BAC 2023-15056
Publicatiedatum 09-02-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 24 augustus 2023 (UHT-DCHA)
Hoorzitting: 11 augustus 2025 om 10:00 uur
Overdracht advies aan UHT: 16 september 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
Het door belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor het jaar 2009.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 31 augustus 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over het jaar 2009.
- UHT heeft bij beschikking van 14 februari 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van 30.000,-.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 10 juli 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
- UHT heeft bij bestreden beschikking aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor het jaar 2009.
- Belanghebbende heeft bij brief van 29 september 2023, ingekomen op diezelfde dag, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- Gemachtigde heeft bij brief van 24 februari 2025 het bezwaarschrift aangevuld.
- UHT heeft op 10 april 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 11 augustus 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 15 augustus 2025 een nadere schriftelijke reactie ingediend. Gemachtigde heeft daar op 5 september 2025 op gereageerd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.
De Commissie stelt vast dat de beschouwing en de daaraan ten grondslag gelegde stukken aan belanghebbende zijn toegezonden. De Commissie vindt dat UHT hiermee heeft voldaan aan de in artikel 7:4 lid 2 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. De Commissie adviseert UHT het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.
Toeslagjaar 2009
De Commissie stelt vast dat alleen toeslagjaar 2009 onderwerp is van de bezwaarprocedure. Belanghebbende stelt dat Belastingdienst/Toeslagen haar in dat toeslagjaar vooringenomen heeft behandeld. De Commissie heeft echter geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat de Belastingdienst/Toeslagen bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor het toeslagjaar 2009 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt. De terugvordering KOT over het toeslagjaar 2009 was gebaseerd op de vaststelling dat er een te hoog voorschot was toegekend. Dat voorschot is door reguliere wijzigingen, namelijk door belanghebbende telefonisch doorgegeven wijzigingen van het aantal opvanguren en de opvangperiode, opnieuw berekend. Omdat belanghebbende daarna niet voldoende gereageerd heeft op vragen van Belastingdienst/Toeslagen (belanghebbende heeft slechts de opvanggegevens van haar dochter verstrekt en niet die van haar zoon), is de KOT bij definitieve beschikking van 28 augustus 2012 vastgesteld op een bedrag van € 3.466,-. De bijstellingen zijn in overeenstemming met de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hierover in het geval van belanghebbende anders te oordelen. Er was ook geen onterechte kwalificatie opzet/grove schuld, zodat er ook geen aanspraak is op een daarop gebaseerde vergoeding. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Niet beoordeelde toeslagjaren (2005, 2006, 2007 en 2008)
De niet beoordeelde toeslagjaren 2005, 2006, 2007 en 2008 maken geen deel uit van de bezwaarprocedure. De Commissie kan aan de hand van de op de zaak betrekking hebbende stukken niet vaststellen of ten aanzien van die jaren een aanvraag voor herbeoordeling is gedaan. Daarom adviseert de Commissie niet over die toeslagjaren. Desgevraagd heeft UHT in haar aanvullende beschouwing aangegeven dat de hiervoor genoemde toeslagjaren beoordeeld zullen worden en dat de resultaten daarvan zullen worden neergelegd in een beschikking waartegen bezwaar openstaat. Namens belanghebbende heeft gemachtigde de Commissie bericht de uitkomst daarvan te zullen afwachten.
Proceskosten
Nu de Commissie niet adviseert het primaire besluit te herroepen, is er geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en geen proceskostenvergoeding toe te kennen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter