BAC 2024-15236
Publicatiedatum 05-02-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Dienst Toeslagen / Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen
(hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 12 december 2023 (UHT-DCHA)
Hoorzitting: 8 mei 2025
Overdracht advies aan UHT: 12 juni 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren, het bestreden besluit in stand te laten en het verzoek een proceskostenvergoeding toe te kennen, af te wijzen.
Onderwerp van advies
Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 12 december 2023 (kenmerk: UHT-DCHA)
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2012 tot en met 2015.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 25 januari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2012 tot en met 2015.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 1 december 2023 aan UHT toegestuurd. CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
- UHT heeft bij bestreden beschikking aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2012 tot en met 2015.
- Gemachtigde heeft op 31 januari 2024 tegen deze beschikking een bezwaar gemaakt.
- UHT heeft op 23 december 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 8 mei 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter dit advies is gevoegd.
- Op 9 mei 2025 heeft UHT aanvullende producties toegestuurd. Op 19 mei 2025 heeft gemachtigde daarop gereageerd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Compleetheid dossier en motivering besluit
Belanghebbende stelt dat onderliggende stukken die ten grondslag liggen aan de bestreden beschikking van 12 december 2023 ontbreken. Derhalve is de bestreden beschikking onvoldoende gemotiveerd.
De Commissie onderschrijft het standpunt van UHT ten aanzien van de motivering van de besluiten en de zorgvuldigheid van het hieraan ten grondslag liggende onderzoek. Ter voorbereiding van de definitieve compensatiebeschikking zijn de bedragen in de compensatieberekening vastgesteld aan de hand van de gegevens die UHT tot haar beschikking had. De gegevens zijn afkomstig van onder meer de voorschotbeschikkingen, definitieve beschikkingen, RKT-bestanden, SAS-overzichten en overzichten van het Landelijk Incasso Centrum (hierna: LIC).
De Commissie is daarom van oordeel dat het bestreden besluit door middel van het indienen van een schriftelijke beschouwing en de bijbehorende producties voldoende zijn onderbouwd.
Namens belanghebbende zijn geen concrete feiten of omstandigheden aangevoerd die tot een andere zienswijze nopen. De Commissie stelt vast dat belanghebbende inmiddels beschikt over de schriftelijke beschouwing van UHT en de bijbehorende stukken, die op 13 maart 2025 aan gemachtigde zijn verzonden. Op basis van de in dit dossier opgenomen stukken kon belanghebbende genoegzaam inzicht verkrijgen in de totstandkoming van de bestreden beschikking. De Commissie acht het bezwaar op dit punt ongegrond.
Artikel 6 EVRM, recht op een eerlijk proces
Belanghebbende voert aan dat geen sprake is van ‘equality of arms’, zoals opgenomen in artikel 6 van het EVRM, omdat zij niet de beschikking heeft over haar volledige dossier. De Commissie is een onafhankelijke bezwaarschriftenadviescommissie in de zin van artikel 7:13 Awb. Voor de procedure bij de Commissie gelden de processuele waarborgen van de Awb.
Op grond van artikel 7:4 lid 2 Awb heeft belanghebbende voorafgaand aan de hoorzitting bij de Commissie recht op afschriften van de op de zaak betrekking hebbende stukken. Deze stukken heeft belanghebbende in de vorm van een bezwaardossier op 13 maart 2025 ontvangen en zij heeft de gelegenheid gekregen, en daarvan gebruik gemaakt om haar standpunt uiteen te zetten.
De Commissie acht het bezwaar op dit punt ongegrond.
De toeslagjaren 2011 en 2016
Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat onduidelijk is waarom de toeslagjaren 2011 en 2016 niet zijn meegenomen in de herbeoordeling. In haar ogen had dit moeten gebeuren, omdat alle relevante jaren direct in de bezwaarbeslissing moeten worden meegenomen.
De Commissie stelt vast dat het verzoek om herbeoordeling van belanghebbende alleen zag op de toeslagjaren 2012 tot en met 2015. In dat licht kan niet worden geconcludeerd dat UHT nagelaten heeft de toeslagjaren 2011 en 2016 in de herbeoordeling te betrekken en dat om die reden de bestreden beschikking moet worden herroepen. Nu het oorspronkelijke verzoek en de bestreden beschikking de omvang van de onderhavige bezwaarprocedure bepalen, ziet de Commissie geen mogelijkheden om deze toeslagjaren (alsnog) in haar advisering te betrekken. De Commissie heeft goede nota genomen van de ter zitting gedane toezegging van UHT om een verzoek om herbeoordeling van de toeslagjaren 2011 en 2016 te sturen naar de primaire afdeling van UHT, die vervolgens de herbeoordeling van beide jaren zal uitvoeren. Nu deze werkwijze kennelijk geen beperking van rechtsmiddelen voor belanghebbende met zich meebrengt, houdt de Commissie onderhavige bezwaarprocedure niet aan. Het bezwaar is op dit onderdeel ongegrond.
De toeslagjaren 2012 tot en met 2015
Belanghebbende voert aan dat ten onrechte geen compensatie is toegekend voor de toeslagjaren 2012 tot en met 2015.
De Commissie overweegt dat, gelet op een en ander, niet aannemelijk is geworden dat er bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor de toeslagjaren 2012 tot en met 2015 sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door B/T dan wel van hardheid van het stelsel.
De terugvorderingen KOT over deze toeslagjaren waren gelegen in een te hoog voorschot, dat op basis van reguliere wijzigingen opnieuw is berekend.
Deze bijstellingen zijn conform de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming.
De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om ten aanzien van belanghebbende hierover anders te oordelen. Verder is ook geen sprake geweest van een onterechte kwalificatie O/GS, zodat ook geen aanspraak kan worden gemaakt op een tegemoetkoming op deze grond. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Hardheid
Volgens belanghebbende is geen rekening gehouden met het feit dat het lang duurde voordat over de toeslagjaren 2012 tot en met 2015 tot toepassing van de beslagvrije voet werd overgegaan. UHT stelt dat B/T bij verrekeningen van KOT geen rekening hoeft te houden met de beslagvrije voet, nu KOT niet wordt beschouwd als inkomensondersteuning, maar is bedoeld als bevordering van de arbeidsparticipatie.
De Commissie overweegt dat de KOT expliciet is uitgesloten van de beslagvrije voet in artikel 475c sub j van het Wetboek van Rechtsvordering. De vraag of, en in hoeverre, rekening is gehouden met de beslagvrije voet bij verrekeningen met andere toeslagen, valt daarom buiten de reikwijdte van het begrip vooringenomen handelen. De Commissie is van oordeel dat in dit geval niet is gebleken van feiten of omstandigheden die leiden tot de conclusie dat sprake is van hardheid van het stelsel. De Commissie acht het bezwaar op dit punt ongegrond.
Proceskostenvergoeding
Belanghebbende verzoekt om een proceskostenveroordeling conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Aangezien het bezwaar naar het oordeel van de Commissie ongegrond is, adviseert de Commissie belanghebbende geen proceskosten toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en het bestreden besluit in stand te laten.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter