Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-15419

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 7 maart 2024 (UHT-DCHOA)

Hoorzitting: N.V.T.

Overdracht advies aan UHT: 29 augustus 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en geen proceskostenvergoeding toe te kennen.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT op 7 maart 2024 genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag met kenmerk UHT-DCHOA. Hierbij is aan belanghebbende met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2017 en 2018.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 14 juli 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT). In overleg met belanghebbende heeft de herbeoordeling zich uitgestrekt over de jaren 2017 en 2018.
  • UHT heeft bij besluit van 15 maart 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat hij (nog) niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000,-.
  • UHT heeft bij de het besluit van 7 maart 2024 met kenmerk UHT-DCHOA aan belanghebbende medegedeeld dat hij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2017 en 2018.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 26 maart 2024 tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 10 februari 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 28 augustus 2025 heeft gemachtigde de Commissie verzocht advies uit te brengen op basis van de stukken. De Commissie ziet met toepassing van artikel 7:3 aanhef en onderdeel c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) af van het horen van belanghebbende.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Persoonlijk dossier/equality of arms

Belanghebbende voert in bezwaar aan dat UHT handelt in strijd met het beginsel van equality of arms. In zijn ogen wordt hij in zijn procesbelang geschaad omdat hij niet de beschikking heeft over zijn persoonlijk dossier en daardoor niet over de voor het voeren van bezwaar benodigde documenten beschikt.

De Commissie volgt dit standpunt van belanghebbende niet. De schriftelijke beschouwing en onderliggende stukken zijn aan gemachtigde toegezonden. De Commissie vindt, behoudens het hierna overwogene, dat met het toezenden van deze stukken is voldaan aan de in artikel 7:4, tweede lid, Awb neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. Dat kan anders zijn als de belanghebbende een duidelijk aanknopingspunt geeft waarom het persoonlijk dossier moet worden afgewacht. Dat is hier niet gebeurd. De enkele opmerking dat bij onbekendheid van de stukken in dat dossier het mogelijk is dat er nog relevante informatie ontbreekt, is niet voldoende. Op 26 augustus 2025 zijn nog enkele stukken aan het dossier toegevoegd die, hoewel op de zaak betrekking hebbend, niet ter inzage waren gelegd. In zoverre is het bepaalde in artikel 7:4, tweede lid, Awb wel geschonden. Belanghebbende heeft evenwel de gelegenheid gekregen om zijn standpunt ter zake nader toe te lichten. Het is de Commissie derhalve niet gebleken dat belanghebbende door deze gang van zaken in zijn processuele belangen is geschaad. De namens belanghebbende in dit verband naar voren gebrachte bezwaren kunnen derhalve niet tot het door hem gewenste resultaat leiden. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Inhoudelijke bezwaren

Beoordeling afwijzing compensatie toeslagjaren 2017 en 2018

De Commissie ziet zich gesteld voor de beantwoording van de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming over de jaren 2017 en 2018 af te wijzen.

De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat de B/T bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor de toeslagjaren 2017 en 2018 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt. De terugvorderingen van de KOT over voormelde jaren waren gebaseerd op de vaststelling dat een te hoog voorschot was toegekend. Dat voorschot is door reguliere wijzigingen opnieuw berekend. De reguliere wijziging in het toeslagjaar 2017 was te herleiden tot een wijziging van het toetsingsinkomen op basis van door de kinderopvanginstelling doorgegeven informatie. De reguliere wijzigingen in het toeslagjaar 2018 waren te herleiden tot een stopzetting van de KOT door belanghebbende per 30 november 2018 en een wijziging van het toetsingsinkomen. Deze bijstellingen zijn in overeenstemming met de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming.

De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hierover in het geval van belanghebbende anders te oordelen. Er was ook geen onterechte kwalificatie O/GS, zodat er ook geen aanspraak is op een daarop gebaseerde vergoeding. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Herbeoordelingsverzoek 2016

Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat onduidelijk is waarom het toeslagjaar 2016 niet is meegenomen in de herbeoordeling. In zijn ogen had dit moeten gebeuren, omdat ook over dit toeslagjaar sprake was van KOT. Uitgangspunt is dat een verzoek om herbeoordeling als hier aan de orde betrekking heeft op alle jaren voor 2020 waarin de aanvrager van compensatie kinderopvangtoeslag heeft aangevraagd, althans waarin de Dienst Toeslagen een beschikking daarover heeft gegeven, tenzij de aanvrager het verzoek heeft beperkt. Uit productie 2700100 (pagina 205 van het ouderdossier) volgt dat belanghebbende in het toeslagjaar 2016 geen aanvraag voor KOT heeft ingediend en evenmin KOT heeft ontvangen. Daarmee staat vast dat het al dan niet betrekken van het toeslagjaar 2016 geen wijziging in de herbeoordeling teweegbrengt. De vraag of belanghebbende het herbeoordelingsverzoek heeft beperkt, kan reeds hierom niet tot het door hem gewenste resultaat leiden. De Commissie adviseert UHT dit bezwaar ongegrond te verklaren.

Hardheidscompensatie: beslagvrije voet

Belanghebbende betoogt dat hij in aanmerking behoort te komen voor compensatie wegens hardheid bij de toepassing van het stelsel, omdat B/T geen rekening heeft gehouden met de beslagvrije voet bij de terugvordering van de KOT. De Commissie overweegt dat de KOT expliciet is uitgesloten van de beslagvrije voet in artikel 475c sub j Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De vraag of, en in hoeverre, rekening is gehouden met de beslagvrije voet bij verrekeningen met andere toeslagen, valt buiten de reikwijdte van de begrippen vooringenomen handelen en hardheid van het stelsel binnen het kader van de Wht en daarmee buiten de reikwijdte van de huidige bezwaarprocedure. De Commissie adviseert UHT dit bezwaar ongegrond te verklaren.

Automatische continuering KOT

Belanghebbende stelt dat B/T onzorgvuldig heeft gehandeld door de KOT in de jaren 2017 en 2018 automatisch te continueren. De Commissie overweegt dat op grond van artikel 15, vijfde lid, van de Awir een aanvraag wordt geacht mede te zijn gedaan voor op het berekeningsjaar volgende berekeningsjaren. De Commissie overweegt verder dat belanghebbende zelf verantwoordelijk is om tijdig wijzigingen door te geven. De Commissie adviseert UHT daarom om het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.

Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel

Met de door UHT in bezwaar ingediende beschouwing, de overgelegde stukken en de overige producties, is in ieder geval thans geen sprake van strijd met de door belanghebbende genoemde algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De vraag of die strijd er wel was ten tijde van de bestreden beschikking behoeft in dit geval geen beantwoording. Wat nader is onderbouwd en uiteengezet omtrent de voorbereiding en motivering van de bestreden beschikking leidt immers niet tot het herroepen daarvan.

Proceskostenvergoeding

Gemachtigde heeft verzocht om een vergoeding van de proceskosten van deze bezwaarprocedure. Aangezien de Commissie zal adviseren de bezwaren ongegrond te verklaren en de bestreden beschikking dus niet te herroepen, komen deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter