Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-14718

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 13 september 2023 (UHT-DCH)

Hoorzitting: 13 november 2025

Overdracht advies aan UHT: 19 november 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en de bestreden beschikking in stand te laten.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaar is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag met kenmerk UHT-DCH.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend van € 56.205 voor de jaren 2010, 2011 en 2015 en geen compensatie toegekend voor het jaar 2019.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 2 februari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2015 en 2019. In overleg met belanghebbende is de herbeoordeling uitgebreid met de jaren 2010 en 2011.
  • UHT heeft bij het bestreden besluit aan belanghebbende een compensatie toegekend van € 56.205.
  • Gemachtigde heeft op 17 oktober 2023 tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 26 mei 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaar.
  • Op 13 november 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter dit advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.

Ontvankelijkheid

Niet is geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie op de juiste wijze heeft berekend en of UHT op goede gronden geen compensatie of tegemoetkoming O/GS heeft toegekend over 2019. De Commissie constateert dat gemachtigde ter zitting heeft verklaard dat belanghebbende zijn bezwaren met betrekking tot het handelen door UHT in strijd met het evenredigheidsbeginsel en het materiële zorgvuldigheidsbeginsel niet handhaaft.

Formele zorgvuldigheidsbeginsel en motiveringsbeginsel

Belanghebbende stelt in de eerste plaats dat UHT bij de totstandkoming van het bestreden besluit heeft gehandeld in strijd met het formele zorgvuldigheidsbeginsel en motiveringsbeginsel. Daaromtrent overweegt de Commissie als volgt.

Voor zover sprake is van onzorgvuldige voorbereiding of gebreken in de motivering van het bestreden besluit, kan dat in de beslissing op bezwaar door UHT worden hersteld aan de hand van wat daarover in haar beschouwing is opgemerkt.

Onvolledig dossier

Belanghebbende voert aan dat zij niet de beschikking heeft over de volledige informatie, omdat zij niet de beschikking heeft over haar volledige bezwaardossier. De Commissie overweegt hierover het volgende.

De Commissie is een onafhankelijke bezwaarschriftenadviescommissie in de zin van artikel 7:13 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Voor de procedure bij de Commissie gelden de procedurele waarborgen van de Awb en tegen beslissingen op bezwaar van UHT, volgend op de adviezen van de Commissie, kan een belanghebbende rechtsmiddelen instellen bij de rechter.

Op grond van artikel 7:4 lid 2 Awb en artikel 5.2 leden 3 en 4 Wht heeft een belanghebbende voorafgaand aan de hoorzitting bij de Commissie recht op afschriften van de op de zaak betrekking hebbende stukken. Het verweerschrift van UHT met de bijbehorende producties is op 13 augustus 2025 aan gemachtigde toegestuurd. Hierdoor hebben gemachtigde en belanghebbende genoegzaam kennis kunnen nemen van de stukken die ten grondslag liggen aan het bestreden besluit.

Uit hetgeen belanghebbende en UHT naar voren hebben gebracht blijkt niet dat in het aan belanghebbende beschikbaar gestelde bezwaardossier specifieke stukken zouden ontbreken die van enig belang zouden kunnen zijn geweest bij het door UHT genomen besluit. De Commissie adviseert dat in voldoende mate invulling is gegeven aan de procedurele waarborgen van de Awb. Het bezwaar is op dit punt ongegrond.

Toeslagjaren 2010, 2011 en 2015

Ten aanzien van het toegekende bedrag aan compensatie over de toeslagjaren 2010, 2011 en 2015 heeft UHT verklaard dat uit de herberekening ter gelegenheid van de onderhavige procedure is gebleken dat er fouten zijn gemaakt in de compensatieberekening die als bijlage is gevoegd bij de bestreden beschikking maar dat deze niet worden gecorrigeerd in de beslissing op bezwaar omdat belanghebbende hiervan nadeel zou ondervinden. Gemachtigde heeft ter zitting gesteld dat belanghebbende het met de nieuwe berekeningen en het feit dat geen herstel van de geconstateerde fouten plaatsvindt, eens is. De Commissie adviseert dan ook de bestreden beschikking op dit onderdeel in stand te laten.

Toeslagjaar 2019

Belanghebbende stelt dat over het toeslagjaar 2019 sprake is geweest van vooringenomen handelen omdat zij onder verscherpt toezicht stond, dan wel dat belanghebbende een persoonlijke betalingsregeling is geweigerd, zodat zij aanspraak heeft op een O/GS-tegemoetkoming. .

Uit het dossier blijkt dat er over het toeslagjaar 2019 sprake is geweest van twee neerwaartse wijzigingen. Deze wijzigingen waren het gevolg van een hoger toetsingsinkomen en van informatie van de kinderopvanginstelling waaruit bleek dat er minder kinderopvang was afgenomen, dan aanvankelijk door belanghebbende was opgegeven. Hier zij opgemerkt dat het feit dat belanghebbende onder toezicht stond niet heeft geresulteerd in neerwaartse wijzigingen in de KOT.

De Commissie overweegt dat niet aannemelijk is geworden dat bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor het toeslagjaar 2019 sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door de Belastingdienst/Toeslagen dan wel hardheid van het stelsel. De reden van de terugvorderingen in KOT over dit toeslagjaar was gelegen in een te hoog voorschot, dat op basis van reguliere wijzigingen opnieuw is berekend.

Uit de voorhanden zijnde stukken is niet aannemelijk geworden dat belanghebbende destijds om een persoonlijke betalingsregeling heeft verzocht en dat deze haar is geweigerd. Dat om een betalingsregeling is verzocht is ook niet aannemelijk omdat uit het overzicht van het Landelijk Incassocentrum volgt dat er met betrekking tot het ter zake van KOT over 2019 terug te vorderen bedrag geen invordering heeft plaatsgevonden. Er bestaat derhalve geen aanspraak op een O/GS-tegemoetkoming. De Commissie adviseert UHT het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.

Kosten rechtsbijstand

Nu het bezwaar naar het oordeel van de Commissie ongegrond is en de bestreden beschikking niet behoeft te worden herroepen, adviseert de Commissie het verzoek een vergoeding voor de kosten van rechtsbijstand toe te kennen, af te wijzen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en de bestreden beschikking in stand te laten.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter