegemoetkoming voor O/GS toegekend gekregen.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 5 maart 2024 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 30 juni 2025 het bezwaarschrift aangevuld.
  • UHT heeft op 15 april 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 22 juli 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Op 30 juli 2025 heeft UHT, naar aanleiding van de hoorzitting, een aanvullende reactie opgesteld en de verzochte betaal- en verrekenoverzichten aangeleverd.
  • Op 6 augustus 2025 heeft gemachtigde namens belanghebbende aanvullende stukken verzonden.
  • Op 6 augustus 2025 heeft UHT op de aanvullingen van belanghebbende gereageerd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel
Belanghebbende stelt dat het besluit niet voldoende zorgvuldig is genomen en onvoldoende is gemotiveerd.

De Commissie overweegt dat na de door UHT in bezwaar ingediende beschouwing en de overgelegde stukken – waaronder een uitgebreide uitleg met behulp van de Landelijke Incasso Centrum (LIC) overzichten - in ieder geval geen sprake is van strijd met de door belanghebbende genoemde algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De vraag of die strijd er wel was ten tijde van de bestreden beschikking behoeft daarom in dit geval geen beantwoording. Wat nader is onderbouwd en uiteengezet omtrent de voorbereiding en motivering van de bestreden beschikking leidt immers niet tot het herroepen daarvan. De Commissie adviseert UHT om het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.

Vooringenomen handelen / hardheid
Belanghebbende stelt dat zij recht heeft op compensatie op grond van vooringenomen handelen of hardheid over de betrokken jaren. Ook met betrekking tot de jaren waarin een O/GS tegemoetkoming is toegekend, is B/T te streng geweest bij de uitvoering van de regels. Zij heeft veel ellende ondervonden in de betrokken jaren.

UHT heeft in haar schriftelijke reactie per toeslagjaar uiteengezet waarom belanghebbende niet in aanmerking komt voor een compensatie op grond van vooringenomenheid en/of hardheid.

De Commissie overweegt dat, gelet op hetgeen uit het dossier blijkt, niet aannemelijk is geworden dat er bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor toeslagjaren 2005 tot en met 2013 sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door de B/T dan wel hardheid van het stelsel. De terugvordering KOT over deze toeslagjaren was gelegen in een te hoog voorschot, dat op basis van reguliere wijzigingen opnieuw is berekend. Deze bijstellingen zijn conform de wet uitgevoerd.

Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hier ten aanzien van belanghebbende anders over te oordelen. Hierbij neemt de Commissie ook de door gemachtigde ter zitting overgelegde stukken in aanmerking. De Commissie acht de door UHT gegeven reactie van
30 juli 2025 op deze stukken en brieven navolgbaar.

Verder is er ook geen sprake geweest van een onterechte kwalificatie O/GS over de toeslagjaren 2005 tot en met 2008, 2010 en 2011, zodat ook dit niet kan leiden tot compensatie. Voor de toeslagjaren waarin belanghebbende wel is aangemerkt voor de kwalificatie van O/GS ziet de Commissie geen aanleiding om meer compensatie toe te kennen dan al is toegekend.

De Commissie onderschrijft met het voorgaande het standpunt van UHT zoals is toegelicht in de schriftelijke reactie en in de nader ontvangen reactie van 30 juli 2025. De Commissie adviseert UHT om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Beslagvrije voet
De Commissie overweegt dat bij verrekening van of beslag op toeslagen tot
1 januari 2021 ingevolge artikel 4:93 lid 4 Awb jo. 475c onderdeel j Rv tot 1 januari 2021 geen beslagvrije voet van toepassing was. Bij de wettelijke regeling vanaf 1 januari 2021 worden de toeslagen wél meegenomen in de beslagvrije voet (artikel 475c onderdeel j Rv), met uitzondering van de KOT. Hieruit volgt dat de regeling van de beslagvrije voet zowel voor als na genoemde datum geen belemmering oplevert voor het leggen van beslag op of verrekenen van de KOT. Op basis van de haar nu bekende feiten en omstandigheden, ziet de Commissie geen aanleiding om hierin vooringenomenheid of hardheid van de zijde van de B/T aan te nemen.

Proceskostenvergoeding
Nu de bezwaren naar het oordeel van de Commissie ongegrond zijn, heeft belanghebbende geen recht op een vergoeding van de kosten van rechtsbijstand. De Commissie adviseert het verzoek voor een proceskostenvergoeding af te wijzen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en om het verzoek voor een proceskostenvergoeding af te wijzen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter