Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-14830

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 7 juni 2023 (UHT-DCH)

Hoorzitting: 15 mei 2025 om 13:15 uur

Overdracht advies aan UHT: 25 augustus 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 2.582 voor het jaar 2018.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 25 maart 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over het jaar 2018.
  • UHT heeft bij beschikking van 17 december 2021 aan belanghebbende medegedeeld dat hij niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000 (Catshuisregeling).
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking met kenmerk UHT-DCH aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 2.582 voor het jaar 2018.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 11 juli 2023, ingekomen op 19 juli 2023, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 16 september 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Gemachtigde heeft op 12 mei 2025 een aanvullend bezwaarschrift ingediend.
  • Op 15 mei 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 10 juni 2025 een nadere schriftelijke reactie ingediend. Gemachtigde heeft daar op 23 juni 2025 op gereageerd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Afschrift van het persoonlijk dossier

Deze procedure gaat over het bezwaar van belanghebbende tegen de bestreden beschikking. Het verzoek om afgifte van het persoonlijk dossier maakt geen deel uit van deze beschikking zodat de Commissie alleen al om die reden niet over dit verzoek kan adviseren. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Ontbreken stukken - motivering bestreden besluit

Belanghebbende betoogt dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd en onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen. Voor zover sprake is van onzorgvuldige voorbereiding of gebreken in de motivering van het bestreden besluit, kunnen die gebreken naar het oordeel van de Commissie in de beslissing op bezwaar door UHT worden hersteld aan de hand van wat daarover in haar schriftelijke beschouwingen en op de hoorzitting is opgemerkt, ook waar dit het ontbreken van een FSV-registratie en een kenmerk Opzet / Grove Schuld betreft.

Definitieve beschikkingen buiten de termijn genomen

Belanghebbende stelt dat de termijn waarbinnen de definitieve beschikking in verschillende jaren is afgegeven dermate lang is dat zij op basis daarvan in aanmerking komt voor compensatie. De omstandigheid dat de KOT voor een toeslagjaar pas veel later definitief is vastgesteld, maakt op zichzelf niet dat er sprake is van een vooringenomen handelwijze of hardheid in de toepassing van het stelsel. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Werkelijke schade

In het bezwaarschrift heeft belanghebbende aangegeven dat hij het niet eens is met de berekening van de compensatie. Meer in het bijzonder kan belanghebbende zich niet vinden in de hoogte van de vergoeding voor de door hem geleden immateriële schade omdat die vergoeding zijn werkelijke schade niet dekt.

In haar schriftelijke reactie heeft UHT de totstandkoming van de hoogte van het compensatiebedrag uiteengezet. De Commissie kan UHT volgen in het ingenomen standpunt ten aanzien van de hoogte van de compensatie. De Commissie is van oordeel dat UHT het bestreden besluit bij het uitbrengen van de beschikking voldoende heeft toegelicht en dat zij het besluit door middel van de ter beschikking stelling van het bezwaardossier en het indienen van een schriftelijke reactie op het bezwaarschrift voldoende heeft onderbouwd. De Commissie overweegt verder dat de wetgever de keuze heeft gemaakt om in het kader van de integrale beoordeling te werken met een systeem van forfaitaire vergoedingen, zoals die in de Wht zijn vastgelegd. Deze bezwaarschriftprocedure heeft daarom alleen betrekking op de toekenning van de standaardvergoedingen en niet op de vergoeding van de werkelijke schade. Van belang hierbij is dat de Wht, naast het systeem van forfaitaire vergoedingen, voorziet in vergoeding van de daadwerkelijke (im)materiële schade via de procedure bij CWS. De vaststelling van werkelijk geleden schade betreft een zelfstandige procedure. Tegen die achtergrond wordt in het kader van de onderhavige integrale beoordeling geen advies bij CWS ingewonnen.

Juistheid KOT

De Commissie overweegt verder dat de Wht is bedoeld voor herstel van vooringenomen handelen, hardheid of een onterechte O/GS-kwalificatie en geen betrekking heeft op de herziening van definitieve KOT-beschikkingen. Een beoordeling daarvan valt dus buiten de reikwijdte van de Wht. Dit klemt des te meer indien in de jaren waarop belanghebbende in haar bezwaarschrift doelt geen bezwaar tegen de definitieve vaststelling van de KOT is gemaakt. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Redelijke termijn

De grondslag van de vergoeding van immateriële schade (hierna: VIS) vanwege de schending van termijnen voor de behandeling van een bezwaar en beroep wordt, in zaken als de onderhavige, gevormd door een artikel 6 EVRM conforme uitleg van het nationale recht. Deze verdragsbepaling ziet daarbij op behandeling binnen een redelijke termijn door "een onafhankelijk en onpartijdig gerecht". Derhalve kan in beginsel geen VIS worden toegekend als de procedure is geëindigd voordat een rechter bij de beoordeling van de zaak betrokken is geweest. De Commissie ziet geen aanleiding UHT te adviseren van dit uitgangspunt af te wijken.

Proceskostenvergoeding

Nu de Commissie niet adviseert het primaire besluit te herroepen, is er geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en om het verzoek om een proceskostenvergoeding af te wijzen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter