Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-15004

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 15 januari 2024 met kenmerk UHT-DCHOA

Hoorzitting: 8 mei 2025

Overdracht advies aan UHT: 12 juni 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en het bestreden besluit ongewijzigd in stand te laten. Ook adviseert de Commissie om het verzoek om een proceskostenvergoeding af te wijzen.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de op 15 januari 2024 door UHT genomen beschikking met kenmerk UHT-DCHOA.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen vergoeding toegekend voor het toeslagjaar 2019.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 6 april 2022 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over het toeslagjaar 2019.
  • Bij beschikking van 28 juli 2022 met kenmerk UHT CHR GU heeft UHT aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000, maar dat de herbeoordeling nog niet klaar is.
  • Belanghebbende heeft bij brief van 18 augustus 2022 tegen deze beschikking bezwaar gemaakt.
  • Bij beschikking van 7 december 2023 met kenmerk UHT-VCH A heeft UHT aan belanghebbende medegedeeld dat zij vooralsnog niet in aanmerking komt voor compensatie of tegemoetkoming op grond van de herstelregelingen.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 8 januari 2024 aan UHT toegestuurd. CvW heeft geadviseerd dat voor wat betreft het toeslagjaar 2019 geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of hardheid.
  • Bij beschikking van 15 januari 2024 met kenmerk UHT-DCHOA heeft UHT aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op een vergoeding voor het toeslagjaar 2019.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 15 februari 2024 tegen deze beschikking bezwaar gemaakt.
  • UHT heeft op 17 december 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 8 mei 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter dit advies is gevoegd.
  • Op 13 mei 2025 heeft UHT, op verzoek van de Commissie, een aanvullende beschouwing overgelegd inclusief aanvullende stukken en informatie. Op 20 mei 2025 heeft gemachtigde, met daarbij een reactie van belanghebbende, hierop gereageerd.
  • De Commissie, bestaande uit de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid, heeft het bezwaar van belanghebbende behandeld en het hierna volgende advies aan UHT opgesteld.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Toeslagjaar 2019

Belanghebbende voert aan dat zij gedupeerd is en derhalve recht heeft op compensatie dan wel tegemoetkoming op grond van de herstelregelingen, omdat zij voor wat betreft het toeslagjaar 2019 veelvuldig heeft moeten aantonen van hoeveel uren aan kinderopvang door haar gebruik gemaakt is. Daarnaast is de KOT onterecht verrekend met andere schulden.

De Commissie overweegt dat niet aannemelijk is geworden dat bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor toeslagjaar 2019 sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door de B/T dan wel hardheid van het stelsel. De terugvorderingen KOT over toeslagjaar 2019 waren gelegen in een te hoog voorschot, dat op basis van reguliere wijzigingen opnieuw is berekend. Deze bijstellingen zijn conform de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hier ten aanzien van belanghebbende anders over te oordelen. De informatie op het door UHT overgelegde LIC-overzicht over de uitbetalingen over het toeslagjaar 2019 komt overeen met de informatie in het dossier. Niet is gebleken dat de KOT is verrekend met andere schulden en ook is niet gebleken dat de KOT niet aan belanghebbende is uitbetaald. Belanghebbende heeft ook geen stukken overgelegd die hierop duiden. Verder is ook geen sprake geweest van een onterechte kwalificatie O/GS, zodat ook hierop geen aanspraak kan worden gemaakt. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Andere toeslagjaren naast 2019

Belanghebbende stelt dat naast het beoordeelde toeslagjaar 2019, ook andere toeslagjaren dienen te worden herbeoordeeld.

De Commissie heeft goede nota genomen van het advies van UHT aan belanghebbende in de beschouwing van 17 december 2024 om hiervoor een aanvullend verzoek in te dienen. Ter zitting heeft belanghebbende dit verzoek gedaan. In de aanvullende beschouwing van 13 mei 2025 heeft UHT bevestigd dat de herbeoordeling van de toeslagjaren 2016, 2017 en 2018 is aangevraagd.

De Commissie stelt vast dat het verzoek om herbeoordeling van belanghebbende alleen zag op het toeslagjaar 2019. Nu het oorspronkelijke verzoek en de bestreden beschikking de omvang van de onderhavige bezwaarprocedure bepalen, ziet de Commissie geen mogelijkheden om de toeslagjaren 2016, 2017 en 2018 (alsnog) in haar advisering te betrekken. Het bezwaar is op dit onderdeel ongegrond.

Bezwaar tegen de lichte toets

Ter zitting heeft gemachtigde te kennen gegeven het eerder ingediende bezwaar tegen de lichte toets te handhaven. Belanghebbende stelt dat zij de Catshuisregeling toegekend dient te krijgen. De Commissie overweegt dat met het indienen van het bezwaar tegen de integrale beoordeling ook het bezwaar tegen de lichte toets is meegenomen. Aangezien het bezwaar tegen de integrale beoordeling ongegrond is, geldt hetzelfde voor het bezwaar tegen de lichte toets.

Proceskostenvergoeding

Belanghebbende verzoekt om een proceskostenveroordeling conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Aangezien het bezwaar tegen naar het oordeel van de Commissie ongegrond is, adviseert de Commissie belanghebbende geen proceskostenvergoeding toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om:

  • het bezwaar ongegrond te verklaren;
  • het bestreden besluit ongewijzigd in stand te laten;
  • het verzoek om een proceskostenvergoeding af te wijzen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter