Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-14778

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 13 juli 2023 met kenmerk UHT-DCHA

Hoorzitting: 13 juni 2025 om 10:15 uur

Overdracht advies aan UHT: 28 juli 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie Kinderopvangtoeslag.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2005 tot en met 2019.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 11 maart 2022 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2012 tot en met 2019.
  • UHT heeft bij beschikking van 11 augustus 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000.
  • UHT heeft bij bestreden beschikking aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2005 tot en met 2019.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 28 augustus 2023 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 26 juli 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 13 juni 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Op de zaak betrekking hebbende stukken

Belanghebbende heeft, onder meer onder inroeping van het equality of arms-beginsel, aangevoerd dat UHT heeft verzuimd stukken te overleggen, die voor de beoordeling van het bezwaar relevant zijn. Ook verzoekt belanghebbende om het ouderdossier.

De Commissie volgt dit standpunt van belanghebbende niet. De beschouwing en de bijbehorende producties zijn toegezonden. Hierdoor hebben gemachtigde en belanghebbende kennis kunnen nemen van de stukken die ten grondslag liggen aan het bestreden besluit en gelegenheid gehad om daarop te reageren. Volgens de Commissie is dan ook voldaan aan de in artikel 7:4 lid 2 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. De hersteloperatie is bedoeld om belanghebbenden financieel te compenseren voor het leed dat hen is aangedaan en te proberen het vertrouwen in de overheid te herstellen. In de ogen van de Commissie worden deze belangen het beste gediend als een belanghebbende zo snel mogelijk inzicht krijgt in de informatie over zijn of haar situatie, in de vorm van een ouderdossier. Daarom staat de Commissie positief tegenover het ouderdossier en de spoedige verstrekking daarvan aan belanghebbende. Dat betekent echter niet dat daarom nu geconcludeerd moet worden dat het verstrekte bezwaardossier onvolledig is. Dat kan anders zijn als de belanghebbende een duidelijk aanknopingspunt geeft waarom het ouderdossier moet worden afgewacht. De enkele opmerking dat bij onbekendheid van de stukken in dat dossier het zo kán zijn dat er nu relevante informatie ontbreekt, is niet voldoende. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren. Overigens is het wel zo, dat als uit latere stukken blijkt van nieuwe feiten op grond waarvan het bestreden besluit in het voordeel van belanghebbende moet worden bijgesteld, het aangewezen is dat UHT dat ook doet.

De inhoudelijke bezwaren

Toeslagjaren 2005 - 2019

Uit artikel 2.1, eerste lid, van de Wht volgt dat UHT compensatie toekent aan een aanvrager die schade heeft geleden omdat bij de beoordeling van het recht op KOT sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of omdat de toepassing van wettelijke regelingen heeft geleid tot onbillijkheden van overwegende aard als gevolg van de hardheid waarmee het wettelijke systeem werd toegepast. Om voor compensatie in aanmerking te komen dient belanghebbende dus in ieder geval aanvrager te zijn van KOT.

De Commissie stelt vast dat er over de toeslagjaren 2005 tot en met 2019 geen aanvragen voor KOT bekend zijn. Belanghebbende heeft geen (begin van) bewijs geleverd dat erop duidt dat die informatie onjuist of onvolledig is. Belanghebbende voldoet daarmee niet aan de vereisten van artikel 2.1, eerste lid, van de Wht.

FSV-lijst

Het is de Commissie, op grond van het dossier, niet aannemelijk geworden dat belanghebbende op de FSV-lijst heeft gestaan.

Proceskostenvergoeding

Nu de Commissie het bezwaar ongegrond acht, bestaat er geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter