BAC 2024-15377
Publicatiedatum 04-02-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 14 mei 2024
Hoorzitting: 11 maart 2025 om 13:00 uur
Overdracht advies aan UHT: 10 juni 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en geen proceskostenvergoeding toe te kennen.
Onderwerp van advies
Gemachtigde heeft namens belanghebbende bezwaar ingediend tegen de beschikking van 14 mei 2024:
- waarbij belanghebbende is meegedeeld dat er in 2011 en 2012 fouten zijn gemaakt met haar kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) en dat zij daarom recht heeft op een compensatiebedrag van € 95.956 (UHT-DCHO).
Procesverloop
- Belanghebbende heeft telefonisch verzocht om een herbeoordeling van de KOT voor de jaren 2011 tot en met 2016.
- Op 14 december 2020 heeft de Commissie van Wijzen (hierna: CvW) geoordeeld dat voor de jaren 2012 en 2016 een O/GS-tegemoetkoming moet worden verleend, omdat belanghebbende voor die jaren ten onrechte is beticht van opzet/grove schuld. Voorts heeft de CvW geoordeeld dat de compensatieregeling moet worden toegepast voor de jaren 2013 tot en met 2015.
- Op 14 mei 2024 is vorenstaand besluit genomen.
- Op 27 mei 2024 heeft gemachtigde bezwaar gemaakt.
- Op 7 maart 2025 heeft gemachtigde aanvullende gronden ingediend.
- Op 11 maart 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Het hoorverslag is bij dit advies gevoegd.
- Na de hoorzitting heeft er e-mailcontact plaatsgevonden tussen gemachtigde en de behandelend ambtenaar (en zijn opvolger). De Commissie is hiervan op de hoogte gesteld.
- De Commissie bestaande uit de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid, heeft dit advies behandeld.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie stelt vast dat gemachtigde bij e-mailberichten van 13 maart 2025 en 12 mei 2025 heeft aangegeven de bezwaren met randnummers 20 en 21, die zich richten tegen onderhavig besluit, in te trekken. Die bezwaren zal de Commissie derhalve niet bespreken.
De overige bezwaren richten zich tegen de besluiten van respectievelijk 2 februari 2021 en 16 juni 2021. Deze bezwaren heeft de Commissie reeds in een hoorzitting behandeld op 16 april 2024. Op 2 mei 2024 heeft de Commissie terzake advies uitgebracht. Voor haar oordeel inzake de in dat kader aangevoerde bezwaren verwijst de Commissie derhalve naar haar advies van 2 mei 2024.
Proceskostenvergoeding
Gemachtigde heeft ten slotte een verzoek gedaan tot vergoeding van de kosten voor rechtsbijstand. Omdat de bezwaren ongegrond dan wel ingetrokken zijn, komt belanghebbende op grond van artikel 7:15 lid 2 Awb niet in aanmerking voor toekenning van een proceskostenvergoeding.
Conclusie
Gelet op het vorenstaande adviseert de Commissie:
- het bestreden besluit in stand te laten;
- geen proceskostenvergoeding toe te kennen.
Secretaris
Fungerend voorzitter