Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-15335

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 8 november 2023 (UHT-DCHA)

Hoorzitting: 9 mei 2025 om 14:15 uur

Overdracht advies aan UHT: 19 mei 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en geen proceskostenvergoeding toe te kennen.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking beoordeling kinderopvangtoeslag.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de toeslagjaren 2017 tot en met 2019.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 25 mei 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de toeslagjaren 2018 en 2019. Na overleg tussen UHT en belanghebbende is dit verzoek uitgebreid met het toeslagjaar 2017.
  • UHT heeft bij beschikking van 14 februari 2022 met kenmerk UHT CHR GU aan belanghebbende medegedeeld dat zij (nog) niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 4 september 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat de compensatieregeling van artikel 2.1, lid 1, van de Wht niet van toepassing is op de toeslagjaren 2017 tot en met 2019.
  • UHT heeft bij bestreden beschikking van 8 november 2023 met kenmerk UHT-DCH aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de toeslagjaren 2017 tot en met 2019.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 10 november 2023 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 13 februari 2024, ingekomen op 14 februari 2024, het bezwaarschrift aangevuld.
  • UHT heeft op 25 november 2024 schriftelijk gereageerd.
  • Gemachtigde heeft per e-mail van 15 april 2025 aangegeven dat wordt afgezien van de hoorzitting. In diezelfde e-mail is het bezwaar nader aangevuld.
  • UHT heeft op 1 mei 2025 per e-mail gereageerd op de nadere aanvulling van het bezwaar.
  • De Commissie ziet ingevolge artikel 7:3 onderdeel c van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) af van het horen van belanghebbende.
  • De Commissie, bestaande uit de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid heeft het bezwaar behandeld in haar vergadering van 9 mei 2025.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Procedurele bezwaren

Belanghebbende heeft verzocht om inzage in het onderliggende dossier.

De schriftelijke beschouwing en de op de zaak betrekking hebbende stukken zijn op 13 maart 2025 aan de gemachtigde van belanghebbende toegezonden. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om aan te nemen dat hier niet is voldaan aan de in artikel 7:4 Awb neergelegde verplichting.

Beoordeling afwijzing compensatie toeslagjaren 2017 tot en met 2019

De Commissie ziet zich gesteld voor de beantwoording van de vraag of UHT het verzoek om compensatie over de toeslagjaren 2017 tot en met 2019 terecht heeft afgewezen.

Belanghebbende betoogt dat zij aanspraak maakt op compensatie op grond van vooringenomenheid dan wel hardheid, omdat Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) heeft nagelaten een uitvraag bij haar te doen voordat de KOT werd aangepast op basis van gegevens uit de zogenoemde kinderopvanginstelling-viewer (hierna: Koi-viewer).

De Commissie is van opvatting dat een verlaging van de KOT op basis van de Koi-viewer niet als vooringenomen kan worden aangemerkt, tenzij B/T gelet op de beschikbare info in redelijkheid had moeten twijfelen aan de juistheid van de gegevens uit de Koi-viewer. In het voorliggende geval acht de Commissie daarvan geen sprake. Het bezwaar is in zoverre ongegrond.

Voor zover belanghebbende stelt dat onjuiste gegevens zijn verwerkt in de Koi-viewer, merkt de Commissie op dat dergelijke, eventuele omissies uitsluitend via een herzieningsverzoek kunnen worden gecorrigeerd. De Wht voorziet enkel in compensatie wegens vooringenomen handelen, hardheid of een onterechte opzet/grove schuld-kwalificatie, en biedt geen ruimte voor correctie van een onjuiste vaststelling van de KOT. UHT heeft daartoe dan ook geen bevoegdheid.

Verder wijst belanghebbende op een melding met daarin: “VV KOT 2018/2019. Uren KOO-viewer fluctueren te sterk om betrouwbare schatting voor 2019 te maken” wat erop zou wijzen dat B/T niet van de gegevens uit de Koi-viewer mocht uitgaan. De Commissie overweegt dat deze melding kennelijk betrekking had op de automatische continuering van de KOT van 2018 naar 2019. Niet aannemelijk is geworden dat deze melding van invloed is geweest op de daadwerkelijke toekenning van de KOT voor het toeslagjaar 2019. De namens belanghebbende in dit verband naar voren gebrachte bezwaren kunnen derhalve niet tot het door haar gewenste resultaat leiden. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Proceskostenvergoeding

Gemachtigde heeft verzocht om een vergoeding van de proceskosten van deze bezwaarprocedure. Aangezien de Commissie, de hiervoor geformuleerde vraag bevestigend beantwoordend, zal adviseren het bezwaar ongegrond te verklaren en de bestreden beschikking dus niet te herroepen, komen deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Secretaris

Fungerend voorzitter