Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-15017

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 24 mei 2023 (UHT-DCHA)

Hoorzitting: 6 juni 2025 om 10:15 uur

Overdracht advies aan UHT: 10 juni 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT op 24 mei 2023 genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag met kenmerk UHT-DCHA. Hierbij is aan belanghebbende geen compensatie toegekend voor de jaren 2005 tot en met 2019.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 23 juni 2022 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2004 tot en met 2007. De herbeoordeling heeft zich uitgestrekt over de jaren 2005 tot en met 2019.
  • UHT heeft bij beschikking van 15 september 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat hij (nog) niet in aanmerking komt voor een betaling van €30.000,-.
  • UHT heeft bij vooraankondiging van 13 april 2023 aan belanghebbende meegedeeld dat hij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2005 tot en met 2019.
  • Deze mededeling is bij beschikking van 24 mei 2023 met kenmerk UHT-DCHA herhaald. Belanghebbende heeft geen recht op compensatie voor de jaren 2005 tot en met 2019.
  • Belanghebbende heeft bij brief van 5 juli 2023 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • Bij brief van 5 maart 2024 heeft belanghebbende het bezwaar aangevuld.
  • UHT heeft op 21 november 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • UHT heeft op 5 juni 2025 een aanvullende toelichting gegeven en een aanvullend stuk ingediend. Deze stukken zijn door de Commissie aan belanghebbende doorgezonden.
  • De Commissie heeft partijen op 28 april 2025 opgeroepen voor een hoorzitting op 6 juni 2025. Partijen zijn tijdig en correct uitgenodigd en op de hoogte gesteld van het tijdstip en de plaats van de hoorzitting. Op 5 juni 2025 heeft belanghebbende, nadat hij diverse keren niet reageerde op contactverzoeken van de kant van de Commissie, aangegeven niet ter zitting te zullen verschijnen en verzocht de hoorzitting te verplaatsen. De Commissie heeft dit verzoek niet gehonoreerd, nu het verzoek één dag voor de zitting is gedaan en bovendien door belanghebbende geen reden is aangegeven waarom hij verhinderd zou zijn om aan de hoorzitting deel te nemen. Bovendien heeft belanghebbende ook op eerdere contactverzoeken van UHT niet gereageerd. Aan belanghebbende is meegedeeld dat de hoorzitting doorgang zal vinden. Op 5 juni 2025 heeft UHT desgevraagd aangegeven evenmin ter zitting te zullen verschijnen. Op 6 juni 2025 heeft belanghebbende zonder opgaaf van redenen nogmaals om uitstel verzocht. Dit verzoek is door de Commissie afgewezen. Partijen zijn niet ter zitting verschenen. Een proces-verbaal van niet verschijnen is achter dit advies gehecht.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de beantwoording van de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie af te wijzen.

De Commissie overweegt als volgt. Ingevolge artikel 2.1, lid 1, Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) wordt compensatie toegekend aan een aanvrager van KOT.

Uit de overzichten van het Landelijke Incassocentrum (LIC), het KOT aanvragenoverzicht en het zogenoemde 'beschikkingsoverzicht' (respectievelijk de producties 8 tot en met 10, 11 en 13 van het bezwaardossier) volgt dat belanghebbende in de herbeoordeelde jaren geen KOT heeft aangevraagd of ontvangen. Belanghebbende voldoet daarom niet aan (één van) de vereisten om in aanmerking te komen voor compensatie op grond van de Wht. Gelet hierop kan belanghebbende niet als gedupeerde in de zin van de Wht worden aangemerkt.

De door belanghebbende aangevoerde bezwaargronden kunnen hem niet baten, omdat deze betrekking hebben op aanslagen inkomstenbelasting van belanghebbende. De Commissie heeft - gelet op de haar in de Wht toebedeelde bevoegdheden - geen mogelijkheden om over geschillen met de Belastingdienst over inkomstenbelasting te adviseren.

De Commissie, de hiervoor geformuleerde vraag bevestigend beantwoordend, adviseert daarom om de bezwaren van belanghebbende ongegrond te verklaren.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter