BAC 2023-15000
Publicatiedatum 05-02-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 30 augustus 2023 (UHT-DCH)
Hoorzitting: 8 april 2025 om 13:15 uur
Overdracht advies aan UHT: 13 augustus 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is bij de bestreden beschikking een definitieve compensatie toegekend voor een bedrag van € 33.264.
Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen, hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en 9.2 Wht moeten de bestreden beschikkingen geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over 2009, 2010, 2011 en 2013.
- UHT heeft bij beschikking van 8 mei 2021 aan belanghebbende medegedeeld dat zij wel in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000.
- De Commissie van Wijzen heeft op 5 juni 2023 geadviseerd dat de compensatieregeling van toepassing is op de maanden april tot en met oktober van het toeslagjaar 2009 en de toeslagjaren 2010 en 2011. Voor de periode januari tot en met maart, november en december van het toeslagjaar 2009 en het toeslagjaar 2013 is de compensatieregeling niet van toepassing.
- UHT heeft bij vooraankondiging aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 33.128.
- UHT heeft bij de bestreden beschikking aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 33.264.
- Gemachtigde heeft bij brief van 30 augustus 2023, ingekomen op 7 september 2023, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 11 december 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 8 april 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Op 30 april 2025 heeft UHT een aanvullende beschouwing ingediend.
- Op 4 juni 2025 heeft gemachtigde per mail gereageerd op de aanvullende beschouwing.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Motiveringsbeginsel en zorgvuldigheidsbeginsel
Belanghebbende stelt in het bezwaar dat de bestreden beschikkingen onvoldoende zorgvuldig tot stand zijn gekomen en onvoldoende zijn gemotiveerd.
De Commissie kan UHT volgen ten aanzien van de motivering van het besluit en de zorgvuldigheid van het hieraan ten grondslag liggende onderzoek. Voor zover UHT de berekeningen bij het uitbrengen van de bestreden beschikking niet voldoende zou hebben toegelicht, impliceert dat niet dat van een gebrekkige motivering dan wel onzorgvuldigheid sprake is. De Commissie is van mening dat met het indienen van het uitgebreide schriftelijke verweer, de betaal- en verrekenoverzichten en overige producties het bestreden besluit voldoende is onderbouwd en zorgvuldig tot stand is gekomen. De Commissie adviseert het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.
Belanghebbende stelt dat de maanden november en december van 2009 hadden moeten worden getoetst aan de hardheidsregeling.
UHT heeft in de aanvullende beschouwing van 30 april 2025 deze periode getoetst aan de hardheidsregeling en aangegeven dat belanghebbende voor deze periode niet in aanmerking komt voor een compensatie op grond van hardheid.
De Commissie onderschrijft het standpunt van UHT zoals is toegelicht in de aanvullende beschouwing. Hierbij neemt zij de LIC-overzichten van 2009, zoals opgenomen in het dossier, in aanmerking. Hieruit is niet gebleken dat de grens van € 1.500 wordt overschreden voor toepassing van de hardheidscompensatie. Voor de maanden april tot en met oktober is belanghebbende gecompenseerd. Uit het bezwaar is onvoldoende gebleken dat belanghebbende ook voor de maanden november en december recht zou hebben op een compensatie. De Commissie adviseert het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.
De Commissie overweegt dat op grond van de stukken in het dossier en het verhandelde ter zitting niet is gebleken van aanknopingspunten om tot een ander oordeel te komen dan door UHT nader is toegelicht in de schriftelijke reactie. Hierbij acht de Commissie het standpunt van UHT omtrent de compensatieberekening ook navolgbaar. De Commissie adviseert het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.
Belanghebbende stelt dat zij in 2013 wel gebruik heeft gemaakt van de opvang, omdat zij een inburgeringscursus volgde.
UHT heeft in haar schriftelijke reactie en aanvullende beschouwing uiteengezet dat er geen sprake is geweest van vooringenomenheid of hardheid.
De Commissie acht het standpunt van UHT navolgbaar en overweegt dat op grond van de stukken niet is gebleken dat belanghebbende gebruik heeft gemaakt van gekwalificeerde opvang over 2013. Ook is niet gebleken van profiling zoals door gemachtigde ter zitting is gesteld. Met betrekking tot de inburgeringscursus van belanghebbende heeft de B/T nadere informatie opgevraagd. In het dossier zitten twee uitvraagbrieven van de B/T hieromtrent (producties 42 en 43). Bovendien stelt de Commissie vast dat belanghebbende geen voorschot toegekend heeft gekregen over 2013 en derhalve ook geen uitbetaalde bedragen aan KOT zijn teruggevorderd bij belanghebbende. De Commissie adviseert aan UHT om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Nu de bezwaren naar het oordeel van de Commissie ongegrond zijn, heeft belanghebbende geen recht op een vergoeding van de kosten van rechtsbijstand. De Commissie adviseert UHT om dit verzoek af te wijzen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek voor een proceskostenvergoeding.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter