Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2024-15237

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: : Dienst Toeslagen / Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen
(hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 4 oktober 2023 (UHT-DCHA )

Hoorzitting: 12 juni 2025

Overdracht advies aan UHT: 14 juni 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2012 tot en met 2015.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft 31 maart 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2016 en 2017. In overleg met UHT zijn alle jaren waarin belanghebbende van kinderopvang gebruik heeft gemaakt, te weten de jaren 2015 tot en met 2019, herbeoordeeld.
  • UHT heeft bij beschikking van 17 december 2021met kenmerk UHT-CHR GU aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 16 augustus 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat er in het geval van belanghebbende geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij vooraankondiging op 5 september 2023 met kenmerk UHT-VCH A aangekondigd belanghebbende geen compensatie te zullen toekennen.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking met kenmerk UHT-DCHA aan belanghebbende geen compensatie toegekend.
  • Gemachtigde heeft bij brief op 2 november, ingekomen op 3 november 2023, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 2 december 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 12 juni 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Persoonlijk dossier
Deze procedure gaat over het bezwaar van belanghebbende tegen het bestreden besluit. Het verzoek om afgifte van het persoonlijk dossier maakt geen deel uit van dit besluit zodat de Commissie alleen al om die reden niet over dit verzoek kan adviseren. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onvoldoende gemotiveerd – ontbreken van stukken – equality of arms
Met de door UHT na het bezwaar van belanghebbende ingediende beschouwing en de overgelegde stukken is in ieder geval thans geen sprake van strijd met de door belanghebbende genoemde algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
De vraag of die strijd er wel was ten tijde van de bestreden beschikkingen behoeft in dit geval geen beantwoording. Wat nader is onderbouwd en uiteengezet omtrent de voorbereiding en motivering van de bestreden beschikking leidt immers niet tot het herroepen daarvan.

Automatische continuering
Belanghebbende stelt dat de wijze waarop de Belastingdienst / Toeslagen (hierna: B/T) is omgegaan met de automatische continuatie van de KOT onzorgvuldig is.
Zij stelt daarbij dat onvoldoende waarborgen in het systeem zijn ingebouwd, waardoor betalingsproblemen hebben kunnen ontstaan bij terugvorderingen over eerdere toeslagjaren.

De Commissie overweegt dat het automatische continueren van de KOT inherent is aan het toeslagensysteem. Op grond van artikel 15 lid 5 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen wordt een aanvraag geacht mede te zijn gedaan voor de op het berekeningsjaar volgende jaren. Een aanvraag van de KOT wordt dus geacht ook te zijn gedaan voor de daaropvolgende toeslagjaren en wordt daarmee automatisch gecontinueerd, tenzij de KOT door belanghebbende of B/T wordt stopgezet of gewijzigd. Naar het oordeel van de Commissie heeft B/T met het automatisch continueren van de KOT op een juiste wijze uitvoer gegeven aan de wet. De Commissie adviseert het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.

HOTHOR
In haar bezwaarschrift brengt belanghebbende naar voren dat aan de aanvraag voor de toeslagjaren 2018 en 2019 het kenmerk HOTHOR - hoge toeslag/hoog risico - is toegevoegd. Dit brengt volgens belanghebbende met zich mee dat er sprake is geweest van vooringenomenheid.

De Commissie is ambtshalve bekend dat het kenmerk HOTHOR – hoge toeslag/hoog risico, geautomatiseerd wordt toegevoegd in situaties waarin sprake is van een laag inkomen, waardoor recht ontstaat op een relatief hoog bedrag aan toeslagen. Dit kenmerk heeft, aldus deze toelichting, tot gevolg dat een extra handmatige controle plaatsvindt. Het instellen van een (extra) controle of het tussentijds opvragen van gegevens is op zichzelf onvoldoende om te concluderen dat B/T vooringenomen heeft gehandeld. Daarvoor is meer nodig. Een uitvraag of controle als gevolg van het door B/T gegeven kenmerk HOTHOR dwingt weliswaar tot waakzaamheid bij de beantwoording van de vraag of sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid, maar levert daar op zichzelf niet het doorslaggevende bevestigende antwoord op. Aanwijzingen dat die vraag in het geval van belanghebbende in laatstbedoelde zin moet worden beantwoord zijn, geplaatst tegen de achtergrond van de andere feiten en omstandigheden, onvoldoende aannemelijk geworden. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Beslagvrije voet
Belanghebbende voert aan dat zij op grond van hardheid in aanmerking komt voor een compensatie omdat B/T in de toeslagjaren 2015 tot en met 2019 geen rekening heeft gehouden met de beslagvrije voet.

De Commissie begrijpt dat belanghebbende bedoelt dat met de beslagvrije voet rekening zou moeten worden gehouden bij de terugvordering van KOT door verrekening met nadien aan belanghebbende toegekende toeslagen (waaronder KOT). De Commissie merkt op dat dergelijke verrekeningen onderdeel zijn van de uitvoering die aan de KOT is gegeven. Het verrekenen van terechte terugvorderingen levert geen compensatie op grond van hardheid op. Uit de wetsgeschiedenis van de Wht en de systematiek van de compensatieregeling kan niet worden afgeleid dat de wetgever dergelijke gevallen voor ogen heeft gehad. De situatie van verrekening wordt niet expliciet door de wetgever genoemd.
Aan de bezwaargrond dat B/T bij de verrekeningen geen rekening heeft gehouden met de beslagvrije voet, komt de Commissie gelet op wat hiervoor is overwogen niet meer toe. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en om het verzoek om een proceskostenvergoeding af te wijzen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter