BAC 2023-14978
Publicatiedatum 17-08-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 18 februari 2022 (UHT DC I; UHT-DC I A; UHT-DH5 A)
Hoorzitting: 23 februari 2026
Overdracht advies aan UHT: 28 mei 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
Het door belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikkingen compensatie kinderopvangtoeslag (hierna: de bestreden besluiten).
Aan belanghebbende is met toepassing van de Compensatieregeling CAF 11 en vergelijkbare (CAF-)zaken van 28 augustus 2020 (Stcrt. 2020, nr. 45904) compensatie toegekend voor een bedrag van € 69.489,- voor de jaren 2009 tot en met 2012 en 2014 en geen compensatie toegekend voor de jaren 2013, 2015 en 2016.
Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen, hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en 9.2 Wht moeten de bestreden beschikkingen geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 19 februari 2020 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2009 tot en met 2016.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 30 november 2021 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geoordeeld dat gedurende de jaren 2013, 2015 en 2016 geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
- UHT heeft bij het bestreden besluit met kenmerk UHT-DC-I aan belanghebbende compensatie toegekend voor een bedrag van € 69.489,- voor de jaren 2009 tot en met 2012 en 2014.
- UHT heeft bij de bestreden besluiten met kenmerken UHT-DC-I A en UHT-DH5 A aan belanghebbende geen compensatie toegekend voor de jaren 2013, 2015 en 2016.
- Belanghebbende heeft bij brief van 13 augustus 2023, ingekomen op 8 september 2023, tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
- Belanghebbende heeft bij brief van 12 april 2024, ingekomen 17 april 2024, het bezwaar aangevuld.
- UHT heeft op 11 augustus 2025 schriftelijk gereageerd op de bezwaarschriften.
- Op 23 februari 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 16 maart 2026 een nadere schriftelijke reactie ingediend. Gemachtigde heeft daar op 7 mei 2026 op gereageerd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie voor de jaren 2009 tot en met 2012 en 2014 op de juiste wijze heeft berekend en terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming voor de jaren 2013, 2015 en 2016 af te wijzen.
Toeslagjaar 2013
Belanghebbende betoogt dat het niet klopt dat ze de KOT in 2013 zou hebben stopgezet en wil graag bewijs zien. De Commissie overweegt dat belanghebbende op 17 september 2014 op een antwoordformulier heeft aangegeven dat er geen kinderopvang heeft plaatsgevonden in het jaar 2013. Naar aanleiding van deze informatie heeft B/T de KOT voor toeslagjaar 2013 stopgezet. De Commissie ziet geen aanleiding om aan het ondertekende antwoordformulier te twijfelen. Het dossier bevat geen aanknopingspunten voor de veronderstelling dat er sprake zou zijn geweest van kinderopvang in het jaar 2013. Het betrof destijds een reguliere wijziging, welke in overeenstemming met de wet is uitgevoerd. B/T mocht op de informatie, aangeleverd door belanghebbende, vertrouwen. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hierover in het geval van belanghebbende anders te oordelen. De Commissie adviseert UHT om het bezwaar ten aanzien van dit onderdeel ongegrond te verklaren.
Toeslagjaren 2015 en 2016
Belanghebbende stelt dat er voor het jaar 2015 recht was op KOT. Zij had haar dochter uitgeschreven van de kinderopvang, maar haar zoon ging nog wel naar de kinderopvang. In 2016 werd er geen gebruikgemaakt van kinderopvang.
De Commissie is van oordeel dat B/T over de toeslagjaren 2015 en 2016 vooringenomen heeft gehandeld. Op 7 januari 2016 liet de KOI [naam] aan B/T weten dat er geen opvang werd afgenomen per 1 januari 2015. Op 13 januari 2016 stuurde B/T een brief aan belanghebbende, waarin stond dat de KOI had aangeven dat er voor [naam] vanaf 1 januari 2015 geen gebruik meer werd gemaakt van opvang. Op basis van deze informatie werd de KOT voor de jaren 2015 en 2016 stopgezet. Uit het dossier volgt niet dat B/T dit tweemaal schriftelijk heeft uitgevraagd bij belanghebbende, alvorens tot deze stopzetting over te gaan. Dit ziet de Commissie als vooringenomen handelen in de zin van artikel 2.1 Wht.
Dit kan echter niet tot compensatie leiden. Voor het jaar 2016 heeft belanghebbende tijdens de hoorzitting bij de Commissie verteld dat er geen sprake was van kinderopvang. In dat geval is er sprake van het zogenoemde ‘evident geen recht’ op KOT en daarmee ook geen recht op compensatie wegens vooringenomen handelen. Ook voor het jaar 2015 is de Commissie van oordeel dat er sprake is van ‘evident geen recht’ op KOT. In het ouderverhaal verklaart belanghebbende dat zij de KOT vanaf 2015 heeft stopgezet, omdat zij de opvangkosten niet meer kon betalen. De Commissie heeft in het dossier geen aanknopingspunten gevonden die erop wijzen dat er wel kinderopvang werd afgenomen voor het jaar 2015. De Commissie adviseert UHT om onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Verrekeningen
Belanghebbende voert aan dat er verrekeningen hebben plaatsgevonden over de toeslagjaren. Ook was er sprake van loonbeslag. Belanghebbende heeft hier destijds bezwaar tegen gemaakt, maar een beslissing op dit bezwaar bleef uit. Deze omstandigheden leiden in haar geval tot hardheid van het stelsel, aldus belanghebbende.
De Commissie overweegt dat de verrekeningen onderdeel zijn van de wijze van uitvoering die aan de KOT is gegeven. De nu voorliggende procedure heeft alleen betrekking op de toekenning van de standaard vergoedingen ingevolge de Wht en niet op de vergoeding van de werkelijke schade. Als belanghebbende van mening is dat haar aanvullende compensatie voor de werkelijke schade als gevolg van de verrekeningen of het loonbeslag toekomt, kan zij een verzoek daartoe indienen op de website schadeherstel.toeslagen.nl. Gelet hierop adviseert de Commissie dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Compensatieberekening
De Commissie constateert dat UHT de compensatieberekening voor de toeslagjaren 2009 tot en met 2012 en 2014 opnieuw heeft uitgevoerd in de beschouwing van 11 augustus 2025. Uitkomst daarvan is dat de compensatieberekening voor alle toeslagjaren zal worden aangepast op onderdeel m. Hierdoor zullen de onderdelen l en n opnieuw worden berekend in de beslissing op bezwaar. De Commissie acht de berekening en de toelichting van UHT daarop navolgbaar en begrijpelijk. De Commissie adviseert UHT het bezwaar op dit punt gegrond te verklaren en in haar beslissing op bezwaar de bedragen aan te passen overeenkomstig hetgeen zij daarover opmerkt in haar beschouwing.
Proceskosten
De Commissie constateert dat gemachtigde geen verzoek om een proceskostenvergoeding heeft gedaan in een bezwaarschrift dan wel tijdens de hoorziting bij de Commissie. Reden waarom de Commissie UHT adviseert om geen proceskostenvergoeding toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te en het bedrag van de compensatie nader te bepalen overeenkomstig de berekening i de beschouwing.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter