BAC 2023-14765
Publicatiedatum 05-02-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 11 augustus 2023 (UHT-DCHA)
Hoorzitting: 4 februari 2025 om 14:15 uur
Overdracht advies aan UHT: 26 februari 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaarschrift gericht tegen het besluit van 11 augustus 2023 met kenmerk UHT-DCHA ongegrond te verklaren. Voorts adviseert de Commissie geen proceskostenvergoeding toe te kennen.
Onderwerp van advies
Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift wordt geacht te zijn gericht tegen het volgende door UHT genomen besluit.
De beschikking van 11 augustus 2023 met kenmerk UHT-DCHA waarin UHT heeft beslist dat belanghebbende voor de jaren 2005 tot en met 2010 niet in aanmerking komt voor compensatie. De reden is dat Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) bij de beoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) geen fouten heeft gemaakt dan wel de regels voor de toepassing van de KOT te streng heeft toegepast.
Procesverloop
- Op 21 juni 2021 heeft belanghebbende verzocht om een herbeoordeling van de KOT voor de toeslagjaren 2010 en 2011. Na het gesprek met de persoonlijk zaakbehandelaar is beslist dat de herbeoordeling ziet op de jaren 2005 tot en met 2010.
- Bij beschikking van 14 februari 2022 heeft UHT belanghebbende geïnformeerd dat zij op basis van de eerste toets vooralsnog niet in aanmerking komt voor het forfaitaire bedrag van € 30.000.
- Op 25 juli 2023 heeft de Commissie van Wijzen (hierna: CvW) advies uitgebracht. De CvW heeft overwogen, kort gezegd, dat niet is gebleken van institutioneel vooringenomen handelen voor de jaren 2005 tot en met 2010 noch dat er reden is voor toepassing van de hardheidscompensatie.
- Bij beschikking van 11 augustus 2023 heeft UHT meegedeeld dat belanghebbende voor de jaren 2005 tot en met 2010 niet in aanmerking komt voor compensatie.
- Op 25 augustus 2023 heeft belanghebbende een bezwaarschrift ingediend.
- Op 24 september 2024 heeft UHT een schriftelijke reactie ingediend.
- Op 28 januari 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Het hoorverslag is bij dit advies gevoegd.
- De Commissie bestaande uit de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid, heeft dit advies behandeld.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de beantwoording van de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen. Tevens zal de Commissie ingaan op de overige gronden van bezwaar.
Belanghebbende stelt dat de bestreden beschikking onzorgvuldig tot stand is gekomen. De Commissie kan UHT volgen ten aanzien van de motivering van het besluit en de zorgvuldigheid van het hieraan ten grondslag liggende onderzoek. Voor zover UHT de bestreden beschikking niet voldoende zou hebben toegelicht, impliceert dat niet dat van een gebrekkige motivering dan wel onzorgvuldigheid sprake is. De Commissie is van mening dat met het indienen van het schriftelijke verweer, de betaal- en verrekenoverzichten en de overige producties het bestreden besluit voldoende is onderbouwd en in zoverre zorgvuldig tot stand is gekomen. De Commissie adviseert het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.
Afgewezen toeslagjaren
Ten aanzien van de toeslagjaren 2005 tot en met 2009 volgt uit het ouderdossier dat er ofwel geen neerwaartse correcties hebben plaatsgevonden ofwel de KOT is bijgesteld naar aanleiding van de door belanghebbende aangeleverde informatie. Uit die informatie blijkt dat in de jaren 2007 tot en met 2009 minder kinderopvanguren zijn afgenomen dan waarop de voorschotbeschikkingen waren gebaseerd dan wel het toetsingsinkomen is gestegen. De terugbetalingen van de KOT in deze toeslagjaren zijn het gevolg van reguliere correcties. Dat kan niet worden aangemerkt als vooringenomen handelen. De reguliere correcties wijzen ook niet op onbillijkheden vanwege de hardheid waarmee het wettelijke systeem werd toegepast. Daarbij ligt het in de voorschotbeschikking besloten, dat de werkelijk later vast te stellen aanspraak, op een lager bedrag uitkomt. De Commissie adviseert UHT daarom dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Ten aanzien van toeslagjaar 2010 betwist belanghebbende dat zij de KOT telefonisch heeft stopgezet. Belanghebbende stelt dat er voor dit jaar sprake is van vooringenomen handelen, temeer nu er geen belmutatie beschikbaar is. Uit het door UHT overgelegde XML-bestand volgt dat belanghebbende op 29 december 2009 met ingang van 1 januari 2010 de KOT telefonisch zou hebben stopgezet. Bij beschikking van 13 januari 2010 heeft B/T het op 4 december 2009 toegekende voorschot van € 7.515 gewijzigd naar nihil. Daartegen heeft belanghebbende geen bezwaar gemaakt. De KOI-viewer over 2010 bevat geen gegevens over kinderopvang van een kind van belanghebbende.
Geplaatst tegen de achtergrond van deze feiten en omstandigheden overweegt de Commissie dat het, ondanks het ontbreken van de belmutatie, onvoldoende aannemelijk is geworden dat er bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor toeslagjaar 2010 sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door B/T dan wel hardheid van het stelsel. De Commissie heeft, ook in de ter zitting opgebrachte bezwaargronden, geen aanknopingspunten gevonden om hier ten aanzien van belanghebbende anders over te oordelen. De Commissie adviseert UHT daarom de bezwaren op dit punt ongegrond te verklaren.
Tot slot overweegt de Commissie dat er geen aanknopingspunten zijn gevonden om te oordelen dat belanghebbende om een betalingsregeling heeft verzocht dan wel dat deze door B/T is geweigerd. De Commissie adviseert om de in dit kader opgeworpen bezwaargrond ongegrond te verklaren.
Uurtarief onjuist berekend
Belanghebbende stelt dat de uren niet correct zijn berekend. De Commissie overweegt dat de Wht is bedoeld voor herstel van vooringenomen handelen, hardheid of een onterechte O/GS kwalificatie en niet ziet op eventuele omissies in (de gegevensverstrekking ter zake van) de aanvraag of de vaststelling van de KOT. Belanghebbende verzoekt in feite mede om een aanpassing van de hoogte van de KOT zoals deze indertijd definitief is vastgesteld. UHT heeft niet de bevoegdheid om tot herziening van de in het verleden vastgestelde KOT over te gaan; UHT dient zich te beperken tot de in de Wht gestelde kaders. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Niet herbeoordeelde toeslagjaren
Belanghebbende stelt dat niet alle toeslagjaren zijn herbeoordeeld. Uit de schriftelijke reactie van UHT volgt dat toeslagjaar 2011 niet is meegenomen in de herbeoordeling. Hiervoor is een verzoek uitgezet. De Commissie kan over dit jaar pas een advies uitbrengen, als UHT na herbeoordeling van dit jaar een voor bezwaar vatbaar besluit heeft genomen. Indien deze herbeoordeling niet leidt tot een voor belanghebbende bevredigend besluit, dan kan zij, indien zij dat wenst, tegen die beschikking een bezwaarschrift indienen, waarna de Commissie daarover een advies zal uitbrengen.
Proceskostenvergoeding
Nu de Commissie niet adviseert het primaire besluit te herroepen, is er geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaarschrift gericht tegen het besluit van 11 augustus 2023 met kenmerk UHT-DCHA ongegrond te verklaren. Tevens adviseert de Commissie geen proceskostenvergoeding toe te kennen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter