Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-14685

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 28 augustus 2023 met kenmerk UHT-DCH

Hoorzitting: 20 mei 2025

Overdracht advies aan UHT: 30 juni 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en het verzoek om een vergoeding voor de proceskosten toe te wijzen.

Onderwerp van advies

Gemachtigde heeft namens belanghebbende bezwaar ingediend tegen het besluit van 28 augustus 2023 waarbij belanghebbende is meegedeeld:

  • dat er bij de herbeoordeling over de toeslagjaren 2005 tot en met 2010 is gebleken van fouten met betrekking tot toeslagjaren 2008, 2009, en 2010 en dat belanghebbende daarom recht heeft op een compensatiebedrag van € 34.247 (UHT-DCH).

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft een verzoek gedaan voor een herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag (hierna: KOT).
  • Bij brief van 3 juli 2021 is belanghebbende meegedeeld dat zij, in het kader van de eerste toets, recht heeft op een betaling van € 30.000.
  • Op 14 juni 2023 heeft de Commissie van Wijzen (hierna: CvW) advies uitgebracht. De CvW heeft overwogen, kort gezegd, dat er geen aanwijzingen zijn dat de definitief vastgestelde bedragen aan KOT voor de toeslagjaren 2005, 2006 en 2007 onjuist zijn of dat de Belastingdienst/Toeslagen voor deze jaren institutioneel vooringenomen heeft gehandeld. Evenmin zou er sprake zijn van bijzondere omstandigheden die toepassing van de hardheidscompensatie rechtvaardigen. Voor de toeslagjaren 2008, 2009 en 2010 is de compensatieregeling wel van toepassing.
  • Bij brief van 28 augustus 2023 is vorenstaand besluit genomen.
  • Bij brief van 9 oktober 2023 heeft gemachtigde hiertegen bezwaar gemaakt.
  • Bij brief van 3 oktober 2024 heeft gemachtigde aanvullende gronden van bezwaar ingediend.
  • Op 31 oktober 2024 heeft UHT een schriftelijke reactie ingediend.
  • Op 20 mei 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Het hoorverslag is bij dit advies gevoegd.
  • Op 2 juni 2025 heeft UHT een aanvullende schriftelijke beschouwing ingediend.
  • Bij e-mailbericht van 18 juni 2025 heeft gemachtigde meegedeeld geen aanleiding te zien voor een inhoudelijke reactie op de aanvullende schriftelijke beschouwing.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Schending motiveringbeginsel

Belanghebbende betoogt dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd en onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen. Voor zover sprake is van onzorgvuldige voorbereiding of gebreken in de motivering van het bestreden besluit, kunnen die gebreken naar het oordeel van de Commissie in de beslissing op bezwaar door UHT worden hersteld aan de hand van wat daarover in haar (aanvullende) beschouwing is opgemerkt.

Ontbrekende dossierstukken

De Commissie overweegt dat UHT verplicht is de op de zaak betrekking hebbende stukken over te leggen. UHT heeft de stukken waarop het bestreden besluit is gebaseerd in het geding gebracht. De Commissie ziet geen aanknopingspunten voor de conclusie dat relevante stukken ontbreken.

Herbeoordeelde toeslagjaren

Toeslagjaren 2008, 2009 en 2010

De commissie stelt vast dat belanghebbende is gecompenseerd voor de toeslagjaren 2008, 2009 en 2010 wegens institutionele vooringenomenheid. Voorts adviseert de Commissie een O/GS-tegemoetkoming te betalen voor toeslagjaar 2010 zoals ter hoorzitting is toegezegd.

Toeslagjaren 2005 en 2006

In de aanvullende schriftelijke beschouwing heeft UHT aangegeven belanghebbende alsnog te gaan compenseren wegens institutionele vooringenomenheid. De Commissie adviseert dienovereenkomstig te besluiten in de beslissing op bezwaar. Dit betekent ook dat de forfaitaire vergoeding voor immateriële schade dient te worden doorberekend tot aan de datum van de beslissing op bezwaar.

Het advies van de Commissie om de einddatum van de vergoeding voor immateriële schade aan te passen, leidt ertoe dat de aanvullende vergoeding van 1 procent in de beslissing op bezwaar over een hoger subtotaal moet worden berekend dan het geval is in de definitieve compensatiebeschikking.

Toeslagjaar 2007

De Commissie constateert dat de KOT, naar op grond van de stukken aannemelijk is geworden, is bijgesteld naar aanleiding van de door belanghebbende of door de kinderopvanginstelling doorgegeven gegevens. De (neerwaartse) correcties hebben te maken met een verlaging of een verhoging van het aantal opvanguren alsook een gewijzigd toetsingsinkomen.

De slotsom is dat de verplichting tot terugbetaling van de KOT het gevolg is van reguliere correcties. Dat kan niet worden aangemerkt als institutioneel vooringenomen handelen. De reguliere correcties wijzen ook niet op onbillijkheden vanwege de hardheid waarmee het wettelijk systeem werd toegepast. Daarbij ligt het in de aard van een voorschot besloten, dat de werkelijke, later vast te stellen aanspraak, op een lager bedrag kan uitkomen. Aan een voorschot kan in beginsel niet het gerechtvaardigd vertrouwen worden ontleend, dat een definitieve aanspraak op een daarmee overeenstemmend bedrag bestaat.

De Commissie begrijpt dat het terugbetalen van de KOT voor belanghebbende niet makkelijk zal zijn geweest, maar haar situatie houdt uiteindelijk geen verband met de problematiek waarvoor de hersteloperatie in het leven is geroepen.

Component g toeslagjaar 2010

Belanghebbende heeft gesteld dat component g van de compensatieberekening onjuist is vastgesteld. De Commissie is van oordeel dat UHT in de schriftelijke reactie op afdoende wijze heeft toegelicht dat component g met betrekking tot toeslagjaar 2010 op juiste wijze is vastgesteld.

Proceskostenvergoeding

Gemachtigde heeft ten slotte een verzoek gedaan tot vergoeding van de kosten voor rechtsbijstand. Omdat de bezwaren gedeeltelijk gegrond zijn, komt belanghebbende op grond van artikel 7:15 lid 2 Awb in aanmerking voor toekenning van een proceskostenvergoeding.

Conclusie

Gelet op het vorenstaande adviseert de Commissie:

  • Het bestreden besluit te herroepen zoals hiervoor is overwogen;
  • belanghebbende te compenseren wegens institutionele vooringenomenheid met betrekking tot de toeslagjaren 2005 en 2006;
  • de overige bezwaren ongegrond te verklaren;
  • een proceskostenvergoeding toe te kennen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter