BAC 2025-15397
Publicatiedatum 01-04-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 25 oktober 2023 (UHT-DCHA)
Hoorzitting: 16 september 2025
Overdracht advies aan UHT: 17 november 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek om proceskosten af te wijzen.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de op 25 oktober 2023 door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de toeslagjaren 2010 tot en met 2019.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 8 juli 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) voor de toeslagjaren 2011 tot en met 2015. In overleg met belanghebbende is de herbeoordeling uitgebreid met de toeslagjaren 2010 en 2016 tot en met 2019.
- Op 3 maart 2022 heeft UHT op basis van de eerste toets aangegeven dat belanghebbende vooralsnog niet in aanmerking komt voor een betaling op grond van de Catshuisregeling.
- Op 30 augustus 2023 heeft de Commissie van Wijzen (hierna: CvW) geoordeeld dat de compensatieregeling en de hardheidscompensatie niet van toepassing zijn op de toeslagjaren 2010 tot en met 2019.
- Op 12 september 2023 heeft UHT als vooraankondiging aangegeven dat belanghebbende geen recht heeft op de herstelregelingen.
- Bij beschikking van 25 oktober 2023 heeft UHT besloten dat belanghebbende geen recht heeft op compensatie voor de toeslagjaren 2010 tot en met 2019.
- Op 1 december 2023 heeft gemachtigde hiertegen een bezwaarschrift ingediend en op 26 april 2024 aanvullende gronden van bezwaar.
- Op 18 juni 2025 heeft UHT een schriftelijke beschouwing ingediend.
- Op 16 september 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Het hoorverslag is bij dit advies gevoegd.
- Naar aanleiding van de hoorzitting zijn op 19 september 2025 enkele schriftelijke vragen aan UHT gestuurd en is gemachtigde verzocht om de door hem tijdens de hoorzitting genoemde stukken van 4 september 2025 toe te sturen.
- Op 3 oktober 2025 heeft UHT een aanvullende schriftelijke reactie en productie toegestuurd. Op 4 november 2025 heeft gemachtigde hier op gereageerd. Op 5 november 2025 is gemachtigde nogmaals verzocht om de door hem genoemde stukken van 4 september 2025 per ommegaande toe te sturen.
- De Commissie bestaande uit de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid, heeft dit advies behandeld.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.
Gemachtigde heeft tweemaal verwezen naar stukken die hij op 4 september 2025 aan de Commissie zou hebben verzonden. De Commissie heeft deze stukken niet ontvangen.
Aan meerdere verzoeken om deze stukken alsnog toe te sturen, is geen gehoor gegeven.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Tijdens de hoorzitting heeft gemachtigde namens belanghebbende aangegeven dat het bezwaar zich enkel nog richt op de afgewezen toeslagjaren 2011 en 2012. Derhalve beperkt het advies van de Commissie zich tot de vraag of compensatie voor de toeslagjaren 2011 en 2012 terecht is afgewezen.
Afgewezen toeslagjaren 2011 en 2012
Belanghebbende geeft aan dat ten onrechte wordt gesteld dat belanghebbende de KOT zelf heeft stopgezet. De Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) heeft volgens belanghebbende ten onrechte KOT teruggevorderd. Belanghebbende is hierdoor in financiële nood geraakt.
UHT stelt dat de terugvorderingen alle het gevolg zijn van reguliere wijzigingen, zoals wijzigingen in het aantal opvanguren, het opvangtarief en het toetsingsinkomen dan wel door belanghebbende zelf doorgegeven stopzettingen van KOT. Voor toeslagjaar 2011 bleek dat belanghebbende vanaf 23 mei 2011 een gemeentelijke bijdrage van € 241 ontving voor de kinderopvang. Om die reden is de KOT op 29 september 2012 neerwaarts bijgesteld. UHT heeft het XML-bestand waar deze bijdrage uit blijkt op 3 oktober 2025 toegestuurd. In de aanvullende beschouwing heeft UHT verder toegelicht dat het bedrag van € 816 aan KOT dat in toeslagjaar 2011 rechtstreeks is overgemaakt aan de kinderopvanginstelling, volledig is gebruikt voor daadwerkelijke opvangkosten.
De Commissie overweegt als volgt. Voor compensatie komt, ingevolge het bepaalde in de Wht, kortweg, in aanmerking de ouder waarvan aannemelijk is dat de vaststelling van zijn of haar aanspraak op KOT in enig jaar onderdeel is geweest van hardheid of van een institutioneel vooringenomen handelwijze van B/T.
Uit het bezwaardossier volgt dat de KOT in toeslagjaar 2011 zowel op- als neerwaarts is bijgesteld als gevolg van wijzigingen in het opvangtarief, het toetsingsinkomen, de gemeentelijke bijdrage die belanghebbende vanaf 23 mei 2011 ontving en het aantal opvanguren. Voor toeslagjaar 2012 blijkt dat de KOT zowel op- als neerwaarts is bijgesteld als gevolg van wijzigingen in het opvangtarief, het aantal opvanguren en het toetsingsinkomen. Daarnaast blijkt uit de producties 2700003 en 2700004 dat belanghebbende op 7 juni 2012 de KOT per 1 juli 2012 heeft stopgezet. Vervolgens heeft belanghebbende op 11 oktober 2012 de KOT per 1 november 2012 weer aangevraagd.
Gelet op vorenstaande is er naar het oordeel van de Commissie geen reden het advies van de CvW en het standpunt van UHT onjuist te achten. De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat B/T bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van KOT voor de toeslagjaren 2011 en 2012 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt. De terugvorderingen waren gebaseerd op de vaststelling dat er een te hoog voorschot was toegekend. De voorschotten zijn door reguliere wijzigingen opnieuw berekend en in overeenstemming met de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. Hoewel de Commissie begrip heeft voor de moeilijke periode die belanghebbende heeft doorgemaakt, heeft zij wat betreft de KOT geen aanknopingspunten gevonden om hier in het geval van belanghebbende anders over te oordelen. Ook is geen sprake van een onterechte kwalificatie O/GS, zodat geen aanspraak is op een daarop gebaseerde tegemoetkoming.
Met de door UHT in bezwaar ingediende aanvullende beschouwing en overgelegde stukken, waaronder de overzichten van het Landelijke Incasso Centrum en de overige producties, is de beschikking van UHT voldoende gemotiveerd en geen sprake van strijd met de door belanghebbende genoemde algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
Proceskostenvergoeding
Nu de Commissie het bezwaar ongegrond acht, is er geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek om proceskostenvergoeding af te wijzen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter