Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-15424

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 7 november 2023 (UHT-DCHA)

Hoorzitting: 2 september 2025

Overdracht advies aan UHT: 19 september 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en geen proceskostenvergoeding toe te kennen.

Onderwerp van advies

Gemachtigde heeft namens belanghebbende bezwaar gemaakt tegen het besluit van 7 november 2023 waarbij belanghebbende is meegedeeld:

  • dat er bij de herbeoordeling over de toeslagjaren 2010 tot en met 2013 niet is gebleken van fouten en dat belanghebbende daarom geen recht heeft op compensatie (UHT-DCHA).

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft een verzoek gedaan voor een herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag (hierna: KOT).
  • Op 7 september 2023 heeft de Commissie van Wijzen (hierna: CvW) advies uitgebracht. De CvW heeft overwogen, kort gezegd, dat er geen herstelregeling van toepassing is.
  • Bij brief van 7 november (en herhaald op 22 november) 2023 is dit besluit meegedeeld aan belanghebbende.
  • Bij brief van 8 november 2023 heeft gemachtigde bezwaar gemaakt.
  • Op 26 maart 2025 heeft UHT een schriftelijke reactie ingediend.
  • Op 2 september 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Het hoorverslag is bij dit advies gevoegd.
  • De Commissie bestaande uit de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid, heeft dit advies behandeld.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van het bezwaar en het bestreden besluit

Schending zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel

Belanghebbende betoogt dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd en onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen. Voor zover sprake is van onzorgvuldige voorbereiding of gebreken in de motivering van het bestreden besluit kunnen die gebreken naar het oordeel van de Commissie in de beslissing op bezwaar door UHT worden hersteld aan de hand van wat daarover in haar beschouwing is opgemerkt.

Herbeoordeelde toeslagjaren

De KOT voor 2012 en 2013 is, naar op grond van de stukken aannemelijk is geworden, bijgesteld naar aanleiding van door (of namens) belanghebbende doorgevoerde stopzettingen van de KOT. De Commissie heeft geen aanleiding om te twijfelen aan de producties waaruit de stopzettingen blijken. Ook omdat uit de door belanghebbende op 3 mei 2012 ingediende klacht niet blijkt van de onjuistheid van de stopzetting van de KOT maar voornamelijk onvrede over de terugvordering van de KOT.

Met betrekking tot de toeslagjaren 2010 en 2011 hebben geen neerwaartse correcties plaatsgevonden. Compensatie is dan in beginsel niet aan de orde,

De slotsom is dat de verplichting tot terugbetaling van de KOT voor 2012 en 2013 het gevolg is van reguliere correcties. Dat kan niet worden aangemerkt als institutioneel vooringenomen handelen. De reguliere correcties wijzen ook niet op onbillijkheden vanwege de hardheid waarmee het wettelijk systeem werd toegepast. Daarbij ligt het in de aard van een voorschot besloten dat de werkelijke, later vast te stellen aanspraak, op een lager bedrag kan komen. Aan een voorschot kan in beginsel niet het gerechtvaardigd vertrouwen worden ontleend dat een definitieve aanspraak op een daarmee overeenstemmend bedrag bestaat.

De Commissie begrijpt dat het terugbetalen van de KOT voor belanghebbende niet makkelijk zal zijn geweest, maar haar situatie houdt uiteindelijk geen verband met de problematiek waarvoor de hersteloperatie in het leven is geroepen.

Fraude Signalering Voorziening (hierna: FSV)

Belanghebbende is in de FSV opgenomen in verband met haar aangiftes inkomstenbelasting en niet met haar KOT. De vermelding van belanghebbende op de FSV lijst heeft geen invloed gehad op de definitieve vaststelling van haar recht op KOT, althans is niet aannemelijk geworden dat de registratie heeft geleid tot institutioneel vooringenomen handelen als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet hersteloperatie toeslagen.

Proceskostenvergoeding

Gemachtigde heeft ten slotte een verzoek gedaan tot vergoeding van de kosten voor rechtsbijstand. Omdat het bezwaar ongegrond is, komt zij niet in aanmerking voor toekenning van een proceskostenvergoeding.

Conclusie

Gelet op het vorenstaande adviseert de Commissie:

  • het bezwaar ongegrond te verklaren en het bestreden besluit niet te herroepen;
  • geen proceskostenvergoeding toe te kennen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter