BAC 2025-15366
Publicatiedatum 04-02-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 27 februari 2024 (UHT-DCHOA)
Hoorzitting: 12 juni 2025 om 14:00 uur
Overdracht advies aan UHT: 24 juli 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en het bestreden besluit in stand te laten.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2011, 2012, 2017, 2018 en 2019.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 7 juni 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2011, 2012, 2017, 2018 en 2019.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 16 januari 2024 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
- UHT heeft bij bestreden beschikking aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2011, 2012, 2017, 2018 en 2019.
- Gemachtigde heeft bij brief van 26 maart 2024 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- Gemachtigde heeft bij brief van 15 november 2024 het bezwaarschrift aangevuld.
- UHT heeft op 21 maart 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 12 juni 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 12 juni 2025 een nadere schriftelijke reactie ingediend. Gemachtigde heeft daar op 27 juni 2025 op gereageerd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.
Motiveringsgebrek en schending andere abbb’s
Met de door UHT in bezwaar ingediende beschouwing en de overgelegde stukken – waaronder een uitgebreide uitleg met behulp van de overzichten van het Landelijke Incasso Centrum (LIC) - en de overige producties, is in ieder geval thans geen sprake van strijd met de door belanghebbende genoemde algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Voor zover de bestreden beschikkingen onvoldoende zorgvuldig waren voorbereid en gemotiveerd kan dat aan de hand van wat daarover is opgemerkt in de beschouwing worden hersteld in de beslissing op bezwaar.
Onvolledig dossier
Belanghebbende stelt dat het bezwaardossier onvolledig is. De Commissie volgt dit standpunt van belanghebbende niet. De schriftelijke beschouwing en de op de zaak betrekking hebbende stukken zijn op 14 april 2025 toegezonden. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om aan te nemen dat hier niet is voldaan aan de in artikel 7:4 lid 2 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. De Commissie adviseert UHT daarom dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Toeslagjaren 2011, 2017 en 2018
De Commissie constateert dat uit de voorhanden zijnde gegevens niet is gebleken van neerwaartse correcties in de KOT over de toeslagjaren 2011, 2017 en 2018. Het is dus niet aannemelijk dat belanghebbende over deze toeslagjaren vooringenomen is behandeld en of wegens hardheid schade heeft geleden. Daarom komt belanghebbende niet in aanmerking voor een bedrag aan compensatie op grond van de Wht over de desbetreffende toeslagjaren. Het bezwaar is op dit onderdeel ongegrond.
Toeslagjaar 2012
De Commissie overweegt dat niet aannemelijk is geworden dat bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor het toeslagjaar 2012 sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) dan wel van hardheid van het stelsel. De neerwaartse correctie in KOT over dit toeslagjaar was gelegen in een door belanghebbende zelf doorgegeven stopzetting van de KOT. Deze bijstelling is conform de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hier ten aanzien van belanghebbende anders over te oordelen. Verder is naar het oordeel van de Commissie ook geen sprake geweest van een onterechte kwalificatie O/GS, zodat ook hierop geen aanspraak kan worden gemaakt. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Toeslagjaar 2019
Belanghebbende stelt dat zij in het toeslagjaar 2019 telefonisch door B/T is benaderd en de KOT tegen haar wil moest stopzetten. Bij gebrek aan stukken die deze stelling nader onderschrijven, overweegt de Commissie dat onvoldoende vast is komen te staan dat sprake was van een door B/T afgedwongen stopzetting van KOT.
De Commissie is daarmee van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor het toeslagjaar 2019 sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door B/T dan wel van hardheid van het stelsel. De neerwaartse correcties over dit toeslagjaar waren gelegen in door belanghebbende zelf doorgegeven stopzetting van de KOT per 11 juni 2019. Deze bijstellingen zijn conform de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hier ten aanzien van belanghebbende anders over te oordelen. Verder is naar het oordeel van de Commissie ook geen sprake geweest van een onterechte kwalificatie O/GS, zodat ook hierop geen aanspraak kan worden gemaakt. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Proceskostenvergoeding
Nu de bezwaren tegen de bestreden besluiten naar het oordeel van de Commissie ongegrond zijn, en de Commissie adviseert tot het in stand laten van het bestreden besluit, bestaat geen aanleiding om het verzoek tot vergoeding van de kosten van rechtsbijstand toe te wijzen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en het bestreden besluit in stand te laten.
Secretaris
Fungerend voorzitter