Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2024-14926

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 2 februari 2024 (UHT-DCHO)

Hoorzitting: 29 juli 2025

Overdracht advies aan UHT: 26 september 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift van 19 februari 2024 is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking herbeoordeling kinderopvangtoeslag.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 49.256 voor 2009 en 2011 en geen compensatie toegekend voor de jaren 2008 en 2010.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 24 februari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2008 tot en met 2011.
  • UHT heeft bij brieven van 28 juni 2022 en 6 september 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 8 januari 2024 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat belanghebbende voor de jaren 2008 en 2010 geen recht heeft op de compensatieregeling.
  • UHT heeft bij vooraankondiging van 27 november 2023 aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 48.460.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking met kenmerk UHT-DCHO aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 49.256 voor de jaren 2009 en 2011.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 19 februari 2024 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 21 mei 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 24 juli 2025 heeft gemachtigde aanvullende bezwaargronden ingediend.
  • Op 29 juli 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Gemachtigde heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 30 juli 2025 e-mails ingediend. UHT heeft op 5 augustus 2025 een nadere schriftelijke reactie ingediend. Gemachtigde heeft daar op 11 september 2025 op gereageerd en aangegeven dat belanghebbende bij hetgeen zij eerder naar voren heeft gebracht zal persisteren.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel

Belanghebbende stelt dat bij de voorbereiding en totstandkoming van het besluit niet de vereiste zorgvuldigheid in acht is genomen.

De Commissie overweegt dat UHT de bestreden beslissing inderdaad niet uitvoerig heeft toegelicht, maar dat dit niet impliceert dat er van een gebrekkige motivering dan wel onzorgvuldigheid sprake is. De Commissie is van oordeel dat door middel van het indienen van het schriftelijke verweer, een uitgebreide uitleg met behulp van het invul-en beoordelingsformulier, beschikkingen en overige producties, het bestreden besluit voldoende is onderbouwd. Op dit punt treft het bezwaar geen doel.

Compensatie

Belanghebbende stelt dat het bedrag aan schadevergoeding te laag is vastgesteld.

Volgens UHT is sprake van vooringenomenheid in de periode januari tot en met juni 2009 en (achteraf per abuis) hardheid in 2011. Op basis hiervan is aan belanghebbende compensatie toegekend. UHT verwijst voor de uitleg van de compensatieberekening naar de bijlage van het bestreden besluit, de schriftelijke reactie en het informatie- en beoordelingsformulier.

UHT heeft aangegeven in de schriftelijke reactie dat de componenten a en o niet juist zijn berekend maar dat dit in het voordeel van belanghebbende is geweest.

Geen compensatie 2010

Belanghebbende stelt dat zij eveneens recht heeft op compensatie voor toeslagjaar 2010 omdat zij voor toeslagjaar 2011 ook is gecompenseerd.

De Commissie overweegt het volgende. In de nadere schriftelijke reactie heeft UHT opgemerkt dat voor het jaar 2011 belanghebbende ten onrechte is gecompenseerd voor hardheid, omdat er een terugbetaling door de kinderopvanginstelling heeft plaatsgevonden die abusievelijk niet door UHT was opgemerkt. Vanwege het verbod van reformatio in peius, wat kortgezegd inhoudt dat belanghebbende door het bezwaarschrift niet in een slechtere positie mag komen te verkeren, zal dit niet in het nadeel van belanghebbende worden aangepast.

UHT heeft in de nadere schriftelijke reactie ook uitleg gegeven waarom belanghebbende niet in aanmerking komt voor een compensatie voor toeslagjaar 2010. De Commissie kan zich in die uitleg van UHT vinden. Daarnaast is de Commissie van oordeel dat UHT niet verplicht is om een eerder gemaakte fout (door belanghebbende wel te compenseren voor toeslagjaar 2011) ook te maken voor toeslagjaar 2010. Het argument van belanghebbende slaagt daarom niet.

Vergoeding proceskosten

Met betrekking tot de kosten van de rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure geldt dat, nu het bezwaar in de visie van de Commissie ongegrond is, de belanghebbende geen recht heeft op vergoeding.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en om het verzoek om proceskostenvergoeding af te wijzen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter