BAC 2024-15242
Publicatiedatum 05-02-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Dienst Toeslagen / Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen
(hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 30 mei 2024 (UHT-DCHOA)
Hoorzitting: 15 mei 2025
Overdracht advies aan UHT: 2 juni 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en de bestreden beschikking in stand te laten.
Onderwerp van advies
Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking van 30 mei 2024 met kenmerk UHT-DCHOA.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend over de toeslagjaren 2006 tot en met 2012.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 3 maart 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de toeslagjaren 2006 tot en met (t/m) 2012.
- UHT heeft bij beschikking van 30 mei 2024 aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000 op grond van de Catshuisregeling.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 22 mei 2024 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
- UHT heeft bij bestreden beschikking van 30 mei 2024 aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie over de toeslagjaren 2006 t/m 2012.
- Gemachtigde heeft bij brief van 4 juni 2024, ingekomen op 6 juni 2024, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 2 januari 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaar.
- Op 15 mei 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.
Toeslagjaren 2006 en 2008
De Commissie constateert dat uit de voorhanden zijnde gegevens niet is gebleken van neerwaartse correcties in de KOT over de toeslagjaren 2006 en 2008. Het is dus niet aannemelijk dat belanghebbende over deze toeslagjaren schade heeft geleden. Daarom komt belanghebbende niet in aanmerking voor een bedrag aan compensatie op grond van de Wht over de desbetreffende toeslagjaren.
Het bezwaar is op dit onderdeel ongegrond.
Toeslagjaren 2007, 2009, 2010, 2011 en 2012
Belanghebbende betoogt dat zij ten onrechte niet is gecompenseerd voor de toeslagjaren 2007, 2009, 2010, 2011 en 2012. De Commissie overweegt dat niet aannemelijk is geworden dat bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor de toeslagjaren 2007, 2009, 2010, 2011 en 2012 sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door de B/T dan wel van hardheid van het stelsel. De neerwaartse correcties in KOT over deze toeslagjaren waren gelegen in door belanghebbende zelf doorgegeven wijzigingen in het aantal afgenomen opvanguren, een veranderd uurtarief, veranderingen in het toetsingsinkomen van belanghebbende en in stopzettingen van de KOT over de respectieve toeslagjaren door belanghebbende zelf.
Deze bijstellingen zijn conform de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming.
De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hier ten aanzien van belanghebbende anders over te oordelen. Verder is naar het oordeel van de Commissie ook geen sprake geweest van een onterechte kwalificatie O/GS, zodat ook hierop geen aanspraak kan worden gemaakt. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Kosten voor rechtsbijstand
Nu het bezwaar tegen de bestreden beschikking naar het oordeel van de Commissie ongegrond is en de Commissie adviseert tot het in stand laten van de bestreden beschikking, bestaat geen aanleiding om het verzoek tot vergoeding van de kosten van rechtsbijstand toe te wijzen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en de bestreden beschikking in stand te laten.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter