Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-15420

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 13 maart 2024

Hoorzitting: 1 juli 2025

Overdracht advies aan UHT: 22 augustus 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek om een vergoeding voor de proceskosten niet toe te wijzen.

Onderwerp van advies

De heer gemachtigde heeft namens belanghebbende bezwaar gemaakt tegen het besluit van 13 maart 2024 waarbij belanghebbende is meegedeeld:

  • dat er bij de herbeoordeling over de toeslagjaren 2006 tot en met 2010, 2012 en 2014 niet is gebleken van fouten en dat belanghebbende daarom geen recht heeft op compensatie (UHT-DCHOA).

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft een verzoek gedaan voor een herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag (hierna: KOT).
  • Bij brief van 8 juni 2023 is belanghebbende meegedeeld dat zij, in het kader van de eerste toets, (vooralsnog) geen recht heeft op een betaling van € 30.000.
  • Bij brief van 13 maart 2024 is dit besluit meegedeeld aan belanghebbende.
  • Bij brief van 21 maart 2024 heeft gemachtigde hiertegen bezwaar gemaakt.
  • Bij brief van 31 oktober 2024 heeft gemachtigde aanvullende gronden van bezwaar ingediend.
  • Op 13 maart 2025 heeft UHT een schriftelijke reactie ingediend.
  • Op 30 juni 2025 heeft gemachtigde meer aanvullende gronden van bezwaar ingediend.
  • Op 1 juli 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Het hoorverslag is bij dit advies gevoegd.
  • Op 7 juli 2025 heeft de behandelend ambtenaar per e-mailbericht aangegeven dat er geen telefoonnotities beschikbaar zijn over 2014 noch andere jaren, anders dan die in het dossier zijn opgenomen.
  • Op 14 juli 2025 heeft gemachtigde hierop gereageerd. Hier heeft vervolgens de behandeld ambtenaar op 18 juli 2025 op gereageerd.
  • De Commissie bestaande uit de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid heeft dit advies behandeld.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Herbeoordeelde toeslagjaren

In de aanvullende gronden van bezwaar heeft gemachtigde aangegeven dat de correcties van de KOT-beschikkingen het gevolg (lijken te) zijn van reguliere wijzigingen. Evenwel heeft belanghebbende het gevoel dat het met de VVE-indicatie (Voor- en vroegschoolse-indicatie) niet goed is gegaan en dat zij daardoor geld is misgelopen, omdat de Belastingdienst/Toeslagen haar niet heeft doorverwezen naar de Gemeente.

De KOT voor 2006 tot en met 2010, 2012 en 2014 is, naar op grond van de stukken aannemelijk is geworden, bijgesteld naar aanleiding van aangeleverde informatie. Uit die informatie volgt dat in deze jaren (onder andere) minder kinderopvanguren zijn afgenomen dan waarop de voorschotbeschikkingen waren gebaseerd. Ook is sprake van wijzigingen van het toetsingsinkomen. De LIC-overzichten en de andere stukken uit het dossier die UHT heeft aangeleverd geven de Commissie geen aanleiding om aan te nemen dat deze onjuist zijn. Voor de toeslagjaren 2007 en 2008 hebben geen neerwaartse correcties plaatsgevonden. Compensatie is dan in beginsel niet aan de orde.

De slotsom is dat de verplichting tot terugbetaling van de KOT het gevolg is van reguliere correcties. Dat kan niet worden aangemerkt als institutioneel vooringenomen handelen. De reguliere correcties wijzen ook niet op onbillijkheden vanwege de hardheid waarmee het wettelijk systeem werd toegepast. Daarbij ligt het in de aard van een voorschot besloten dat de werkelijke, later vast te stellen aanspraak, op een lager bedrag kan komen. Aan een voorschot kan in beginsel niet het gerechtvaardigd vertrouwen worden ontleend dat een definitieve aanspraak op een daarmee overeenstemmend bedrag bestaat.

De Commissie begrijpt dat het terugbetalen van de KOT voor belanghebbende niet makkelijk zal zijn geweest, maar haar situatie houdt uiteindelijk geen verband met de problematiek waarvoor de hersteloperatie in het leven is geroepen.

De Commissie overweegt verder dat de Wht is bedoeld voor herstel van vooringenomen handelen, hardheid of een onterechte O/GS-kwalificatie en niet ziet op de herziening van definitieve KOT-beschikkingen. Een beoordeling daarvan valt buiten de reikwijdte van de Wht. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren. Dat belanghebbende niet door de Belastingdienst/Toeslagen erop is gewezen dat zij (mogelijk) in aanmerking kwam voor subsidie vanuit de Gemeente voor de kosten van kinderopvang in verband met een VVE-indicatie maakt het vorige niet anders.

Proceskostenvergoeding

Gemachtigde heeft ten slotte een verzoek gedaan tot vergoeding van de kosten voor rechtsbijstand. Omdat de bezwaren ongegrond zijn, komt belanghebbende op grond van artikel 7:15, lid 2 Awb niet in aanmerking voor toekenning van een proceskostenvergoeding.

Conclusie

Gelet op het vorenstaande adviseert de Commissie:

  • het bestreden besluit in stand te laten;
  • de bezwaren ongegrond te verklaren;
  • geen proceskostenvergoeding toe te kennen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter