Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-15394

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 22 mei 2023 (UHT-DCH)

Hoorzitting: 17 juni 2025

Overdracht advies aan UHT: 10 juli 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar tegen het bestreden besluit ongegrond te verklaren en geen vergoeding voor de proceskosten toe te kennen.

Onderwerp van advies

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 22 mei 2023 waarbij belanghebbende is meegedeeld:

  • dat gebleken is dat er bij de herbeoordeling over de toeslagjaren 2005 tot en met 2013 fouten zijn gemaakt met betrekking tot toeslagjaren 2011, 2012 en 2013 en dat zij recht heeft op een vergoeding van €67.040.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft een verzoek gedaan voor een herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag (hierna: KOT).
  • Bij brief van 27 juli 2022 is belanghebbende meegedeeld dat zij recht heeft op een betaling van € 30.000.
  • Op 16 februari 2023 heeft de Commissie van Wijzen (hierna: CvW) advies uitgebracht over de toeslagjaren 2005 tot en met 2013. De CvW heeft overwogen, kort gezegd, dat de compensatieregeling en de hardheidscompensatie niet van toepassing zijn op de toeslagjaren de 2009 en 2010. Verder heeft de CvW overwogen dat niet is gebleken dat belanghebbende voor de toeslagjaren 2005 tot en met 2008 KOT heeft aangevraagd en dat om die reden geen plaats is voor toepassing van de compensatieregeling. Voor toeslagjaren 2011, 2012 en 2013 is de compensatieregeling wel van toepassing.
  • Op 22 mei 2023 is vorenstaand besluit genomen.
  • Bij brief van 30 juni 2023 heeft belanghebbende bezwaar gemaakt tegen het besluit van 22 mei 2023.
  • Bij e-mailbericht van 24 juli 2023 heeft gemachtigde ook bezwaar gemaakt tegen het besluit van 22 mei 2023.
  • Op 17 juni 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Het hoorverslag is bij dit advies gevoegd.
  • De Commissie bestaande uit de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid, heeft dit advies behandeld.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Compensatieberekening

De Commissie stelt vast dat componenten a, c, e, g, h, n, o en p van de compensatieberekening onjuist zijn vastgesteld. Echter, omdat de onjuist gehanteerde bedragen in het voordeel van belanghebbende zijn, worden deze niet gecorrigeerd. De Commissie adviseert dienovereenkomstig te beslissen in de beslissing op bezwaar.

Toeslagjaren 2005 tot en met 2008

Uitgangspunt van de hersteloperatie is dat gedupeerde ouders alsnog ontvangen wat ten onrechte is teruggevorderd of onthouden, aangevuld met een vergoeding van materiële en immateriële schade. Uit artikel 2.1, eerste lid, van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) volgt dat UHT compensatie toekent aan een aanvrager die schade heeft geleden doordat bij de beoordeling van het recht op kinderopvangtoeslag sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of doordat de toepassing van wettelijke regelingen heeft geleid tot onbillijkheden van overwegende aard als gevolg van de hardheid waarmee het wettelijke systeem werd toegepast. Om voor compensatie in aanmerking te komen dient dus in ieder geval sprake te zijn van schade die belanghebbende daadwerkelijk heeft geleden als gevolg van de besluiten van Belastingdienst/Toeslagen.

De Commissie stelt vast dat zich in het dossier geen stukken bevinden waaruit blijkt dat voor de jaren 2005 tot en met 2008 een aanvraag voor KOT is ingediend. UHT stelt dat een doorzoeking is gedaan in de informatiesystemen en dat daarbij geen aanvraag van belanghebbende is aangetroffen. Ook is niet gebleken dat belanghebbende voor die jaren met een daadwerkelijke correctie, stopzetting of terugvordering van de KOT geconfronteerd is geweest. Om die reden kan dus ook geen sprake zijn van schade als gevolg van het handelen van de Belastingdienst/Toeslagen als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van de Wht.

De Commissie ziet geen aanleiding te twijfelen aan de toelichting van UHT.

Toeslagjaren 2009 en 2010

Met betrekking tot toeslagjaar 2009 hebben er geen neerwaartse correcties plaatsgevonden. Compensatie is dan in beginsel niet aan de orde.

Ten aanzien van toeslagjaar 2010 heeft er evenmin een terugvordering plaatsgevonden. Naar aanleiding van een stopzetting van belanghebbende op 24 november 2009 is het voorschot KOT herzien en vastgesteld op € 0. Naar aanleiding van in augustus 2010 gedane aanvragen is het voorschot op 21 augustus 2010 herzien en vastgesteld op € 11.612. Daarna is het voorschot nog twee keer naar boven bijgesteld. Op 23 februari 2013 is de KOT definitief vastgesteld op € 15.186.

Niet is gebleken dat er sprake is van institutioneel vooringenomen handelen noch hardheid waarmee het wettelijk systeem werd toegepast.

Toeslagjaren 2011 tot en met 2013

Belanghebbende heeft gesteld dat haar materiële en immateriële schade hoger is dan zij vergoed heeft gekregen.

De Commissie overweegt dat de Wht twee gescheiden compensatietrajecten kent. Zo bevat de Wht een (deels forfaitaire) compensatie voor een aantal limitatief opgesomde schadeposten en de hoogte daarvan. Dit is geregeld in de artikelen 2.2 en 2.3 van de Wht. Als een aanvrager van compensatie meer schade heeft geleden dan op grond hiervan wordt vergoed, kan om een aanvullende compensatie voor de werkelijke schade worden verzocht. Dit is geregeld in artikel 2.1, derde lid, van de Wht. Uit de Memorie van Toelichting blijkt dat het een bewuste keuze van de wetgever is geweest om de procedure van compensatie en de aanvullende compensatie te scheiden. Deze grond van bezwaar acht de Commissie daarom ongegrond.

Proceskostenvergoeding

Gemachtigde heeft ten slotte een verzoek gedaan tot vergoeding van de kosten voor rechtsbijstand. Omdat de bezwaren ongegrond zijn, komt belanghebbende op grond van artikel 7:15, lid 2 Awb niet in aanmerking voor toekenning van een proceskostenvergoeding.

Conclusie

Gelet op het vorenstaande adviseert de Commissie:

  • Het bestreden besluit in stand te laten;
  • de bezwaren ongegrond te verklaren;
  • geen proceskostenvergoeding toe te kennen.

Secretaris

Fungerend voorzitter