BAC 2023-14972
Publicatiedatum 05-02-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 18 januari 2024
Hoorzitting: 10 juni 2025 om 11:15 uur
Overdracht advies aan UHT: 12 juni 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie {hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar tegen het bestreden besluit gedeeltelijk gegrond te verklaren en het verzoek om een vergoeding voor de proceskosten toe te wijzen.
Onderwerp van advies
De gemachtigde heeft namens belanghebbende bezwaar ingediend tegen het besluit van 18 januari 2024 waarbij belanghebbende is meegedeeld:
- Dat er bij de herbeoordeling over de toeslagjaren 2005 tot en met 2013 is gebleken dat er fouten zijn gemaakt ten aanzien van de toeslagjaren 2008, 2009 en 2010 en dat belanghebbende recht heeft op een compensatiebedrag van €73.935 (UHT-DC I).
Procesverloop
- Belanghebbende heeft een verzoek gedaan voor een herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag (hierna: KOT).
- Bij brief van 2 mei 2023 (deze was abusievelijk niet verzonden; op 31 augustus 2023 is dit alsnog gedaan) is belanghebbende meegedeeld dat zij, in het kader van de eerste toets, vooralsnog niet in aanmerking komt voor een betaling van €30.000.
- Bij brief van 18 januari 2024 is vorenstaand besluit genomen.
- Bij brief van 20 februari 2024 heeft gemachtigde tegen vorenstaand besluit bezwaar gemaakt.
- Op 10 februari 2025 heeft UHT een schriftelijke reactie ingediend.
- Op 10 juni 2025 heeft een digitale (wegens de landelijke NS-staking) hoorzitting plaatsgevonden. Het hoorverslag is bij dit advies gevoegd.
- De Commissie bestaande uit de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Motivering besluit onvoldoende
De Commissie kan UHT volgen in het ingenomen standpunt ten aanzien van de motivering van het besluit. De Commissie is van oordeel dat UHT de berekeningen bij het uitbrengen van het bestreden besluit weliswaar niet voldoende heeft toegelicht, maar dat UHT door middel van het indienen van het schriftelijke verweer, een uitgebreide uitleg met behulp van LIC-overzichten en overige producties alsnog het bestreden besluit voldoende heeft onderbouwd.
Equality of arms
UHT heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd. Deze stukken onderbouwen het bestreden besluit. Hieruit volgt dat zowel belanghebbende als UHT de beschikking hebben over de stukken waarop het bestreden besluit is gebaseerd. Daarmee is voldaan aan het beginsel van equality of arms. De Commissie adviseert daarom dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Automatische continuering van de KOT
Belanghebbende heeft gesteld dat zij in de problemen is gekomen doordat de KOT automatisch is gecontinueerd voor de jaren 2006, 2007, 2008, 2009, 2010 en 2013. Dit proces wordt onzorgvuldig geacht door belanghebbende. Het enkele feit dat sprake is geweest van een automatische continuatie, leidt naar het oordeel van de Commissie niet zonder meer tot de kwalificatie vooringenomenheid of hardheid. Daar is meer voor nodig. De Commissie is van oordeel dat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die tot een andersluidende conclusie kunnen leiden. De Commissie adviseert UHT het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.
Compensatieberekening
In de schriftelijke reactie heeft UHT aangegeven dat componenten A, C, E, F, H, M en O met betrekking tot toeslagjaar 2010 van de compensatieberekening onjuist zijn vastgesteld. Tevens zijn de componenten O met betrekking tot de toeslagjaren 2008 en 2009 onjuist vastgesteld. Onder verwijzing naar hetgeen daarover is opgemerkt in de schriftelijke reactie, adviseert de Commissie om dienovereenkomstig te beslissen in de beslissing op bezwaar.
Immateriële schadevergoeding
De vergoeding voor immateriële schade dient te worden doorberekend tot aan de datum van de beslissing op bezwaar. Dat betekent dat de hoogte van de vergoeding voor immateriële schade bij de beslissing op bezwaar opnieuw dient te worden vastgesteld.
Aanvullende vergoeding van 1 procent
De aanvullende vergoeding van 1 procent in de beslissing op bezwaar over een hoger subtotaal, moet ook hoger worden berekend dan in de definitieve compensatiebeschikking.
Proceskostenvergoeding
Gemachtigde heeft ten slotte een verzoek gedaan tot vergoeding van de kosten voor rechtsbijstand. Omdat de bezwaren gedeeltelijk gegrond zijn en op onderdelen leiden tot herroeping van de bestreden beschikking, komt belanghebbende op grond van artikel 7:15, lid 2 Awb in aanmerking voor toekenning van een proceskostenvergoeding.
Conclusie
Gelet op het vorenstaande adviseert de Commissie:
- het bezwaar tegen het bestreden besluit gegrond te verklaren en dat besluit te herroepen zoals hiervoor aangegeven;
- de overige bezwaren ongegrond te verklaren;
- het verzoek om een proceskostenvergoeding te honoreren.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter