Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-14829

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 6 juni 2023 (UHT-DCH)

Overdracht advies aan UHT: 8 juni 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gegrond te verklaren; het bestreden besluit te herroepen en opnieuw te beslissen met inachtneming van dit advies. Tevens adviseert de Commissie het verzoek om toekenning van een vergoeding voor de proceskosten toe te wijzen.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen het door UHT genomen definitieve besluit compensatie kinderopvangtoeslag.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 39.439 voor de jaren 2008 en 2009.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 25 mei 2021 verzocht om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2008 tot en met 2012.
    In overleg met belanghebbende is de herbeoordeling beperkt tot de jaren 2008 en 2009.
  • UHT heeft bij het bestreden besluit aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 39.439.
  • Gemachtigde heeft op 11 juli 2023 tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 5 december 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Gemachtigde heeft de Commissie op 5 februari 2026 meegedeeld dat belanghebbende geen gebruik wenst te maken van het recht om gehoord te worden en heeft verzocht om een schriftelijke ronde voor het aanvullen van het bezwaar toe te staan.
  • De Commissie heeft gemachtigde in de gelegenheid gesteld om uiterlijk op
    5 maart 2026 aanvullende gronden in te dienen. Gemachtigde heeft op 16 april 2026 het bezwaar schriftelijk aangevuld.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.

Ontvankelijkheid

Niet is geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie over de toeslagjaren 2008 en 2009 op de juiste wijze heeft berekend.

Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel
Voor zover er sprake is van onzorgvuldige voorbereiding of gebreken in de motivering van het bestreden besluit, kan dat in de beslissing op bezwaar door UHT worden hersteld aan de hand van wat daarover in haar beschouwing is opgemerkt. De Commissie ziet zonder nadere onderbouwing van belanghebbende niet in waarom UHT het persoonlijk verhaal van belanghebbende – onder meer blijkend uit het beoordelingsformulier – onvoldoende in kaart heeft gebracht.

Geen persoonlijk dossier en/of onvolledig bezwaardossier
Belanghebbende voert in bezwaar aan dat zij niet de beschikking heeft over de volledige informatie, omdat zij niet de beschikking heeft over haar persoonlijk dossier en/of het volledige bezwaardossier. De Commissie overweegt hierover het volgende. De Commissie is een onafhankelijke bezwaarschriftenadviescommissie in de zin van artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb).
Voor de procedure bij de Commissie gelden de procedurele waarborgen van de Awb en tegen beslissingen op bezwaar van UHT, volgend op de adviezen van de Commissie, kan een belanghebbende rechtsmiddelen instellen bij de rechter.

Op grond van artikel 7:4 lid 2 Awb en artikel 5.2 leden 3 en 4 van de Wht heeft een belanghebbende voorafgaand aan de hoorzitting bij de Commissie recht op afschriften van de op de zaak betrekking hebbende stukken. De schriftelijke beschouwing van UHT met de bijbehorende producties is op 28 januari 2026 naar gemachtigde gestuurd. Hierdoor hebben gemachtigde en belanghebbende kennis kunnen nemen van de stukken die ten grondslag liggen aan het bestreden besluit. Uit het verzoek van belanghebbende om toezending van het persoonlijk dossier volgt niet dat in het aan de Commissie en belanghebbende beschikbaar gestelde bezwaardossier nog specifieke stukken zouden ontbreken die van enig belang zouden kunnen zijn geweest bij de totstandkoming van het door UHT genomen besluit. Van stukken over OGS en FSV is dat vooralsnog niet duidelijk. Naar het oordeel van de Commissie is met uitzondering van laatstgenoemde stukken – waarover hierna wordt geadviseerd - met toezending van het bezwaardossier in voldoende mate invulling gegeven aan de procedurele waarborgen van de Awb.

O/GS stukken
De Commissie overweegt dat in de onderhavige procedure de (wijze van) vaststelling dat geen sprake was van O/GS aan de orde is geweest. Belanghebbende heeft gesteld dat zij deze constatering nader toegelicht wil hebben met onderbouwende stukken.

De Commissie acht het in dit opzicht onvoldoende dat door UHT uitsluitend wordt gesteld dat geen sprake zou zijn geweest van een onterechte O/GS kwalificatie, en dat dit niet nader wordt onderbouwd. Deze omissie kan in bezwaar worden hersteld. De Commissie is van oordeel dat de onderliggende stukken ten aanzien van de O/GS beoordeling zijn aan te merken als op de zaak betrekking hebbende stukken als bedoeld in de artikelen 7:4, tweede lid van de Awb. UHT heeft deze stukken ten onrechte niet aan eiser in de bezwaarfase verstrekt. UHT zal deze stukken dus moeten opzoeken, dan wel opvragen bij de afdeling CAP UHT B&I en aan belanghebbende dienen te overleggen (Rb Rotterdam 6 febr. 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:1545 en Rb Amsterdam 31 maart 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:3643). Als de beoordeling van UHT (mede) rust op de vaststelling dat geen informatie beschikbaar is over belanghebbende in een geraadpleegde gegevensbron, dan moet UHT die vaststelling onderbouwen met bijvoorbeeld een schermafbeelding van de resultaten en geraadpleegde systemen.

Derhalve adviseert de Commissie aan UHT om voorafgaand aan het besluit op bezwaar, met inachtneming van bovenstaande, inzage te geven in alle stukken die ten grondslag liggen aan de O/GS-kwalificatie en om belanghebbende de gelegenheid te geven hierop te reageren, eveneens voorafgaand aan het besluit op bezwaar.

FSV-lijst
Het is de Commissie gebleken dat op pagina 30 van het dossier melding wordt gemaakt dat belanghebbende op de FSV-lijst stond. De vermelding zou geen invloed hebben gehad op de beoordeling, aldus UHT. Het is de Commissie bekend dat normaliter verwezen wordt naar onder andere het dagboek FSV.
In de onderliggende stukken ontbreekt het dagboek FSV. De Commissie is van oordeel dat de FSV-stukken zijn aan te merken als op de zaak betrekking hebbende stukken als bedoeld in de artikelen 7:4, tweede lid van de Awb. UHT heeft deze stukken ten onrechte niet aan eiser in de bezwaarfase verstrekt. Deze omissie kan in bezwaar worden hersteld. UHT zal deze stukken dus moeten opzoeken, dan wel opvragen bij de afdeling CAP UHT B&I en aan belanghebbende dienen te overleggen (Rb Amsterdam 31 maart 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:3643).

Discriminatie
In de stukken van het bezwaardossier heeft de Commissie geen aanwijzingen gevonden dat in het geval van belanghebbende discriminatie heeft plaats-gevonden. De Commissie adviseert UHT om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Artikel 19 Awir
Belanghebbende stelt dat de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) op grond van artikel 19 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) destijds binnen een termijn van 13 weken definitief had moeten beslissen over de KOT, maar dat niet heeft gedaan. De Commissie is van oordeel dat dit bezwaar – wat daar verder ook van zij - buiten het bereik van deze (bezwaar)procedure valt en laat het daarom verder onbesproken.

Niet toegekende KOT
Volgens belanghebbende dient UHT de juistheid van de hoogte van de KOT zoals indertijd definitief vastgesteld te beoordelen. De Commissie overweegt dat de Wht is bedoeld voor herstel van vooringenomen handelen, van hardheid en/of van een onterechte kwalificatie opzet/grove schuld (hierna: O/GS) De Wht ziet niet op de herziening van in het verleden genomen definitieve KOT besluiten.
Een beoordeling daarvan valt buiten de reikwijdte van de Wht. De Commissie is van oordeel dat ook dit bezwaar – wat daar verder ook van zij - buiten het bereik van deze (bezwaar)procedure valt en laat het daarom verder onbesproken.

Beoordeling per jaar
Belanghebbende vindt het opmerkelijk dat voor sommige jaren vooringenomen handelen wordt aangenomen en voor andere jaren niet. Een selectie in jaren op basis van neerwaartse correcties of nihilstellingen doet geen recht aan de situatie van gedupeerde ouders.

De Commissie adviseert UHT dit deel van het bezwaar ongegrond te verklaren reeds omdat de herbeoordeling in dit geval ziet op twee opeenvolgende toeslagjaren en over die beide jaren vooringenomenheid is aangenomen.

Informatie uit de KOI-viewer
Belanghebbende stelt dat B/T voor het vaststellen van de KOT niet blindelings op de KOI-viewer mag vertrouwen, omdat kinderopvanginstellingen niet verplicht zijn om gegevens in de viewer in te vullen. In deze procedure is niet gebleken dat B/T bij het vaststellen van de KOT is afgegaan op de gegevens uit de KOI-viewer. 
Deze bezwaargrond treft reeds daarom geen doel. De Commissie adviseert UHT dit bezwaar ongegrond te verklaren.

De compensatieberekening over 2008 en 2009
UHT heeft het bedrag aan compensatie over de toeslagjaren 2008 en 2009 opnieuw berekend en stelt zich op het standpunt dat de compensatieberekening niet helemaal juist is. UHT betoogt dat de rentevergoeding over gemiste KOT (component o) over het toeslagjaar 2008 in het nadeel en over het toeslagjaar 2009 in het voordeel van belanghebbende verkeerd is vastgesteld, UHT heeft het voornemen kenbaar gemaakt component o over het toeslagjaar 2008 te corrigeren in de beslissing op bezwaar, en component o over het toeslagjaar 2009 in stand te laten vanwege het verbod van reformatio in peius, dat bepaalt dat een belang-hebbende niet slechter mag worden van het eigen bezwaar. De Commissie neemt met instemming kennis van het voornemen van UHT en adviseert dienovereen-komstig het bezwaar op dit onderdeel gegrond te verklaren.

Nu de Commissie het bezwaar gegrond acht, adviseert zij om de vergoeding voor immateriële schade te berekenen tot de dagtekening van de beslissing op bezwaar en daarbij alle, ingevolge de Wet hersteloperatie toeslagen en de daarmee samenhangende, vergoedingen opnieuw te berekenen met inachtneming van dit advies.

Uit wat van de zijde van belanghebbende is aangevoerd is de Commissie niet gebleken van overige onjuistheden in de compensatieberekening die tot een hoger compensatiebedrag moeten leiden.

Werkelijke schade
Deze bezwaarschriftprocedure heeft alleen betrekking op de toekenning van de standaardvergoedingen (de zogeheten forfaitaire bedragen) en niet op de vergoeding van de werkelijke schade. Voor het vragen van aanvullende vergoeding van werkelijke schade kan gebruik gemaakt worden van de mogelijkheden, vermeld in artikel 2.1, lid 3 Wht en op schadeherstel.toeslagen.nl.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gegrond te verklaren; het bestreden besluit te herroepen en opnieuw te beslissen met inachtneming van dit advies. Tevens adviseert de Commissie het verzoek om toekenning van een vergoeding van de proceskosten toe te wijzen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter