BAC 2025-15384
Publicatiedatum 04-02-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 12 juni 2023 (UHT-DCH)
Hoorzitting: 13 juni 2025 om 10:00 uur
Overdracht advies aan UHT: 16 juni 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gericht tegen de beschikking met kenmerk UHT-DCH gedeeltelijk gegrond te verklaren en om een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 56.312 voor de jaren 2011 en 2013 tot en met 2016.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 11 januari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2014 en 2015. Na overleg tussen belanghebbende en de persoonlijk zaakbehandelaar (PZB) is het verzoek uitgebreid naar de jaren 2011, 2013 tot en met 2016.
- UHT heeft bij beschikking van 23 juni 2023 met kenmerk UHT-B DMB2 aan belanghebbende medegedeeld dat zij in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000.
- UHT heeft bij de bestreden beschikking van 12 juni 2023 met kenmerk UHT-DCH aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van €56.312.
- UHT heeft bij vooraankondiging van 11 april 2023 met kenmerk UHT-VCH aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 55.965 voor de jaren 2011, 2013 tot en met 2016.
- Gemachtigde heeft bij brief van 13 november 2023 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 10 maart 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 13 juni 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de beantwoording van de vraag of UHT de toegekende compensatie op de juiste wijze heeft berekend.
Beoordeling toekenning compensatie voor de toeslagjaren 2011, 2013 tot en met 2016
Tussen partijen is niet in geschil en ook voor de Commissie staat vast dat B/T over de jaren 2011 en 2013 tot en met 2016 institutioneel vooringenomen jegens belanghebbende heeft gehandeld. UHT heeft ter compensatie volgens de forfaitaire systematiek van de Wht, een bedrag van € 56.312 aan belanghebbende toegekend.
Belanghebbende is van mening dat de compensatieberekening onjuist tot stand is gekomen. UHT heeft naar aanleiding van deze bezwaarprocedure nogmaals gekeken naar de compensatieberekening en blijkens het gestelde in haar schriftelijke beschouwing geconstateerd dat de rentevergoeding over de gemiste KOT (onderdeel o van de compensatieberekening) onjuist is berekend. UHT heeft toegezegd dit onderdeel in de beslissing op bezwaar te zullen aanpassen. Daarnaast heeft UHT geconstateerd dat ten aanzien van het toeslagjaar 2016 het bedrag van de KOT voordat deze onterecht naar beneden is vastgesteld (onderdeel a van de compensatieberekening) onjuist is vastgesteld. Ook het bedrag van de KOT dat niet is terugbetaald of verrekend (onderdeel g van de compensatieberekening) in het toeslagjaar 2015 is onjuist vastgesteld. Echter, aanpassing van de onderdelen a en g zal in het nadeel van belanghebbende uitvallen, waardoor UHT heeft toegezegd beide onderdelen niet te zullen aanpassen. UHT acht het bezwaar op het onderdeel van de renteberekening derhalve gegrond en zal de compensatieberekening aanpassen in de beslissing op bezwaar. UHT heeft daarnaast toegezegd dat, overeenkomstig het beleid van UHT in zaken waarin het bezwaar (gedeeltelijk) gegrond wordt verklaard, bij de berekening van de vergoeding voor immateriële schade - in afwijking van de Wht - als einddatum de datum van de beslissing op bezwaar zal worden gehanteerd. Tot slot zal door UHT ook de hoogte van de aanvullende vergoeding van 1% over het subtotaal in de beslissing op bezwaar worden aangepast (onderdeel p in de compensatieberekening). De Commissie adviseert UHT dienovereenkomstig.
Niet herbeoordeeld toeslagjaar
Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat onduidelijk is waarom het toeslagjaar 2012 niet is meegenomen in de herbeoordeling. In haar ogen had dit moeten gebeuren, omdat ook over dit toeslagjaar sprake was van KOT. De Commissie stelt vast dat het verzoek om herbeoordeling van belanghebbende alleen zag op de toeslagjaren 2014 en 2015. De persoonlijk zaakbehandelaar (PZB) heeft het verzoek vervolgens na een gesprek met belanghebbende uitgebreid met de toeslagjaren 2011, 2013 en 2016. In dat licht kan niet worden geconcludeerd dat UHT nagelaten heeft het toeslagjaar 2012 in de herbeoordeling te betrekken en dat om die reden de bestreden beschikking moet worden herroepen. Nu het oorspronkelijke verzoek en de bestreden beschikking de omvang van de onderhavige bezwaarprocedure bepalen, ziet de Commissie geen mogelijkheden om dit toeslagjaar (alsnog) in haar advisering te betrekken. Het bezwaar is op dit onderdeel ongegrond. Ten overvloede merkt de Commissie op dat inmiddels is gebleken dat aangaande het toeslagjaar 2012 geen neerwaartse bijstellingen hebben plaatsgevonden, zodat dit jaar terecht niet in de compensatieberekening is opgenomen.
Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel
Aangezien de bestreden beschikking met kenmerk UHT-DCH niet in stand kan blijven, zoals volgt uit het voorgaande, staat vast dat de totstandkoming onvoldoende zorgvuldig is geweest en de motivering bij beslissing op bezwaar moet worden verbeterd.
Proceskostenvergoeding
Nu het bezwaar tegen de beschikking met kenmerk UHT-DCH naar de mening van de Commissie gedeeltelijk gegrond is en leidt tot herroeping van de bestreden beschikking, adviseert de Commissie om de vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure toe te wijzen. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van 2 procespunten (gegrond bezwaarschrift en verschijnen hoorzitting) met een wegingsfactor 2. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie, de hiervoor geformuleerde vraag ontkennend beantwoordend, om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en om:
- de, ingevolgde de Wht samenhangende, vergoedingen opnieuw te berekenen met inachtneming van dit advies, en daarbij, conform het door UHT zelf op dit punt gehanteerde beleid, de einddatum van de daarvoor in aanmerking komende vergoedingen vast te stellen op de datum tot aan de dagtekening van de beslissing op bezwaar en het bestreden besluit in zoverre te herroepen;
- een vergoeding van de proceskosten voor de onderhavige bezwaarprocedure toe te kennen van twee procespunten met wegingsfactor twee voor het hoogste tarief.
Secretaris
Fungerend voorzitter