Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-15328

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 12 oktober 2023 met kenmerk UHT-DCH

Hoorzitting: 20 oktober 2025

Overdracht advies aan UHT: 17 december 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen het door UHT genomen definitieve besluit kinderopvangtoeslag (hierna: het bestreden besluit).

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend van € 12.360,- voor het jaar 2008. Aan belanghebbende is geen compensatie toegekend voor de toeslagjaren 2007 en 2010 tot en met 2013.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 28 april 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2007, 2008 en 2010 tot en met 2013.
  • De Commissie van Wijzen heeft op 28 augustus 2023 het verzoek van belanghebbende beoordeeld. Zij heeft geoordeeld dat belanghebbende over de toeslagjaren 2007 en 2010 tot en met 2013 geen recht heeft op compensatie.
  • UHT heeft belanghebbende bij het bestreden besluit een compensatiebedrag toegekend van € 12.360,- wegens vooringenomen handelen. Het bedrag is op grond van de Catshuisregeling aangevuld tot € 30.000,-.
  • Gemachtigde heeft op 15 november 2023 tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 4 maart 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 20 oktober 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 20 oktober 2025, nadere stukken overgelegd. Gemachtigde heeft hier, na herhaald verzoek, niet op gereageerd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet is geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vragen of:

  • UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie voor de toeslagjaren 2007 en 2010 tot en met 2013 af te wijzen;
  • UHT de toegekende compensatie over het toeslagjaar 2008 op de juiste wijze heeft berekend.

Afgewezen toeslagjaren

Bij het bestreden besluit heeft UHT geoordeeld dat belanghebbende over de toeslagjaren 2007 en 2010 tot en met 2013 geen recht heeft op compensatie op basis van vooringenomen handelen, hardheid van het stelsel of een onterechte kwalificatie wegens opzet of grove schuld (O/GS).

UHT heeft in haar schriftelijke beschouwing van 4 maart 2025 de genoemde toeslagjaren ambtshalve getoetst en zij heeft daarbij geconcludeerd dat belanghebbende over deze toeslagjaren niet in aanmerking komt voor compensatie.

Belanghebbende betwist dat zij over deze jaren wijzigingen heeft doorgegeven. Uit het dossier maakt de Commissie op dat de verlagingen van de KOT in deze jaren zijn gebaseerd op wijzigingen in het aantal opvanguren en het uurtarief, een hoger gezamenlijk toetsingsinkomen en een stopzetting. Dit zijn reguliere wijzigingen, die de Belastingdienst/Toeslagen (de B/T) mocht doorvoeren. Dergelijke wijzigingen geven in beginsel geen recht op compensatie op grond van de Wht. De Commissie heeft geen aanknopingspunten in het dossier gevonden die aannemelijk maken dat de wijzigingen niet door belanghebbende zijn doorgegeven.

Tijdens de zitting heeft belanghebbende gesteld dat over de jaren 2011 en 2012 sprake is van hardheid van het stelsel omdat er meer dan € 1.500,- is teruggevorderd. De eigen bijdragen van belanghebbende aan de kinderopvanginstelling vallen onder het drempelbedrag van € 1.500,-. Daarnaast dient rekening te worden gehouden met de wijze van terugvorderen door de B/T door verrekening met andere toeslagen. Deze bezwaren slagen niet. Naar het oordeel van de Commissie heeft belanghebbende geen aanspraak op compensatie wegens hardheid van het stelsel en behoefde de B/T geen rekening te houden met de beslagvrije voet. UHT heeft de berekening voor deze jaren op de zitting nader toegelicht. Voor deze jaren is aannemelijk geworden dat de betaalde KOT aan de kinderopvanginstelling lager was dan de werkelijke totale opvangkosten.

Dat betekent dat de aan de kinderopvanginstelling betaalde toeslag geheel ten goede is gekomen aan de opvang van het kind van belanghebbende. Om die reden is er geen recht op compensatie volgens de hardheidsregeling.

Verder is de Commissie van oordeel dat het verrekenen van terechte terugvorderingen geen compensatie op grond van hardheid oplevert. Uit de wetsgeschiedenis van de Wht en de systematiek van de compensatieregeling kan niet worden afgeleid dat de wetgever dergelijke gevallen voor ogen heeft gehad. Aan de bezwaargrond dat de B/T bij de verrekeningen geen rekening heeft gehouden met de beslagvrije voet, komt de Commissie daardoor niet meer toe. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Voor de toeslagjaren 2007 en 2010 tot en met 2013 is naar het oordeel van de Commissie niet aannemelijk is geworden dat er bij de toekenning, aanpassing of terugvordering sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door de B/T, hardheid van het stelsel of een onterechte O/GS-kwalificatie. Zij acht de bezwaren ongegrond.

Automatische continuering KOT

Volgens belanghebbende is de automatische continuering van de KOT onzorgvuldig geweest en is verzuimd een aantal waarborgen in te bouwen om te voorkomen dat burgers in de financiële problemen komen. Het ontbreken van een vorm van controle werkt die problemen in de hand, aldus belanghebbende. Volgens haar is dit een vorm van hardheid die tot compensatie moet leiden. Dit bezwaar slaagt naar het oordeel van de Commissie niet. Overeenkomstig artikel 15 lid 5 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen vloeit de automatische continuering voort uit het stelsel van de toeslagwetgeving, waarbij een aanvraag wordt geacht mede te zijn bedoeld voor op het berekeningsjaar volgende berekeningsjaren. Toekenning en uitbetaling van toeslagen als de KOT zijn naar hun aard een grootschalig proces waarbij van de burger/aanvrager van KOT verwacht alert te zijn op veranderingen in zijn of haar situatie. Daarom deze acht de Commissie ook dit deel van het bezwaar ongegrond.

Beoordeling forfaitaire compensatieberekening

Tussen partijen is niet in geschil dat de B/T over het toeslagjaren 2008 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld. UHT heeft bij het bestreden besluit een compensatiebedrag van € 12.360,- toegekend aan de hand van een compensatieberekening. Dit bedrag is aangevuld op grond van de Catshuisregeling tot € 30.000,-. UHT heeft in haar schriftelijke beschouwing ambtshalve de compensatieberekening getoetst en zij heeft daarbij geconcludeerd dat er geen fouten zijn gemaakt bij de berekening van diverse onderdelen voor het jaar 2008. Het gaat om de componenten:

  • d) de in rekening gebrachte toeslagrente;
  • i ) de betaalde rente- en invorderingskosten;
  • n) de immateriële schadevergoeding;
  • o) de rente gemiste KOT;
  • p) de aanvullende vergoeding 1% over het subtotaal.

De Commissie komt niet tot een ander oordeel. Zij acht de berekening van UHT juist en zal in lijn hiermee adviseren. De Commissie adviseert UHT het bestreden besluit op dit punt niet te herroepen.

Procedurele bezwaren: onvolledig dossier, motiveringsbeginsel en equality of arms

Belanghebbende heeft in bezwaar gesteld dat het bestreden besluit in strijd is met het motiveringsbeginsel, dat het dossier onvolledig is en dat het rechtsbeginsel van ‘equality of arms’ is geschonden. De Commissie is van oordeel dat het bestreden besluit deugdelijk is gemotiveerd en berust op alle beschikbare documenten in het bezwaardossier.

Met de door UHT in bezwaar ingediende beschouwing en de overgelegde stukken – waaronder het informatie- en beoordelingsformulier, de RKT-bestanden en de betaal -en verrekenoverzichten - en andere producties beschikt belanghebbende over de op de zaak betrekking hebbende stukken die ten grondslag liggen aan het bestreden besluit. De Commissie heeft geen aanleiding gevonden om te concluderen dat belanghebbende in haar (proces)belangen is geschaad. De Commissie adviseert UHT dit onderdeel ongegrond te verklaren.

Geen proceskostenvergoeding

Het bezwaar is naar opvatting van de Commissie ongegrond. Er is geen aanleiding voor herroeping van het bij bezwaar bestreden besluit. De Commissie ziet, gelet op het artikel 7:15 lid 2 Awb, geen aanleiding om UHT te adviseren een proceskostenvergoeding toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren, het bestreden besluit niet te herroepen en geen proceskostenvergoeding toe te kennen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter